Waterschap Vallei en Veluwe en drinkwaterbedrijf Vitens roepen de Tweede Kamer op om in het Bouwbesluit voorschriften op te nemen die ervoor moeten zorgen dat woningen ‘maximaal waterinclusief’ worden gebouwd. Beide partijen hebben de oproep vastgelegd in een pamflet dat gisteren werd overhandigd aan Tweede Kamerlid Chris Stoffer (SGP).

De overhandiging had plaats op de Regionale Klimaattop Vallei en Veluwe die het waterschap jaarlijks organiseert. In Wageningen lichtten dijkgraaf Marijn Ornstein van waterschap Vallei en Veluwe en directeur Jelle Hannema van Vitens de oproep aan de Kamer toe. Inzet van het waterschap en het drinkwaterbedrijf is om drinkwaterbesparing, hergebruik van water en het benutten van regenwater te stimuleren. Dat vraagt om ‘watervriendelijk’ bouwen van woningen en wijken en om dat te realiseren moet het worden verankerd in het Bouwbesluit met voorschriften.

Ornstein: “We staan voor de allergrootste woningbouwopgave die Nederland ooit heeft gekend. Daarom is het belangrijk dat we juist nú het signaal afgeven dat we waterinclusief moeten bouwen. Het is toch te gek dat we nog steeds onze wc’s doorspoelen met drinkwater van de allerhoogste kwaliteit.”

De dijkgraaf stelde dat het uitgangspunt dat water en bodem leidend moeten zijn, onder druk komt te staan nu de spanning oploopt door de enorme opgave om 900.000 woningen te bouwen tot 2030. “Wij willen met deze actie aandacht vragen voor die spanning”, zei de dijkgraaf, die stelde dat er al een reeks van bouwconvenanten is opgesteld. Prima, aldus Ornstein, maar wat ontbreekt is ‘een gelijk speelveld’ waarbinnen iedereen aan dezelfde bouwregels moet voldoen om waterinclusief te bouwen. Nu hebben ontwikkelaars het wenkende perspectief om dáár te bouwen waar de minst vergaande regels gelden.

Vitens
Vitens-directeur Hannema refereerde in zijn toelichting aan de watertransitie waar zijn drinkwaterbedrijf op inzet met de nieuwe strategie ‘Elke druppel duurzaam in 2030’. De transitie die moet leiden tot een robuust en klimaatbestendige watersysteem, vraagt ook om aandacht voor bewust watergebruik, zei Hannema. Daar heeft het drinkwaterbedrijf nooit op ingezet, maar Vitens vindt het belangrijk om dat nu wel te doen, aldus de Vitens-directeur. “Wij zeggen: je moet drinkwater alleen gebruiken voor die toepassingen waar je drinkwaterkwaliteit voor nodig hebt, zoals hygiëne, drinken, voedselindustrie. Gebruik ander water voor het besproeien van de tuin of voor het doorspoelen van het toilet.”

De SGP’er Stoffer toonde zich ontvankelijk voor de oproep van het waterschap en drinkwaterbedrijf om watervriendelijk bouwen wettelijk te borgen en beloofde zich in de Tweede Kamer samen met partijgenoot en Veluwebewoner Jaco Geurts in te gaan zetten voor aanpassing van het Bouwbesluit. Daarbij moet ook aandacht komen voor bestaande woningen, aldus het Kamerlid, dat de oproep kreeg overhandigd in de vorm van een toiletpot.

Ornstein en Hannema riepen andere partijen op om het pamflet te ondertekenen, om zo de oproep aan de Tweede Kamer te versterken. Jan Kadijk, manager Kennis en Innovatie bij Dutch Green Building Council gaf meteen gehoor aan die oproep en zette in Wageningen zijn handtekening onder het pamflet.

 

LEES OOK
H2O Actueel: Vitens: watertransitie gaat te langzaam

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!