Alweer een zomer waarin de droogte toeslaat. Al vroeg in het voorjaar moest drinkwaterbedrijf Vitens nieuwe leidingaansluitingen voor bedrijven weigeren omdat drinkwaterlevering niet gegarandeerd kon worden. Door klimaatverandering neemt de beschikbaarheid van zoetwater af, en tegelijk neemt de vraag toe, zo signaleren Marike Bonhof en Bert Boerman. Bonhof is directeur van Vitens, dat een groot deel van Oost-Nederland van drinkwater voorziet, en Boerman is gedeputeerde in de provincie Overijssel, met water en klimaatadaptatie in zijn portefeuille. Aan welke kranen kunnen ze draaien om de problemen te verminderen? Een tweeluik.


door Mirjam Jochemsen


EEUWIGE BRONNEN CREËREN

bert boerman staand Bert BoermanWat is de provinciale rol in de drinkwatervoorziening?
"Het duurzaam in stand houden van de drinkwatervoorziening voor is een wettelijke taak van ons. Maar zoetwaterbeschikbaarheid is ook van belang voor natuur en landbouw, ook daarvoor zijn we verantwoordelijk. Ons grondwatersysteem is niet onuitputtelijk, en oppervlaktewater is niet overal en altijd vanzelfsprekend beschikbaar. Daarmee worden we steeds indringender geconfronteerd. We moeten echt de zoetwaterbeschikbaarheid vergroten!

In onze rol van strategische beleidsbepaler voor de fysieke ruimte willen we water en bodem leidend laten zijn. Al in 2015 hebben we met vele regionale partners het waterbeleid uitgezet in ‘Zoetwatervoorziening Oost-Nederland’ (ZON). En vorig jaar hebben 67 partners zich achter de tweede fase van ZON geschaard. De overeenkomst bevat afspraken over de organisatie, de financiering en de rapportage van maatregelen.

Daarnaast zijn we als gezamenlijke provincies, met onze partners, geregeld met het Rijk in gesprek over de zoetwaterproblematiek.

Wat is de essentie van de aanpak?
Vroeger deed een druppel water er 9 dagen over om via de Vecht in het IJsselmeer te belanden, tegenwoordig doet diezelfde druppel er nog maar 9 uur over! Hadden we voor wateroverlast decennialang de trits vasthouden-bergen-afvoeren, voor de aanpak van droogte moeten we naar een nieuwe trits: sparen-aanvoeren-accepteren/adapteren. Anders gezegd: spaarzaam watergebruik en zelfvoorzienendheid zijn het startpunt, aanvoer van water uit het hoofdwatersysteem of de grondwatervoorraad is aanvullend, en soms zal een tekort aan zoetwater moeten worden geaccepteerd.

ZON is vooral gericht op het beter laten infiltreren van regenwater in de ondergrond, en op de Sallandse Heuvelrug experimenteren we met het prijswinnende concept ‘De Eeuwige Bron’: we richten het watersysteem volledig in op infiltratie en opslag in de zandige ondergrond. Het neerslagoverschot in de winter kunnen we zo benutten om zomertekorten aan te vullen.

Behalve ruimtelijk ordenaar zijn we trouwens ook de grootste aandeelhouder van Vitens; ook langs die weg hebben we nauw contact met elkaar en goed inzicht in wat er wederzijds gebeurt."

'We moeten naar een efficiëntere grootschaliger winning en distributie'

De enorme woningbouwopgave en de energietransitie zijn in dit verband wel een extra uitdaging.
"Zeker! De woningbouw betekent een verdere stijging van de watervraag en drukte in de ondergrond. Die drukte wordt nog versterkt door de energietransitie. Boringen in (beschermende) bodemlagen voor geothermie, warmtenetten in de buurt van waterleidingen, allemaal extra risico’s voor ons drinkwater. Voor een onderbouwde en gestructureerde belangenafweging gebruiken we de ‘ladder van de ondergrond’, die aangeeft in welk gebied welk belang het zwaarste weegt. Daarbij moeten we naar een efficiëntere grootschaliger winning en distributie, rekening houdend met de toenemende drukte in de bodem. De structuur van het huidige waterleidingnet draagt nog de sporen van de kleinschalige winningen in het verleden."

Uw belangrijkste boodschap?
"We moeten echt water besparen om de vraagstijging te beperken. Elke druppel die we minder gebruiken, hoeven we niet te winnen. En ten tweede: we moeten met elkaar kijken naar innovatieve oplossingen om de productiecapaciteit structureel uit te breiden door water beter vast te houden. Eeuwige bronnen creëren!"


GROTER EN SNELLER

Marike Bonhof staand Marike BonhofNieuwe bedrijfsaansluitingen weigeren, dat is niet niks. Is het een incident, of een symptoom van een trend?
"In de komende tien jaar gaan we in Nederland bijna een miljoen nieuwe woningen bouwen. Ongeveer 400.000 daarvan komen in het voorzieningsgebied van Vitens. De drinkwatervraag gaat daarmee fors omhoog. De ministers Hugo de Jonge en Mark Harbers zeggen: ‘We gaan zeker klimaatadaptief bouwen en rekening houden met de waterveiligheid.’

