0
0
0
s2smodern

De financiering van grootschalige integrale waterprojecten rond krijgen, lijkt op het leggen van een enorme puzzel. Wie over de benodigde stukjes wil beschikken, moet alle belanghebbende partijen in een vroeg stadium betrekken en de potentiële baten voor allemaal in beeld krijgen. Hebben zogeheten inclusieve financieringsmodellen de toekomst?

In de sessie Financial models for integrated solutions werd een belangrijk thema van de Amsterdam International Water Week uitgediept: hoe financier je integrale projecten met een veelbelovende aanpak? Met vooral aandacht voor lokale casussen.

Want wat levert het op, en wie heeft er allemaal baat er bij, als je overtollig havenslib niet in zee stort maar hergebruikt als ondergrond voor een mangroveareaal dat de kust helpt beschermen en daarmee inwoners en geïnvesteerd kapitaal voor een ramp helpt behoeden? Waar de gevolgen van klimaatverandering, bevolkingsgroei en verstedelijking rivierstroomgebieden en kustgebieden almaar kwetsbaarder maken, zijn ingrijpende, grootschalige, integrale pakketten van maatregelen nodig om zo’n gebied fysiek en sociaal weerbaar te maken. Dit gebeurt bij voorkeur op een duurzame manier, in lijn met de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.

Maar wie gaat de benodigde, voornamelijk publieke infrastructuur en ontwikkeling betalen als overheden dit niet of maar gedeeltelijk kunnen of willen? Uit verschillende casussen komen verschillende strategieën naar voren, met gemene delers. Zo helpen ontwerpstudies om verschillende functies, belangen én baten boven tafel te krijgen en stakeholders te betrekken bij de ontwikkeling van oplossingen. Schakelen tussen ontwerpers en financieel deskundigen tijdens het ontwerpproces kan leiden tot financieel haalbare ontwerpen.

Groenblauwe component
Sander Carpaij van Wetlands International vertelt over een project in het door regelmatige overstromingen geplaagde Panama-Stad, met een Nederlandse insteek. Na een eerste inventarisatie van de problematiek door het Dutch Risk Reduction Team is op basis van een integrale beschouwing van het watersysteem en consultatie van alle belanghebbende partijen een masterplan ontwikkeld waarin een mix van ‘grijze’ harde infrastructuur en groenblauwe maatregelen ofwel toepassingen van bouwen met de natuur de kans op overstroming zouden moeten reduceren.

Vanwege de integrale aanpak is Panama-Stad door de Rockefeller Foundation opgenomen in het 100 Resilient Cities-programma, vertelt Carpaij, waaraan ondersteuning is gekoppeld. De groenblauwe component is voor de American Development Bank aanleiding om een substantiële lening te verstrekken.

Carpaij geeft aan nu op zoek te zijn naar een strategie om een aantal lokale, integraal ingestoken ‘bouwen met de natuur-projecten’ op de Filippijnen, met waarden en baten voor de lokale gemeenschap, op te schalen naar een programma op nationale schaal ten gunste van de veiligheid van een half miljoen mensen. Wie zijn potentiële investeerders? In sommige andere landen is er belangstelling van verzekeraars voor het financieren van risicobeperkende maatregelen maar, constateert Carpaij, verzekeraars investeren liever niet in landen waar de markt nog niet op dit soort financiering is ingericht.

‘Bankability’
De terugkerende vraag bij het doorlopen van een integrerend planvormingsproces, van multistakeholderanalyse tot masterplan, is wie kan en wil investeren in oplossingen en op welke gronden dat wel of niet gebeurt. Dit weet Eric Schellekens van Arcadis uit ervaring. “Naar mijn idee moet je dit helder hebben op projectniveau voordat je denkt aan opschalen naar nationale implementatie.”

De consultancy heeft een tool ontwikkeld om de motieven voor financiering – de ‘bankability‘ – structureel te kunnen bepalen. Behalve dat je alle belanghebbenden aan tafel wilt hebben, is het volgens Schellekens belangrijk om de scope van een project te verbreden, voorbij waterveiligheid of klimaatadaptatie, om zoveel mogelijk baathebbende in het vizier te krijgen.

Maatregelen kunnen bijvoorbeeld kosten voor gezondheidszorg voorkomen of de biodiversiteit of luchtkwaliteit in een gebied ten goede komen. Hoe meer baathebbenden, des te groter dat de kans op medefinanciering, is de gedachte. Inzicht in rendementen op investeringen kunnen overheden ertoe helpen brengen preventief te investeren in oplossingen, in plaats van de portemonnee te trekken nadat het is misgegaan.

