Het Centre of Expertise Water Technology (CEW) in Leeuwarden krijgt dit jaar een extra bijdrage van een miljoen euro van het kabinet. Het geld wordt vooral besteed aan het vergroten van de kennis op het terrein van watertechnologie bij hbo-docenten.

Het CEW kreeg het nieuws afgelopen weekend te horen van Sharon Dijksma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Directeur Martijn Bijmans is er blij mee. “Het zat al een beetje in de pen, maar ik ben toch aangenaam verrast. Het miljoen extra bewijst dat we sinds de oprichting in 2011 goed werk hebben geleverd.” Het gaat in eerste instantie om een eenmalig bedrag voor 2017, vertelt Bijmans. “Het hangt van het nieuwe kabinet af of er vervolgfinanciering komt. Wij besteden het geld vooral aan het vergroten van de inhoudelijke kennis van docenten op het terrein van watertechnologie. Zij krijgen meer inzicht in de bedrijven die in de watersector actief zijn.”

In het CEW werken de hbo-instellingen Van Hall Larenstein en NHL Hogeschool en het bedrijfsleven samen bij het opleiden van hbo’ers op het gebied van watertechnologie. Ook ondersteunt het CEW innovatieve bedrijven met onder meer laboratoriumfaciliteiten. “We hebben een faciliterende rol”, zegt Bijmans. “Ons doel is een brug te slaan tussen bedrijfsleven en hbo-onderwijs. Want de rol van hogescholen in de watersector is nog onderbelicht, vergeleken met die van universiteiten.”

In de afgelopen vijf jaar heeft het CEW zo’n honderd innovatieve onderzoeksprojecten ondersteund. Hierbij zijn jaarlijks twintig à dertig hbo-studenten betrokken. Bijmans: “We helpen bedrijven bij het oplossen van hun problemen die met water te maken hebben. Wij zijn nu bijvoorbeeld bezig met een project om spuiwater in de glastuinbouw te zuiveren. Op de markt zijn daarvoor weinig betaalbare technologieën beschikbaar. We praten met techniekproviders over mogelijke oplossingen en testen die met studenten. De bedoeling is om in een jaar tijd van idee naar marktklare techniek te komen.”

Het CEW ontplooit tot nu toe vooral activiteiten in Friesland. De bedoeling is om de vleugels landelijk uit te spreiden, aldus Bijmans. “We willen ons ontwikkelen naar een nationaal centrum, omdat er in Nederland geen vergelijkbaar expertisecentrum op het gebied van valorisatie van watertechnologie is. Hierbij werken wij samen met de drie lectoren voor watertechnologie in het hbo. Ook kijken we over de grens. Buitenlandse bedrijven zijn erg geïnteresseerd in het Nederlandse innovatiemodel.”

Bekijk een video over het project met spuiwaterzuivering.

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!