Dood hout in het water, een strook bomen langs de oever of het behoud van blokken vegetatie. Bescheiden ingrepen in beken en beekdalen kunnen het ecologisch functioneren ten goede komen. Maar in welke mate en onder welke omstandigheden? Van 2014 tot 2021 testten de waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta, Provincie Noord-Brabant en Wageningen Environmental Research verschillende maatregelen in het veld.

Door Eric Burgers

Een meer natuurlijk, dynamisch beeksysteem kan mens en milieu op allerlei manieren een dienst bewijzen. Meer variatie in stroomsnelheid leidt bijvoorbeeld tot een betere zuurstofhuishouding. Bepaalde typen vegetatie helpen bij het verwijderen van meststoffen. Stroken bos langs de oever vangen van landbouwgrond afkomstige stoffen af en creëren met hun schaduw relatief koele leefgebiedjes tijdens snikhete zomers. Natuurlijk functionerende beken houden water vast en brengen het gedoseerd stroomafwaarts, een troef in de omgang met droogte.

Om dergelijke redenen hebben waterbeheerders steeds meer aandacht voor de ecologische kwaliteit van hun beekdalen. Grootschalige herstelmaatregelen zoals het opnieuw laten meanderen van rechtgetrokken waterlopen zijn vanwege ruimtegebrek of hoge kosten echter lang niet altijd en overal mogelijk. Kleinschalige interventies die goed aansluiten op aanwezige natuurlijke processen bieden dan wellicht soelaas. Hoewel hiervan voorbeelden zijn in de wetenschappelijke literatuur, was er in Nederland nog weinig praktische kennis opgedaan. Zes jaar experimenteren heeft daar verandering in gebracht.