Scope herzien
Zoals nu nog vaak het geval is. De tool van Arcadis zorgt voor het benodigde inzicht, bijvoorbeeld door baten te kwantificeren en toe te wijzen aan de verschillende stakeholders. “Een uitkomst van de analyse kan zijn dat de scope van een project moet worden herzien om het financieel haalbaar te maken.”

Bij het ontwerpproces betrekt Arcadis een financieel deskundige, legt Schellekens uit, om ontwerp en financierbaarheid te matchen. Dit doet denken aan de gevolgde strategie in projecten in drie Aziatische steden (het Nederlandse programma Water as Leverage) waarin ontwikkelingsbanken vanaf begin tot eind worden betrokken om tot haalbare, uitvoerbare maatregelen te komen. Financieel deskundigen van de banken participeren in de totstandkoming van ontwerpstudies door te adviseren over de financiële haalbaarheid van ontwerpvoorstellen.

Wie de cashflow uiteindelijk verzorgt, verschilt per geval, zegt Schellekens. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat het mkb in een stad een grote baathebbende van maatregelen is. Maar een grote groep kleine bedrijfjes beschikt niet zomaar over investerend vermogen. “De gemeente kan dan bijvoorbeeld voorinvesteren en via een vorm van belastingheffing aan de baathebbende het geld over een bepaalde termijn terugkrijgen.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Leuk artikel en een relevant onderwerp. Omdat hier inderdaad vaak niet goed over nagedacht wordt. Dit ziet er goed uit. Ik heb nog wel een overweging. De methode kan ook afhangen van wat je precies wil berekenen. Er wordt hier uitgegaan van een situatie waarin alle metingen een waarde zouden moeten hebben. Als ik naar figuur twee, drie en vijf kijk, ziet dit er meer uit als een scheve distributie met een hoop extra nullen. Ik denk dat dat zeker kan voorkomen, vooral bij microverontreinigingen.
Niet alle plekken worden bijvoorbeeld beïnvloed door emissiebronnen. Mogelijk wil je dan alleen de gemiddelde concentratie van alle metingen waar de verontreiniging ook echt aanwezig is. Dan zou een methode waar je de verdeling schat, en daarmee het aantal nullen vaststelt, en alleen een gemiddelde waarde aan een deel van de metingen (de niet-nullen) geeft, nauwkeuriger zijn voor het gemiddelde. Ook als je de fractie waar iets gemeten is wil weten, zou dit handig zijn. Ik vraag me af of deze aanpak ook gebruikt wordt.
Uitstekende aanvullingen Jos. Er is een "gesprek" ontstaan dat de toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland kan vormgeven. Na Ozon-Actieve Kool Filtratie (AKF) en na UV/H2O2-AKF is het drinkwater microbiologisch betrouwbaar; dat bewijzen respectievelijk Waternet en PWN dagelijks op hun drinkwaterproductielocaties. De conventionele coagulatie, flocculatie, sedimentatie en snelfiltratie kan inmiddels kosten- en milieuefficient vervangen worden door Suspended Ion eXchange (SIX), in-line coagulatie en ceramische membraanfiltratie. Ik heb er alle vertrouwen in dat de Nederlandse procestechnologen de meest ideale waterbehandeling voor de geselecteerde bron kunnen ontwerpen. In geval van een installatie met grote capaciteit kan er zowel direct drinkwater geleverd worden en kan de wateraccu in de Veluwe intelligent opgeladen worden - jouw idee is een verdere uitwerking meer dan waard.
Het stromen van water door rioolbuizen heeft slijtage ten gevolg in met name de BOB (binnen onderkant buis).
Deze slijtage is een gevolg van het schuren en heeft plaats bij alle materialen. Alleen zachtere materialen slijten sneller als hardere materialen. Een logische verklaring voor aanwezigheid van microplastics bij RWZI's lijkt me.
Een groot deel van de transportleidingen van afvalwater in Nederland zijn kunststoffen: PE, PP en PVC.
Beste Herman van Dam en Jos Peters,
Boeiende discussie, waarvan ik denk dat ieders mening redelijk is, dus een waarheid-in-midden benadering zou een kans kunnen zijn en wellicht het onderzoeken waard. Suggesties zijn:
1) water infiltreren op de lage flank van de Veluwe, b.v. het Apeldoorns kanaal heeft nu ook een infiltrerende werking, nabij dit kanaal an een waterwinning wellicht wel zonder negatieve invloed op Veluwe massief te veroorzaken.
2) water gebruiken dat in wintermaanden uit de sprengen stroomt ook op de flank van de Veluwe, zodat sprengen blijven stromen en laaggelegen beken een redelijk debiet behouden (al is het debiet dan lager dan huidig).
vriendelijke groet, Gerrit Schouten (hydroloog en geboren op de oost-Veluwe)
Moeten we ons al zorgen gaan maken om het oppervlaktewater?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.