Versterk de Markermeerdijk bij Uitdam in plaats van die te verplaatsen, is het advies van deltacommissaris Wim Kuijken. De hoge kosten zijn te rechtvaardigen door het cultuurhistorische karakter van de locatie.

De Markermeerdijk bij het Noord-Hollandse dorp Uitdam is al jarenlang een hoofdpijndossier voor de bestuurders in het gebied. De eeuwenoude dijk is afgekeurd, omdat deze onvoldoende bescherming biedt aan de 1,2 miljoen mensen die erachter wonen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kwam met het plan van een buitenwaartse versterking met een asverschuiving. De dijk zou hierdoor een aantal meters worden verplaatst.

Het plan viel niet in goede aarde bij de bewoners. Zij vinden dat het unieke karakter van hun dorp geweld wordt aangedaan. Er ontstond een patstelling. Om die te doorbreken is Wim Kuijken in februari gevraagd om zich als onafhankelijke 'wijze man' over de materie te buigen. De deltacommissaris publiceerde gisteren zijn richtinggevende advies.

Kuijken komt met een maatwerkoplossing, zoals hij het noemt. Hij adviseert om de dijk zonder asverschuiving te versterken. Kuijken stelt een golfbrekende berm aan de buitenzijde voor. Aan de binnenzijde krijgt de dijk constructieve versterking met nagels en indien nodig een stukje damwand. Daarmee biedt de dijk maximale bescherming, terwijl de impact van de maatregelen minimaal is.

Het nadeel van deze oplossing zijn de veel hogere kosten vergeleken met verplaatsing van de dijk. De ervaring leert dat een constructieve variant in de regel twee keer zo duur is als een grondvariant, aldus Kuijken. De eerste kostenschatting laat volgens hem zien dat dit ook hier het geval is. Hij vindt de extra kosten voor deze specifieke locatie goed te verantwoorden en daarmee proportioneel, vooral vanwege het behoud van het waardevolle ensemble van water, dijk en bebouwing.

Kuijken heeft alle partijen intensief bij het advies betrokken. Ook dacht een onafhankelijk expertteam mee over de beste manier om de dijk te versterken. Volgens de deltacommissaris bestaat er draagvlak voor zijn advies bij de vertegenwoordigers van bewoners, gemeente en provincie.

Lees hier het advies.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!