0
0
0
s2sdefault

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF waarschuwen dat zonder forse extra investeringen er in 2030 nog altijd miljarden mensen geen toegang hebben tot schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen. Volgens de VN-organisaties moet het tempo van vooruitgang worden verviervoudigd.

De WHO en UNICEF komen tot deze vaststelling in een gezamenlijk rapport over hoe het gaat met het zesde duurzame ontwikkelingsdoel: toegang tot duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen. Zij hebben de ontwikkelingen tussen 2000 en 2020 in beeld gebracht.

Op basis hiervan concluderen de organisaties dat met het huidige tempo van vooruitgang 81 procent van de wereldbevolking in 2030 thuis toegang tot schoon drinkwater heeft en 67 procent tot veilige toiletvoorzieningen. Dit betekent dat respectievelijk 1,6 miljard en 2,8 miljard mensen buiten de boot vallen. Kwetsbare kinderen en gezinnen lijden het meest.

Wel gestaag vooruitgang
Het positieve nieuws is dat er wel gestaag progressie wordt geboekt. Tussen 2016 en 2020 nam het percentage van mensen met thuis schoon drinkwater toe van 70 naar 74 procent. Bij sanitatie was er een stijging van 47 naar 54 procent.

Vorig jaar maakten voor het eerst meer mensen gebruik van verbeterde sanitaire voorzieningen ter plekke die afval effectief kunnen opvangen en behandelen - zoals latrines en septic tanks – dan van rioolaansluitingen. Het is wel nodig dat overheden het gebruik van zulke voorzieningen goed ondersteunen.

Handen wassen thuis probleem
De WHO en UNICEF hebben ook gekeken naar de basisvoorzieningen voor het wassen van handen. Hierover zal 78 procent van de wereldbevolking in 2030 kunnen beschikken. Dit geldt dan niet voor 1,9 miljard mensen. Ter vergelijking: in 2020 ging het om 71 procent. Bij het begin van de coronapandemie konden daarom wereldwijd drie op de tien mensen hun handen niet thuis wassen met water en zeep.

En dat is wel erg belangrijk, zegt directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus van de WHO. “Handen wassen is een van de meest effectieve manieren om de verspreiding van Covid-19 en andere infectieziekten te voorkomen, maar miljoenen mensen over de hele wereld hebben geen toegang tot een betrouwbare, veilige watervoorziening. Investeringen in water, sanitaire voorzieningen en hygiëne moeten een wereldwijde prioriteit zijn als we een einde willen maken aan deze pandemie en veerkrachtiger gezondheidsstelsels willen opbouwen.”

Verviervoudiging van tempo nodig
Om het duurzame ontwikkelingsdoel voor 2030 te realiseren, moet volgens de WHO en UNICEF het huidige tempo van vooruitgang in het algemeen worden verviervoudigd en in de minst ontwikkelde landen zelfs vertienvoudigd. Daarom zijn er dringend extra investeringen nodig.

UNICEF-directeur Henrietta Fore zegt hierover: “Ondanks onze indrukwekkende vooruitgang bij het opschalen van de levensreddende diensten overtreffen de alarmerende en nog groeiende behoeften ons vermogen om te reageren. Het is tijd dat wij onze inspanningen drastisch versnellen zodat we alle kinderen en gezinnen kunnen voorzien van de meeste elementaire voorzieningen voor hun gezondheid en welzijn, inclusief het bestrijden van infectieziekten zoals Covid-19.”

 

MEER INFORMATIE
Rapport van WHO en UNICEF 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.