0
0
0
s2smodern

Thermische energie uit afval- en oppervlaktewater kan in de toekomst voor een aanzienlijk deel in de Nederlandse warmtevraag voorzien. De nieuwe Aquathermie Viewer toont tot in detail de potentie op regionaal en lokaal niveau.

De interactieve kaart is een coproductie van onderzoeksinstituut Deltares, kenniscentrum STOWA en adviesbureau Syntraal. De viewer biedt op een toegankelijke manier inzicht in welke bijdrage aquathermie kan leveren aan de warmtetransitie. De basis hiervoor vormt een studie naar het nationaal potentieel van aquathermie door Deltares en CE Delft uit 2018. Er zijn ook resultaten voor kleine wateren opgenomen in de viewer.

Groot economisch potentieel
Volgens het onderzoek heeft thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) in 2050 een economisch potentieel van ongeveer 150 petajoule per jaar, ruim 40 procent van de totale toekomstige warmtevraag in de gebouwde omgeving van 350 petajoule per jaar. Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) gaat het om circa 56 petajoule. Beide vormen van aquathermie zijn nu opgenomen in de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Deze regeling is flink vernieuwd onder de afkorting SDE++. De eerste subsidieronde is in het najaar.

Gemeenten, waterbeheerders en andere partijen kunnen in de Aquathermie Viewer zeer gedetailleerd zien welke potentie TEO en TEA hebben. Dit wordt getoond op drie niveaus: regio, gemeente en wijk. Dat is handig voor gemeenten bij het maken van de startanalyse in het kader van hun transitievisie op warmte, die zij uiterlijk aan het eind van 2021 moeten opleveren.

WarmingUP
De viewer is een resultaat van het warmtecollectief WarmingUP onder leiding van TNO. Hieraan doen vanuit de watersector Rijkswaterstaat, STOWA, de Unie van Waterschappen en een aantal kennisinstellingen mee. Het doel is om collectieve warmtesystemen te ontwikkelen, die betaalbaar, duurzaam, betrouwbaar, praktisch uitvoerbaar en maatschappelijk aanvaardbaar zijn.

 

MEER INFORMATIE
Aquathermie Viewer
STOWA over de viewer
Bericht van Deltares
Onderzoek potentie aquathermie
TEO en TEA in SDE++
 

 

-advertentie-

 

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.