secundair logo knw 1

Oogst van zouttolerante aardappelen op Texel | Foto Salt Farm Texel

Een nieuwe methode om de zouttolerantie van gewassen te identificeren kan volgens een Nederlands onderzoeksteam de zilte landbouw in de wereld vooruit helpen. Hierin wordt een opbrengst van 90 procent als maatstaf gehanteerd in plaats van de tot nu toe gangbare drempelwaarde.

De methode is ontwikkeld door onderzoekers van een aantal Nederlandse universiteiten en Salt Farm Texel. Zij hebben een artikel gepubliceerd in het tijdschrift Agricultural Water Management. De nieuwe methode geeft handvatten voor een nauwkeurige en betrouwbare vaststelling van de zouttolerantie van gewassen en rassen, vertelt Arjen de Vos, een van de auteurs. “De gebruiker kan hierdoor veel beter de afweging maken: dit gewas of ras kan bij deze zoutconcentratie nog een goede opbrengst opleveren.”

Verouderde methode
De Vos is R&D-directeur bij Salt Farm Texel (onderdeel van Saline Farming). “Wij willen kennis ontwikkelen en delen om boeren in verzilte gebieden te helpen om betere rendementen te halen. We zijn al lang bezig met onderzoek naar verzilting en zouttolerante gewassen, maar liepen tegen het probleem aan dat de methode voor het vastleggen van zouttolerantie verouderd is. De methode dateert van zo’n veertig jaar geleden en is sindsdien steeds klakkeloos overgenomen.”

Er wordt uitgegaan van een drempelwaarde: de maximale zoutconcentratie in een gewas waarbij nog geen opbrengstverlies optreedt. Daar zat volgens De Vos nooit een goede statistische analyse achter. “Het was nogal arbitrair waar je het lijntje trok. Hierdoor zijn er in de literatuur grote verschillen bij gewassen en vergelijkbare rassen en ook tussen jaren en locaties. Een duidelijk beeld ontbrak.”

Nieuwe maatstaf
De nieuwe methode brengt daarin verandering. Hiermee is het mogelijk om data op een uniforme wijze te analyseren. Ook zijn formules opgenomen om op een andere manier vast te stellen hoe goed een gewas of ras bestand is tegen zout. “In plaats van de drempelwaarde hanteren we een opbrengst van 90 procent als maatstaf voor zouttolerantie, de zogeheten EC 90. Deze waarde is betrouwbaarder en gemakkelijker te herhalen. De nieuwe methode doet ook veel meer recht aan de geleidelijke overgang bij zoutconcentraties die je in de praktijk ziet.”

Salt Farm Texel heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat anderhalf jaar geleden veel data van het proefveld uitgewerkt. “Daar kwam al naar voren dat verschillende gewassen en rassen beter tegen zout kunnen dan wanneer je puur naar de drempelwaarde kijkt. Nu kunnen we dat ook onderzoeken aan de hand van de nieuwe methode. We zijn bezig om met de maatstaven EC 90 en EC 75 de zouttolerantie van nieuwe rassen te bepalen.”

De onderzoekers hebben de aanpak al getest bij het aardappelras Achilles. Op basis van oud onderzoek bij een bepaald ras stond de aardappel te boek als matig zoutgevoelig. De Vos: “Achilles blijkt echter een stuk zouttoleranter. In een verzilt gebied heb je hiermee nog een goede opbrengst. En in 2017 hebben we aardappelrassen gevonden die nog beter tegen zout kunnen.”

Actuele discussie
De nieuwe methode helpt zilte landbouw vooruit, is de overtuiging van De Vos. “De discussie over deze vorm van landbouw is in ons land nog niet heel actueel, hoewel een stuk actueler geworden door de aanhoudende droogte tijdens de zomer. We werken ook veel in gebieden in het buitenland waar boeren geen keuze hebben, omdat de grond verzilt is en het irrigatiewater zout. Zij staan echt te springen om oplossingen.”

De Vos geeft als voorbeeld Bangladesh, waar in het kustgebied de toenemende verzilting een enorm probleem is. “Bij een groot project in dat Aziatische land zien we dat de nieuwe aanpak echt werkt. Waar boeren vroeger dachten dat zij maar een keer per jaar een gewas konden telen, zijn nu meerdere teelten mogelijk.”

 

MEER INFORMATIE
Bericht van Salt Farm Texel
Artikel in Agricultural Water Management

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Het CEC-programma van STOWA en NWO heeft een aantal technieken onderzocht. Bekijk dit filmpje over een combinatie van bio assay en massaspectrometer om verontreiniging snel te kunnen duiden uit de database: RoutinEDA
https://vimeo.com/712902086
Is er een directe link naar de uitspraak beschikbaar? Ik vind de volgend passage van jullie artikel bijzonder verwoord: "Behalve over het gebruik van chemicaliën in het koelwater ging de rechtszaak ook over de voorwaarden van het waterschap voor lozingen in geval van onderhoud of reparatiewerkzaamheden aan installaties. Maar toestemming vooraf vond de rechter te ver gaan en een zogenoemde immissietoets (welke stoffen zitten erin) niet effectief." Lijkt me namelijk zeker niet in lijn met geldend waterkwaliteitsbeleid en ook niet met het oog op de uitspraak m.b.t. de tijdelijke achteruitgang. Wanneer een activiteit, en daarmee de lozing, invloed heeft op de waterkwaliteit is het uitgangspunt dat de impact van te voren bepaald en onderbouwd moet worden. Indien dit leidt tot een verslechtering van de situatie, moet voor de impactsbeoordeling (van een industriële lozing) het Handboek Immissietoets gebruikt worden om de impact te bepalen. 
Falend management is de reden niet de organisatorische complexiteit. En bij definitief splitsen komt er nog extra bestuurlijke complexiteit bij van publieke organisaties die moeten -maar slecht kunnen- samenwerken.
Aangezien de burger de rekening krijgt is het makkelijk om een beslissing te nemen. Lekker uit elkaar en opnieuw beginnen met een schone lei. Op naar het volgende wanbeleid. Men voelt zich niet aansprakelijk. 
Dag Manfred, 
kijk eens op www.pathema.nl 
Dat bedrijf levert al jaren apparatuur voor chemievrije koelwaterbehandeling. Ook bij grotere bedrijven. Niet zo groot als bij Chemelot waarschijnlijk, maar meer dan voldoende bewezen. Het principe is cavitatie, dus geen chloorelektrolyse. Voor de duidelijkheid, ik heb geen relatie met dit bedrijf.Jan Koning