secundair logo knw 1

Foto: Clker-FRee-Vector-Images via Pixabay

Er zijn in de praktijk verschillende tekortkomingen bij het afgeven van certificaten voor veiligheid en kwaliteit. Zo is de uitwisseling van informatie vaak onvoldoende en hebben sommige certificerende organisaties een dubbele rol. De problemen blijken groter dan gedacht, meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in een tussenrapportage van een eigen onderzoek. Er is daarom een beter toezicht op certificerende instellingen nodig.

In het onderzoek kijkt de ILT naar het eigen toezicht in 35 certificeringsstelsels op taken die worden uitgevoerd door erkende of aangewezen partijen of zijn uitbesteed aan private partijen. In totaal geven ongeveer 1.500 organisaties honderdduizenden certificaten, vergunningen en diploma’s af. De certificering betekent dat een product of dienst voldoet aan de wettelijke eisen voor veiligheid en kwaliteit. Voor de meeste stelsels waarop de ILT toezicht houdt, is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verantwoordelijk.

Signalen van binnen en buiten waren aanleiding om de certificeringsstelsels te onderzoeken, meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport. Daarvan is eind vorige week de tussenrapportage Meer inzicht in en toezicht op certificering gepubliceerd. Hierin staan de resultaten van het onderzoek naar zes certificeringsstelsels op het gebied van bodem, spoor, binnenvaart, koopvaardij, luchtvaart en luchtverontreinigende stoffen.

Problemen groter dan gedacht
De ILT signaleert een patroon en komt tot deze conclusie. “De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat een certificaat of erkenning verantwoord is afgegeven. Dit vertrouwen kan nu niet altijd voldoende worden waargemaakt binnen de stelsels waarin de ILT een rol speelt.” Na het onderzoek van de eerste zes stelsel blijken de problemen groter dan gedacht, aldus de ILT.

De inspectiedienst noemt als voorbeeld het dodelijk ongeluk op een historisch zeilschip uit augustus 2022, waarbij een meisje om het leven kwam toen een giek als gevolg van houtrot afbrak. In 2016 waren er bij een vergelijkbaar ongeval drie dodelijke slachtoffers. Deze incidenten zorgden voor veel vragen over de betrouwbaarheid van certicificaten. De ILT stelde vast dat bijna 15 procent van de schepen van de bruine vloot (professionele passagiersvaart met traditionele zeilschepen) geen geldige certificaten hebben.

Onvoldoende uitwisseling van informatie
Volgens de ILT gaan er bij de zes onderzochte stelsels verschillende dingen in de praktijk niet goed. Zo wisselen certificerende instellingen onvoldoende informatie uit. Daardoor kan er onvoldoende toezicht worden gehouden.

Een ander tekortkoming is dat sommige organisaties meerdere rollen hebben die niet altijd goed bij elkaar passen. Dat kan hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid negatief beïnvloeden. De ILT maakt zich verder zorgen over het feit dat private partijen die op dat moment voor de overheid werken, ook een commercieel belang hebben. Als zij de regels voor certificering streng hanteren, bestaat het risico dat klanten overstappen naar concurrenten.

Oproep tot verbetering
De Inspectie Leefomgeving en Transport verwacht dezelfde problemen ook te ontdekken bij de andere 29 certificeringsstelsels, onder meer op het terrein van drinkwater. Daarom wil de toezichthouder deze stelsels zo snel mogelijk onderzoeken.

De ILT doet met de tussenresultaten tevens een dringende oproep aan alle betrokken partijen om zowel de werking van de stelsels als hun eigen rol daarin te verbeteren. Verder werkt de ILT aan verbetering van haar eigen systeemtoezicht en de erkenningsprocedures van certificerende instellingen. “Alleen als iedereen meedoet kunnen we het vertrouwen versterken en nog belangrijker, schade aan mens en milieu verminderen”, is de slotzin in de tussenrapportage.

BEKIJK OOK

Video tv-programma Nieuwsuur

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans MiddendorpHoi Hans, beetje makkelijke reactie van het waterschap ('eerst moeten de waterbedrijven wat doen, tot die tijd kunnen wij niks doen'). De Waprog plaatste in 1986, in één jaar tijd, meer dan 100.000 watermeters bij gezinnen thuis. Dat kostte toen maar 150 gulden (!) per watermeter. Als de waterpartners echt zouden willen samenwerken, kan dit zo zijn opgelost. Dus ja, bureaucratie zegeviert. Niet iets om trots op te zijn.
@Gert Timmerman Eens. We moeten met al ons water zuinig omgaan (en het niet verontreinigen) zeker met zoet grondwater en met drinkwater.
@JanEens Jan, maar mijn opiniestuk gaat over hoe slimme bemetering en beprijzing het waterverbruik van huishoudens beïnvloeden. Dat er geen BOL is voor grootverbruik, helpt bedrijven inderdaad niet om slim met water om te gaan.   
Waarom de belasting op leidingwater (BOL) alleen voor de eerste 300m3? (€ 0,50 per m3 incl BTW). Beter is om een BOL te hebben voor het waterverbruik boven de 300m3. Politiek ligt dit moeilijk voor wat ik begreep.  
Of de waterkwaliteit wel 100% blijft onder deze oppervlakte heeft te maken met de normen die men hiervoor gebruikt. Bij eutrofiëring ontstaat wat groenalg en gelijk vliegt in de beoordeling de waterkwaliteit omlaag. Komt dat omdat anderen dit veroorzaken?