De kans wordt steeds groter dat het waterkwaliteitsbeleid inzet wordt van juridische strijd. En de kans dat de rechter daarbij de overheid op de vingers tikt groeit ook, omdat de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) niet worden gehaald. Deze trend is al eerder gesignaleerd en wordt opnieuw bevestigd in een recente analyse door Witteveen+Bos, TwynstraGudde en FLO Legal. Hoe kijkt Marleen van Rijswick, hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht, aan tegen deze ‘juridisering’?


Door Mirjam Jochemsen


De KRW is de belangrijkste pijler onder het Nederlandse waterkwaliteitsbeleid. Heeft de overheid wel voldoende mogelijkheden en bevoegdheden om de KRW-doelen te halen?
“In beginsel wel. Het probleem is dat de bevoegdheden en instrumenten verdeeld zijn over verschillende overheden (rijk, provincies, gemeenten en waterbeheerders) en meerdere beleidsterreinen (water, milieu, natuur, landbouw, ruimtelijke ordening). Dat maakt het verleidelijk je te verschuilen achter ‘complexiteit’, en je kunt een ander lastig tot actie dwingen. 

Samenwerking is belangrijk, en het is verstandig om daarbij te kijken hoe probleemdossiers gecombineerd kunnen worden, maatregelen te zoeken die doelbereik op meerdere dossiers tegelijk dichterbij brengen. Als je je bijvoorbeeld nu alleen richt op de stikstofproblematiek, zonder je te realiseren dat we ook nog een waterkwaliteitsprobleem hebben, een woningbouwopgave, een energietransitie nodig hebben, dan hobbel je van crisis naar crisis. Terwijl maatregelen elkaar ook kunnen versterken. Dat is effectiever én efficiënter. 

Maar nu de tijd om aan de KRW-doelen te voldoen begint te dringen, moet iedereen ook zijn eigen verantwoordelijkheid ten volle opnemen. Voldoen aan de KRW verdraagt geen uitstel omdat er samengewerkt moet worden. Daarbij moeten politici en bestuurders meer aandacht geven aan het algemeen belang. Dat is in essentie hun taak. Ook ieder afzonderlijk ministerie hoort het algemeen belang te dienen en niet alleen de ‘eigen’ sector. Met het almaar kijken naar kortetermijnbelangen van individuen, ondernemingen en sectoren komen we geen stap verder. Het is bijna 2027. Als we dan niet klaar zijn, hebben we echt een groot probleem met elkaar. En dan heb ik het nog niet over de lopende discussie over dat jaartal: moeten dan de plannen klaarliggen, of de maatregelen uitgevoerd zijn, of de doelen gehaald? Naar mijn stellige overtuiging dat laatste.”

Witteveen+Bos c.s. stellen: ‘Bij de burgerlijke rechter kunnen belanghebbenden overheden dwingen om extra maatregelen te treffen.’ Hoe verhoudt zich dat tot stappen via het bestuursrecht?
“Beide wegen kunnen goed bewandeld worden. Urgenda heeft in haar klimaatzaak de weg van het burgerlijk recht gekozen. Hierin heeft de Hoge Raad haar oordeel gebaseerd op het VN-Klimaatverdrag en het EVRM, dat gaat over de rechtsplicht van de Staat tot bescherming van het leven en het welzijn van burgers. Voor waterkwaliteitsbeleid is het ook denkbaar je te beroepen op het EVRM. Gemakkelijker is het om ook civielrechtelijke procedures rechtstreeks te baseren op strijd met de wettelijke verplichtingen uit de KRW. Dat zal het geval zijn als de doelen in 2027 niet gehaald zijn en daarvoor geen goede redenen zijn of motivering is.

Maar de bestuursrechtelijke weg is nog makkelijker en stukken goedkoper, en hij kan ook effectiever zijn. Je hebt alleen wel een ingang nodig, een besluit dat je aan de rechter voor kunt leggen om te laten beoordelen op rechtmatigheid. Een vergunningverlening of ‑aanpassing bijvoorbeeld, of een handhavingsverzoek.”

Hoe kijkt u aan tegen deze trend van juridisering van beleid?
“Ik denk dat juridisering van beleid een vreemde manier van spreken is. Gedroegen we ons maar wat ‘gejuridiseerder’: dit hebben we samen democratisch afgesproken en vastgelegd en daar gaan we ons aan houden. Beleid komt tot stand in een politieke setting en met afweging van verschillende belangen. Dat betekent dat niet iedereen zijn zin moet of kan krijgen. Het algemeen belang moet uiteindelijk prevaleren. Als je de democratische waarden deelt, dan houd je je aan de afspraken zoals die zijn vastgelegd in wet- en regelgeving, ook al vind je ze niet leuk. 

En als dat niet gebeurt en de gezondheid van mensen op het spel staat, dan gaan mensen daarvoor strijden, ook juridisch. Daar heb ik alle begrip voor en dat dat mogelijk is maakt deel uit van onze democratische rechtstaat. Je moet je realiseren: onze natuurbeschermingswetgeving en de Nitraatrichtlijn dateren al van de jaren ’90, in de KRW zitten zelfs richtlijnen die uit de jaren ’70 stammen. Daar voldoen we nog steeds niet aan. Was dat wel zo, dan zouden procedures nu niet nodig zijn en waren we al een heel eind in het halen van de KRW-doelen. We zijn al meer dan dertig jaar bezig!

Dus hoe we het nu doen: almaar vertrouwen op innovaties en vrijwillige oplossingen door de sectoren zelf in de hoop dat het dan vanzelf wel goed komt, dat werkt duidelijk niet. Het komt níét vanzelf meer goed. Niet dat ik voorstander ben van juridische procedures. Maar op een gegeven moment is naar de rechter stappen om maatregelen en handhaving af te dwingen gewoon de laatste optie. In mijn ogen is dat een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat. Er staat veel op het spel. ‘Natuur’ is geen hobby van liefhebbers, we zijn met zijn allen onderdeel van de natuur, en dus afhankelijk ervan, of je dat nu wilt of niet.”


‘Gaat Nederland de KRW-doelen halen?’, rapport Witteveen+Bos, TwynstraGudde en FLO Legal, mei 2022.
‘Zover het eigen instrument reikt’, rapport Centre for Water, Oceans and Sustainability Law, 11 november 2020.
Reageren? Ideeën? Of heeft u iets te zeggen over een onderwerp waarover we het in de waterwereld met elkaar zouden moeten hebben? Neem contact op met de redactie van H2O, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Hans Middendorp · 1 months ago
    Best wel een principiële discussie. Moeten gekozen vertegenwoordigers zorgen voor beleid, regels EN handhaving. Of laten we handhaving over aan de rechter. De methode Vollenbroek, zeg maar, of de aanpak Urgenda?
    Het antwoord van Marleen van Rijswick draait er een beetje omheen: "Natuur’ is geen hobby van liefhebbers, we zijn met zijn allen onderdeel van de natuur, en dus afhankelijk ervan, of je dat nu wilt of niet. Naar de rechter stappen om maatregelen en handhaving af te dwingen is in mijn ogen is dat een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat. Er staat veel op het spel."
    Een wezenlijk onderdeel van de rechtstaat: ja. Maar moeten we nou elke nieuw plan aanbrengen bij de rechter voor een oordeel of het past binnen bestaande wet- en regelgeving? Dan mag de capaciteit van de rechtbanken wel worden uitgebreid. Bij Vollenbroek gaat het om honderden zaken tegen individuele natuurvergunningen.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!