De rode Amerikaanse rivierkreeft kan zich heel snel vermenigvuldigen. Dat is gebleken bij de bestrijding van deze invasieve exoot in de Proosdijvijver in Ede. Hier zijn in een maand tijd ongeveer 11.000 exemplaren gevangen.

Het is bijzonder dat er zo’n grote vangactie is gehouden in een binnenstedelijk water in Nederland. De Gelderse gemeente Ede en Waterschap Vallei en Veluwe gaven daarvoor een gezamenlijke opdracht aan onderzoeksbureau ATKB. Eerder onderzoek wees uit dat de populatie van de rode Amerikaanse rivierkreeften (Procambarus clarkii) in de Proosdijvijver nog wel beheersbaar was, maar op korte termijn moest worden bestreden om schade aan de natuur te voorkomen.

De uitheemse beestjes zijn uitgegroeid tot een plaag in diverse delen van Nederland, omdat zij hier geen natuurlijke vijanden hebben. Ook in de Proosdijvijver zorgden ze voor schade door de bodem om te woelen, met hun scharen waterplanten te vernielen en holen te graven onder de oever met verzakkingen als gevolg. Verder bestond er het risico dat ze naar andere plekken in Ede zouden trekken, als het voedsel in de vijver opraakte. De rode Amerikaanse rivierkreeften kunnen zich zowel over land als via water verspreiden.

90 procent van populatie weggevangen
De onderzoekers van ATKB hebben de kreeften tussen 14 juni en 12 juli gevangen. Zij gebruikten honderden korven en fuiken die ze om de paar dagen leegden. De vangst is berekend in kilo’s: in totaal ruim 430 kilo ofwel omgerekend circa 200 kilo per hectare. Dit komt neer op ongeveer 11.000 exemplaren. Zij gaan naar restaurants, omdat de rode Amerikaanse rivierkreeft wordt beschouwd als een delicatesse.

Projectleider Jouke Kampen van ATKB vertelt tegenover het AD dat elders weleens tot 400 kilo per hectare is gevonden. “Maar dit is een vijver en de rivierkreeft leeft vooral in de oevers. In dat licht bezien is de score best hoog.” Kampen denkt dat 90 procent van de populatie is gevangen.

Het gaat volgens de gemeente Ede om een geïsoleerde populatie, want de kreeften worden in de directe omgeving niet aangetroffen. Daarom acht de gemeente het niet aannemelijk dat ze door verspreiding in de Proosdijvijver zijn terechtgekomen. Het is waarschijnlijker dat iemand enkele exemplaren heeft uitgezet. Het is hard gegaan, want de eerste melding in de Nationale Databank Flora en Fauna stamt uit 2014 en de volgende pas uit 2019.

Na zomer nog herhaalactie
In het najaar is er een herhaalactie van een week om de overgebleven kreeften zoveel mogelijk te pakken te krijgen. Volledig wegvangen is echter onmogelijk, stelt de gemeente Ede. Dat wordt beaamd door Kampen. Hij wijst erop dat een vrouwtje één legsel per jaar heeft maar dat die wel uit zo’n 500 eitjes kan bestaan.

De gemeente zet daarom de komende jaren in op het onder controle houden van de populatie in de parkvijver door middel van een beheersingsstrategie en monitoring. Hiermee gaat het team robuuste natuurversterking zich bezighouden. Dit team zorgt ook voor de aanpak van de Japanse duizendknoop en de eikenprocessierups.

 

MEER INFORMATIE
ATKB over de vangactie
Video NOS Jeugdjournaal
H2O Actueel: rivierkreeft raadsel
H2O Actueel: website plaagsoorten

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!