secundair logo knw 1

Plaatsing van een bermstuw in Beesel, met wethouder Marcel Roelofs (m.) en waterschapsbestuurder Har Frenken (r.) I foto: Waterschap Limburg

In de strijd tegen verdroging gaat Waterschap Limburg stuwen in bermsloten van gemeenten plaatsen. De gemeente Beesel heeft de primeur met negen bermstuwen. Ook wordt het aantal boerenstuwen flink uitgebreid.

Het waterschap heeft meer dan drieduizend kilometer aan beken en watergangen, maar de 31 Limburgse gemeenten hebben een veelvoud daarvan. Het is dan ook een logische gedachte om hen te betrekken bij het langer vasthouden van water, vindt dagelijks bestuurder Har Frenken van Waterschap Limburg. “De gemeenten hebben vooral diepe of ondiepe bermsloten die uiteindelijk afwateren in sloten van het waterschap. Het heeft een grote meerwaarde om hier vaste stuwen te plaatsen. Dit helpt echt tegen verdroging.”

Har FrenkenHar Frenken

Het gaat bij zo’n bermstuw om een standaard model met aluminium schotten. Het waterschap betaalt de stuw, terwijl de gemeente daarna verantwoordelijk is voor bediening en onderhoud. Een gemeente heeft er volgens Frenken amper omkijken naar. “Zo zijn de meeste bestaande stuwen al sinds 2018 niet meer verlaagd.”

Primeur voor Beesel
De gemeente Beesel heeft de primeur in Limburg en misschien zelfs in Nederland. Hier zijn negen stuwen geplaatst. De eigen pot voor klimaatadaptatie was op, dus de gemeente zocht naar andere oplossingen. Frenken: “Er werd enthousiast gereageerd toen we voorstelden om stuwtjes te plaatsen. De wethouder zei: ‘We zijn niet gewend om vanuit wateroogpunt te kijken naar de eigen infrastructuur.’ Er liggen voor gemeenten veel kansen om tijdelijk water te parkeren in onder meer bermsloten en tuinen. Dit is een issue in onze provincie, omdat Limburg op de derde plek staat wat betreft stedelijke verharding.”

Beesel heeft een beetje gediend als proefkonijn. “We hebben kunnen kijken hoe het werkt. Welke afspraken maak je met elkaar? Dat valt erg mee.” Nu een schaap over de dam is, verwacht Frenken dat er snel meer volgen. “We richten ons in eerste instantie op de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg, omdat verdroging daar een grotere rol speelt dan in Zuid-Limburg. Het voordeel voor een gemeentebestuur is dat die hiermee aan inwoners kan laten zien dat de gemeente maatregelen in verband met klimaatadaptatie neemt.”

Extra boerenstuwen
Waterschap Limburg gaat ook het aantal stuwen in sloten van boeren uitbreiden. Er zijn in het verleden al 1.500 boerenstuwen geplaatst in verband met het strenge beregeningsbeleid dat het waterschap hanteert. Daar komen nu nog in totaal 800 stuwen bij. In eerste instantie zet het waterschap 200 extra boerenstuwen in vooral Midden-Limburg neer.

Het plaatsen van bermstuwen en extra boerenstuwen maakt onderdeel uit van het omvangrijke pakket aan droogtemaatregelen dat het waterschap al sinds jaren heeft. De vele stuwen hebben in combinatie met peilgestuurde drainage hun waarde bewezen. “Het water liep niet weg tijdens de flinke buien van de afgelopen weken”, zegt Frenken. “Ook in het voorjaar hebben de bestaande stuwen zich bewezen. We denken dat mede daardoor de grondwaterstanden zich snel konden herstellen na de droge zomer en winter van 2019.”

Het waterschap heeft samen met de Provincie Limburg eerder dit jaar de Limburgse Integrale Watersysteem Analyse (LIWA) gepresenteerd. Hierin staan negen effectieve maatregelen voor de langere termijn die zorgen voor een klimaatrobuust watersysteem. Eentje daarvan is dat boerenstuwen jaarrond op 50 centimeter onder maaiveld zijn ingesteld. Frenken: “Dit gaan we deze winter bespreken, maar operationeel zijn we er al mee bezig.”

