De grondwaterstanden zijn op de hoger gelegen gebieden in het oosten en zuiden van Nederland laag tot zeer laag. Daar komt pas op zijn vroegst na een natte winter verandering in, verwacht Deltares. Ook als er deze zomer flink wat neerslag valt.

Het onderzoeksinstituut heeft met behulp van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) prognoses gemaakt voor de grondwaterstanden in de komende zomer. Het uitgangspunt zijn drie weerscenario’s: droog, gemiddeld en nat. “In alle scenario’s blijft het relatief droog op een deel van de hoge zandgronden”, zegt Dimmie Hendriks, onderzoeker grondwater en droogte bij Deltares. “Dus ook bij een natte zomerperiode.”

Dimmie Hendriks DeltaresDimmie Hendriks

Flink neerslagtekort
Dat zagen Hendriks en haar collega’s al aankomen, omdat de grondwatervoorraden in deze gebieden begin dit jaar onvoldoende zijn aangevuld. Na een vrij natte winter is het voorjaar tot nu toe relatief droog; zowel in maart als april was sprake van een flink neerslagtekort. Vooral in delen van Oost-Nederland zoals de Hondsrug en Sallandse Heuvelrug en in delen van Limburg en Noord-Brabant zijn de grondwaterstanden op dit moment laag tot zeer laag. De grondwaterstanden staan er hier slechter voor dan in 2018 in dezelfde periode. Hendriks: “Deze gebieden hebben echt een flink natte winter nodig om weer goed aangevuld te worden.”

De Veluwe kleurt eveneens rood, maar hier geldt volgens Hendriks een andere situatie. “Dit gebied heeft een zeer dikke onverzadigde zone waar de grondwaterstanden altijd heel laag staan. Midden op de Veluwe heeft een daling van een of twee meter niet veel impact op het watersysteem. Aan de randen en in omliggende gebieden kan het effect van de lage grondwaterstanden op de Veluwe wel merkbaar zijn.”

Verwachte grondwaterstanden in zomer 2019 Deltares

Modelsimulaties - gemaakt op 1 mei 2019 – voor de te verwachten grondwaterstanden in de zomer (boven) en aan het begin van het najaar (onder) volgens drie scenario’s: een droog (links), een gemiddeld (midden) en een nat 2019 (rechts). Zelf bij het natste scenario blijven de grondwaterstanden in hooggelegen gebieden laag. (Bron: Verkennende berekeningen met LHM, uitgevoerd door Deltares)

Herstel bij natte winter
Wat gebeurt er als in de komende winter wel veel neerslag valt? De Deltares-onderzoeker vindt dat lastig in te schatten. “Als Nederland een goede natte winter krijgt, denk ik dat de grondwaterstanden in de hooggelegen gebieden zich kunnen gaan herstellen. Daar hoopten waterbeheerders en watergebruikers afgelopen winter natuurlijk ook al op, maar dat viel tegen.”

Hendriks verwacht dat het voor de landbouw de komende maanden weer lastig kan worden, zeker als het weinig regent. “Afgelopen jaar is natuurlijk al extra grondwater onttrokken, onder meer voor beregening van gewassen en voor drinkwater. Dat kan weer nodig zijn. Dus het is wellicht nu het moment om ook over andere oplossingen na te denken en die uit te voeren.”

Lokaal water vastgehouden
Veel waterschappen zijn al sinds de winter bezig met hoe zij lokaal meer water kunnen vasthouden. Hendriks: “Zo zijn stuwen opgezet en heeft Waterschap Rijn en IJssel een soort ballen uitgedeeld die boeren in duikers kunnen stoppen. Ik kan echter op dit moment niet goed beoordelen of zulke maatregelen ook voor grote gebieden effect hebben.”

Hendriks wil er nog wel aan toevoegen dat het verhaal niet voor heel Nederland geldt. “In de lagergelegen delen kan water worden aangevoerd. Daar spelen bij droogte vooral de problemen van indringing van zout water en uitdroging van veenweidegebieden en veendijken. De uitdroging van veenweidegebieden gaat gepaard met het versnellen van de bodemdaling, wat kan leiden tot verzakkingen.”

Droogtevoorspellingen per seizoen
Naast een prognose van de toestand van het grondwater is het volgens Hendriks interessant om meer inzicht te krijgen in wat Nederland verder te wachten staat deze zomer. Zij wijst erop dat op Europees niveau een instrumentarium wordt ontwikkeld waarmee droogtevoorspellingen per seizoen kunnen worden gedaan, onder andere in het Horizon 2020 IMPREX-project. “Dat instrumentarium willen we vertalen naar de Nederlandse situatie, bijvoorbeeld om een inschatting te maken van de afvoer in de grote rivieren. Wij bekijken de komende weken of we op basis hiervan al iets over deze zomer kunnen zeggen. Dit is een aanvulling op de prognoses van de grondwatervoorraad met het LHM op basis van historische jaren.”

Handelingsperspectieven in kaart
Momenteel werkt een consortium van onderzoekers van onder andere Deltares, KWR en KnowH2O in opdracht van de provincies in de zuidelijke, oostelijke en centraal zandgebieden van Nederland aan een analyse en evaluatie van de droogte van 2018, met een doorkijk naar 2019. De provincies hebben de opdracht verstrekt in samenwerking met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, terreinbeherende organisaties (TBO's) en regionale waterbeheerders.

Hendriks licht toe: “In dit project gaan we kijken naar handelingsperspectieven voor de korte en lange termijn van provincies, waterbeheerders, agrariërs en TBO’s. Dat gebeurt op basis van integratie van veldmetingen en modelberekeningen. De vraag is: kan het waterbeheer anders worden gericht, zodat ons land beter bestand is tegen aanhoudende droogte? Zo zijn de hooggelegen gebieden nu nog sterk gericht op waterafvoer. Wij willen bekijken of in sommige gebieden water kan worden vastgehouden zonder dat dit bijvoorbeeld tijdens een hoosbui een risico oplevert. De eerste tussenresultaten van het project verwachten we in juni.”

 

MEER INFORMATIE
Deltares over voorbereiding op warme en droge zomer
STOWA-inventarisatie van aanpak waterschappen
Eerste resultaten van beleidstafel droogte
LCW over lage grondwaterstanden

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!