Maar de drinkwatervoorziening dreigt daarbij vergeten te worden. Droogte, daar zijn we te weinig op voorbereid. Drinkwater is niet meer vanzelfsprekend, de levering ervan staat onder druk. Het is nodig dat we de waterbeschikbaarheid vergroten door water beter vast te houden en alleen te gebruiken waar en wanneer nodig. En we moeten drinkwater besparen, door er zuinig mee om te gaan en door watervriendelijk te bouwen. Elke druppel die we niet verbruiken hoeven we niet te produceren."

Watervriendelijk bouwen?
"Over een heel jaar genomen valt er genoeg regen, maar het valt ongelijk verdeeld en vooral in de periode dat we het het minst nodig hebben, in de winter. Op systeemniveau doen de waterschappen al veel om water vast te houden, maar ook lokaal kan er meer. Alleen al bij Vitens zal in de komende tien jaar het investeringsniveau verdrievoudigen. Een deel van die investeringen zou niet nodig zijn, als we lokaal meer water opvangen en het beschikbare drinkwater alleen inzetten waar het echt nodig is. Voor het spoelen van het toilet of het sproeien van de tuin kunnen we prima regenwater of grijs (gerecycled) water gebruiken.

In België is het bij nieuwbouw al verplicht om hiervoor onder het huis een bassin aan te leggen dat ’s winters water opvangt als buffer voor de zomer. Het bespaart daar zo’n 40 liter drinkwater per persoon per dag. Nederland gaat de komende jaren bouwen, bouwen, bouwen. De Nota Klimaatadaptief bouwen komt eraan, en ook aanpassing van het Bouwbesluit. We moeten watervriendelijk bouwen daarin nú opnemen, anders missen we de boot."

'In het algemeen werkt het enorm remmend dat ons drinkwater eigenlijk heel goedkoop is'

Er wordt ook al jaren geëxperimenteerd met nieuwe sanitatie. Toch is dat nog steeds geen gemeengoed. U vertelt dit ongetwijfeld overal aan iedereen die het maar horen wil. Hoe wordt er dan gereageerd?
"Misschien vertellen we er te weinig over. Recent was ik te gast bij de Dutch Green Building Council, een club van vooruitstrevende koplopers in de bouwwereld. Die wachten niet op regelgeving, die steken hun nek uit. Ik vertelde er mijn verhaal en kreeg als reactie, ‘dat watervraagstuk, daar zijn we ons helemaal niet van bewust. Energietransitie, van het gas af: ja. Maar drinkwater? Nee, dat staat niet op onze agenda.’ We moeten echt wederzijds meer over de schutting kijken!"

De waterschappen zijn via de watertoets structureel betrokken bij de planning van bouwactiviteiten. Hoe zit dat met de drinkwatersector?
"Wij zijn een publiek uitvoeringsbedrijf. Bij gebiedsontwikkeling zitten we dus niet van nature aan tafel. Maar we voelen ons wel verantwoordelijk voor een duurzame drinkwatervoorziening. Dus we houden in de gaten wat er allemaal gebeurt in ons gebied en waar de grote bouwprojecten komen. Dan bellen we gewoon een wethouder op en bieden aan om mee te denken. De meeste gemeenten staan daar wel voor open.

Zo staat er nu in Nieuwegein een prachtig pilotproject op stapel voor watervriendelijke woningbouw. In het algemeen werkt het enorm remmend dat ons drinkwater eigenlijk heel goedkoop is. Dat maakt het voor projectontwikkelaars moeilijk om een rendabele buisinesscase te ontwikkelen. Maar we zijn een dief van onze eigen portemonnee als we het níet doen, want dan worden we straks geconfronteerd met hoge kosten."

En dan hebben we ook nog de energietransitie…
"Ja, dat maakt de planningsopgave niet eenvoudiger. Opwarming van het water in distributieleidingen door warmtenetten of warmte-koude-opslag geeft kwaliteitsrisico’s. Dat moeten we voorkomen. En voor geothermie moet je door bodemlagen boren die de grondwaterbronnen beschermen. Dat speelt dus op het niveau van gebiedsontwikkeling waarbij bodem en water volgens het nieuwe regeerakkoord sturend moeten zijn. Daar is de provincie aan zet. Die denkt ook zeker mee en overlegt ook met het Rijk. Daar ben ik wel blij mee: brancheorganisatie Vewin, de provincies en de gemeenten trekken steeds meer samen op, onderling en richting het rijk.

Er gebeuren echt wel dingen. Maar het moet groter en sneller. Drinkwater, dat moet je koesteren." 


LEES OOK
Zoetwatervoorziening Oost-Nederland
Pilotproject Nieuwegein
Werkprogramma ‘Wel goed water vasthouden’ 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!