secundair logo knw 1

Een aantal waterschappen, waaronder Delfland, heeft zijn baggerwerkzaamheden opgeschort omdat er mogelijk PFAS-verbindingen in de bagger zitten. Ze doen extra onderzoek naar aanwezigheid van de toxische stof en wachten op de risicogrenswaarden voor de verbindingen. De Unie van Waterschappen verwacht medio april een besluit van het ministerie.

Hoogheemraadschap Delfland heeft de baggerwerkzaamheden al op 18 december stilgelegd. Uit voorzorg. “Aanleiding is de mogelijke aanwezigheid van PFOS in bagger”, schrijft het hoogheemraadschap op zijn website.

PFOS ofwel perfluoroctaansulfonzuur behoort tot de groep perfluoralkylstoffen (PFAS). Het vermoeden bestaat dat deze verbindingen op meerdere plekken in de grond zitten. PFAS zijn toxische stoffen die worden verwerkt in consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papier en in industriële producten zoals verf en blusschuim.

Normwaarden
Voor PFAS, waaronder dus ook PFOS, in grond en bagger zijn nog geen normwaarden opgesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat onderzoek loopt en de Unie van Waterschappen verwacht dat 'binnen enkele weken' de eerste onderzoeksresultaten beschikbaar zijn voor de vaststelling van de voorlopige risicogrenswaarden voor PFAS-verbindingen. Medio april neemt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op basis van dit onderzoek een besluit over de manier waarop met deze stoffen kan worden omgegaan, aldus de UvW.

Zolang de normen er nog niet zijn, geldt de zorgplicht, schrijft Delfland op zijn website. "Dit houdt in dat de bagger uit voorzorg niet wordt verplaatst totdat er beleid is.”

Dat geldt mogelijk niet voor alle watergangen in het werkgebied van Delfland. “De bagger in de watergangen die het meest dringend gebaggerd moeten worden, wordt aankomende week bemonsterd op de aanwezigheid van PFOS. De analyse duurt circa acht weken. Daarna bepalen wij de afzetlocatie.”

Rijnland en gemeenten
Het is niet de eerste keer dat watschappen aan de bel trekken vanwege PFAS. 
Hoogheemraadschap Rijnland riep vorig jaar mei de provincie Noord-Holland en de gemeente Haarlemmermeer op zich in te zetten voor een landelijk beleid voor PFAS in de bodem. Rijnland uitte in een bestuursrapportage zijn zorgen over de omvang van de PFAS-verontreiniging: "De normen kunnen leiden tot hogere kosten voor het baggerprogramma, zeker als de PFAS-problematiek groter is dan verwacht."

Enekele maanden later, in september, sloten zeventien Zuid-Hollandse gemeenten zich bij deze oproep aan. Zij vroegen staatssecretaris Stientje van Veldhoven landelijk beleid te ontwikkelen om verspreiding van perfluoralkylstoffen in de bodem tegen te gaan. De zeventien gemeenten hebben te maken met stagnatie en kostenstijging bij veel bouwprojecten door de mogelijke verontreiniging van de bodem met PFAS-verbindingen.

 

LEES OOK
Waterschappen doen extra onderzoek naar bagger

Zuid-Hollandse gemeenten willen landelijk beleid PFAS 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het CEC-programma van STOWA en NWO heeft een aantal technieken onderzocht. Bekijk dit filmpje over een combinatie van bio assay en massaspectrometer om verontreiniging snel te kunnen duiden uit de database: RoutinEDA
https://vimeo.com/712902086
Is er een directe link naar de uitspraak beschikbaar? Ik vind de volgend passage van jullie artikel bijzonder verwoord: "Behalve over het gebruik van chemicaliën in het koelwater ging de rechtszaak ook over de voorwaarden van het waterschap voor lozingen in geval van onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan installaties. Maar toestemming vooraf vond de rechter te ver gaan en een zogenoemde immissietoets (welke stoffen zitten erin) niet effectief." Lijkt me namelijk zeker niet in lijn met geldend waterkwaliteitsbeleid en ook niet met het oog op de uitspraak m.b.t. de tijdelijke achteruitgang. Wanneer een activiteit, en daarmee de lozing, invloed heeft op de waterkwaliteit is het uitgangspunt dat de impact van te voren bepaald en onderbouwd moet worden. Indien dit leidt tot een verslechtering van de situatie, moet voor de impactsbeoordeling (van een industriële lozing) het Handboek Immissietoets gebruikt worden om de impact te bepalen. 
Falend management is de reden niet de organisatorische complexiteit. En bij definitief splitsen komt er nog extra bestuurlijke complexiteit bij van publieke organisaties die moeten -maar slecht kunnen- samenwerken.
Aangezien de burger de rekening krijgt is het makkelijk om een beslissing te nemen. Lekker uit elkaar en opnieuw beginnen met een schone lei. Op naar het volgende wanbeleid. Men voelt zich niet aansprakelijk. 
Dag Manfred, 
kijk eens op www.pathema.nl 
Dat bedrijf levert al jaren apparatuur voor chemievrije koelwaterbehandeling. Ook bij grotere bedrijven. Niet zo groot als bij Chemelot waarschijnlijk, maar meer dan voldoende bewezen. Het principe is cavitatie, dus geen chloorelektrolyse. Voor de duidelijkheid, ik heb geen relatie met dit bedrijf.Jan Koning