Handelingsperspectief door Waterbalans
Waterschap Limburg is momenteel een cijfermatige Waterbalans aan het maken. “Om goed te kunnen sturen op droogte zijn data nodig”, licht Frenken toe. “Er valt jaarlijks 1,7 miljard kubieke meter aan regen in Limburg, terwijl naar schatting 250 miljoen kubieke meter water aan de grond wordt onttrokken. Waar blijft de rest? Er zijn veel onttrekkingen uit grond- en ook oppervlaktewater waarop we nog geen zicht hebben.”

Dit geldt onder meer voor particuliere grondwaterputten waar niet meer dan tien kubieke meter per uur wordt opgepompt. Voor zulke putten is geen vergunning nodig. “Deze grondwaterputten nemen een enorme vlucht. We hebben aan de hand van ervaringen in Noord-Brabant berekend dat particulieren bijna tien miljoen kubieke meter water per jaar onttrekken aan de grond. We denken nu aan een meldingsplicht voor bedrijven die grondwaterputten maken. Dat geeft ons een beter inzicht in wat er aan de hand is.”

Frenken verwacht veel van de exercitie. “Als wij een totaalbeeld hebben, denk ik dat we de omgeving beter meekrijgen bij maatregelen tegen droogte en wateroverlast. Dan kunnen we een duidelijk handelingsperspectief bieden aan onder andere gemeenten, bedrijven en inwoners.”


MEER INFORMATIE
Waterschap Limburg over bermstuwen in Beesel 
H2O-bericht over maatregelen i.v.m. LIWA
 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Is er een directe link naar de uitspraak beschikbaar? Ik vind de volgend passage van jullie artikel bijzonder verwoord: "Behalve over het gebruik van chemicaliën in het koelwater ging de rechtszaak ook over de voorwaarden van het waterschap voor lozingen in geval van onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan installaties. Maar toestemming vooraf vond de rechter te ver gaan en een zogenoemde immissietoets (welke stoffen zitten erin) niet effectief." Lijkt me namelijk zeker niet in lijn met geldend waterkwaliteitsbeleid en ook niet met het oog op de uitspraak m.b.t. de tijdelijke achteruitgang. Wanneer een activiteit, en daarmee de lozing, invloed heeft op de waterkwaliteit is het uitgangspunt dat de impact van te voren bepaald en onderbouwd moet worden. Indien dit leidt tot een verslechtering van de situatie, moet voor de impactsbeoordeling (van een industriële lozing) het Handboek Immissietoets gebruikt worden om de impact te bepalen. 
Falend management is de reden niet de organisatorische complexiteit. En bij definitief splitsen komt er nog extra bestuurlijke complexiteit bij van publieke organisaties die moeten -maar slecht kunnen- samenwerken.
Aangezien de burger de rekening krijgt is het makkelijk om een beslissing te nemen. Lekker uit elkaar en opnieuw beginnen met een schone lei. Op naar het volgende wanbeleid. Men voelt zich niet aansprakelijk. 
Dag Manfred, 
kijk eens op www.pathema.nl 
Dat bedrijf levert al jaren apparatuur voor chemievrije koelwaterbehandeling. Ook bij grotere bedrijven. Niet zo groot als bij Chemelot waarschijnlijk, maar meer dan voldoende bewezen. Het principe is cavitatie, dus geen chloorelektrolyse. Voor de duidelijkheid, ik heb geen relatie met dit bedrijf.Jan Koning
Kijk dat is onderzoek met resultaat. Is het mogelijk dit naar de EU cie-leden te sturen die besluiten over toepassing drijfmest en Renure ipv Kunstmest -N. Toch flikken ze het om de norm voor Kunstmest- N hoog te houden. In Nederland is in vele onderzoeken en metingen aangetoond dat in de derogatiegebieden de NO3 gehalten veel lager zijn dan de de norm EN lager dan in niet derogatie gebieden!