0
0
0
s2sdefault

De Algemene Waterschapspartij (AWP) gaat zich naast de waterschappen ook richten op het provinciale bestuur. Een ruime meerderheid van de leden heeft zich uitgesproken voor verbreding van de scope. De partij wil in 2023 in ‘minstens vijf provincies’ meedoen aan de provinciale verkiezingen. 

Met de verbreding richt de AWP zich als eerste politieke partij op het ‘regionale middenbestuur’. De partij stelt vast dat in de regionale politiek waterschappen en provincies elkaar steeds vaker tegenkomen en dat ze moeten samenwerken in projecten die te maken hebben met ruimtelijke ordening. Daarbij zijn klimaat en water cruciale en sturende factoren, aldus de partij. Met de komst van de Omgevingswet wordt de samenwerking met de provincies nog belangrijker, stelt Hans Middendorp, vicevoorzitter van de AWP.

Ron van Megen 180 vk Ron van Megen“We zien dat waterschappen en provincies elkaar steeds meer opzoeken op de thema’s water, klimaat en leefomgeving”, zegt bestuursvoorzitter Ron van Megen. “Wie water zegt, zegt ook klimaat. Droogte en hoosbuien wisselen elkaar steeds sneller af, en de manier waarop we met het water omgaan in Nederland moet echt anders in de nabije toekomst.”

Provincies
In welke provincies de partij een gooi gaat doen naar zetels in het provinciale bestuur, is nog niet duidelijk. Maar het ligt voor de hand, zegt Van Megen, dat dat gaat gebeuren in de regio’s waar de partij nu sterk is vertegenwoordigd. Dan heb je het over het westen en het zuiden, aldus de voorzitter. Daar is de animo voor verbreding van de scope ook het grootst.

Door ook actief te worden in de provinciale politiek verwacht de partij aantrekkelijker te worden voor nieuwe leden, wat zou kunnen leiden tot versterking van de partij in andere regio’s. Van Megen: “Dat kan leiden tot groei in provincies waar we nog niet zo sterk zijn.” Daarbij stelt de partij dat ze aantrekkelijk is voor kiezers die klimaataanpak belangrijk vinden. “De AWP geeft aan die mensen nu een stem. Onze politieke kleur is het groenblauw van water.”

Met de verbreding van de koers neemt de partij geen afstand van de waterschappen, zegt Van Megen. Zomin de partij voorsorteert op een samengaan van beide bestuurslagen. “We hechten erg veel belang aan de zelfstandigheid van de waterschappen, ze hebben een heel belangrijke taak.”

Teams
Met het besluit de scope te verbreden, moet de partij zich organisatorisch gaan voorbereiden op twee verkiezingen. Theoretisch is het eenvoudig, zegt Van Megen. “We zijn al een bestaande partij.” Maar in de praktijk betekent dat meer werk moet worden verricht en ook dienen mensen zich te gaan toeleggen op het provinciaal bestuur. “We gaan beginnen met teams.”

Ook gaat de partij zich buigen over een nieuwe slogan. De huidige payoff 'AWP niet politiek wel deskundig' verdwijnt. “Samen voor Water & Klimaat’ zou een goede verkiezingsleus zijn, omdat het laat zien waar de AWP voor staat”, schrijft de partij in een persbericht.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.