Karin Sluis, senior adviseur en voormalig directeur van Witteveen+Bos, is uitgeroepen tot TU Delft Alumnus van het Jaar 2021. Rector magnificus Tim van der Hagen heeft de bijbehorende onderscheiding aan Sluis overhandigd

Karin Sluis 180 vk Karin SluisVolgens Van der Hagen levert Sluis een enorme bijdrage aan het werkveld van de civiele techniek. "Vanuit haar visie op infrastructuur en de leefomgeving heeft ze grote invloed op de ontwikkeling van ons land en daar draagt ze hier middels belangrijke functies in het publiek domein rechtstreeks aan bij. Het meisje dat ooit geïnspireerd werd door een poster van de Golden Gate Bridge is inmiddels een rolmodel van formaat. Ze inspireert velen in haar werkveld en stimuleert hopelijk ook vele jongeren om een ingenieursstudie op te pakken. Wij zijn enorm trots op onze nieuwe Alumnus van het Jaar.”

De TU Delft reikt sinds 2011 samen met het Universiteitsfonds Delft de prijs ‘Alumnus van het Jaar’ uit aan alumni die hun sporen hebben verdiend in de wereld van innovatie en onderzoek. De winnaars krijgen een plaquette op de Alumni Walk of Fame op de campus van de TU Delft. 

Sluis studeerde civiele techniek en specialiseerde zich in de waterbouwkunde. Na haar afstuderen in 1989 trad ze in dienst bij Witteveen+Bos als specialist stedelijke waterhuishouding. In de loop der jaren vervulde zij verschillende leidinggevende functies op het gebied van water, infrastructuur, milieu en bouw. 

In 2013 werd ze algemeen directeur. In die rol maakte zij zich onder meer hard voor verdere internationalisering, teneinde de waterexpertise van het Witteveen+Bos wereldwijd in te kunnen zetten en zette ze duurzaamheid op de agenda, gekoppeld aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Ze trad in oktober 2020 terug als directeur en richt zich sindsdien als senior adviseur onder meer op het ontwikkelen van nieuwe business rond duurzame beleggingen.

Sluis is daarnaast lid van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), bestuurslid van het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen van NWO en lid van de Raad van Toezicht Saxion Hogescholen. In 2015 werd ze tijdens de InfraTech beurs voor infrastructuur door vakgenoten uitgeroepen tot meest krachtige persoon in de infrasector. In 2018 kreeg ze de titel European CEO of the Year 2018, onder meer vanwege haar inzet voor de duurzame ontwikkelingsdoelen in alle projecten en activiteiten van Witteveen+Bos.

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!