0
0
0
s2smodern

Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben een overeenkomst getekend over het onderhoud van de begroeiing langs de grote rivieren. Hiermee worden het belang van hoogwaterveiligheid en natuurdoelen zo goed mogelijk gecombineerd.

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de doorstroming van water in de uiterwaarden langs de grote rivieren. Deze doorstroming moet voldoende zijn om hoogwater op te vangen. Bomen en struiken mogen geen belemmering vormen. Wilfred Vruggink, omgevingsmanager Stroomlijn en vegetatiebeheer bij Rijkswaterstaat, heeft het over een forse opgave. “We hebben te maken met vijftigduizend hectare uiterwaarden en twaalfduizend eigenaren.”

De overeenkomst met Staatsbosbeheer is volgens Vruggink een eerste belangrijke stap. Staatsbosbeheer heeft 7.500 hectare aan riviernatuur onder zijn hoede en is daarmee de grootste terreinbeheerder in de uiterwaarden. “Wij hebben heldere afspraken gemaakt over waar de begroeiing vanuit het belang van hoogwaterveiligheid laag moet zijn en waar meer ruimte voor bomen en struweel is. Deze overeenkomst is een model voor andere afspraken. We willen als Rijkswaterstaat het komende jaar vergelijkbare overeenkomsten sluiten met Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen.”

Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer hebben oog voor elkaars belangen. Vruggink: “Het belang van hoogwaterveiligheid staat niet ter discussie. Staatsbosbeheer is het daar volledig mee eens. Rijkswaterstaat erkent op zijn beurt de natuurwaarden. Samen streven we naar zo goed mogelijke oplossingen voor de terreinen.” Het vegetatiebeheer blijft in handen van Staatsbosbeheer. “Het maakt voor ons niet uit hoe dat gebeurt”, zegt Vruggink. “Rijkswaterstaat heeft een financiële verantwoordelijkheid. Als er vanwege hoogwaterveiligheid extra moet worden gemaaid, vergoeden we dat.”

Hierbij fungeert de Vegetatielegger als meetlat. Dit is een nieuw instrument van Rijkswaterstaat. De legger toont de ‘maximale ruwheid’ per 25 vierkante meter uiterwaard. Vruggink licht toe: “Voor de Vegetatielegger zijn luchtfoto’s gemaakt. Op basis daarvan zijn plaatjes van alle uiterwaarden langs de grote rivieren gemaakt. Hiermee is per locatie te zien hoe hoog de vegetatie mag zijn. De legger is openbaar toegankelijk. Iedereen kan de overzichtskaarten bekijken.”

Vruggink is ook betrokken bij het programma Stroomlijn, waarbij sinds 2011 langs de grote rivieren begroeiing is weggehaald. Dit programma is bijna afgelopen; er resteren nog enkele kleine werkzaamheden. Vruggink spreekt over een noodzakelijke inhaalslag. “Het gaat om duizend hectare uiterwaarden waar de vegetatie te lang is doorgegroeid. Dat is nu weer op orde. De ervaring die wij hiermee hebben opgedaan, is van nut voor de overeenkomsten die we sluiten.”

Meer informatie

Bericht Rijkswaterstaat over overeenkomst

Toelichting op Vegetatielegger plus viewer

Overzicht van programma Stroomlijn

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Michaël BentvelsenHet onderzoek heeft helaas niet gekeken naar slijtagedeeltjes van banden van het wegverkeer. Was mooi geweest als die ook meegenomen hadden kunnen worden, maar vereist blijkbaar andere analysetechniek.
En hoe zit het dan met de 120 verdwenen bomen aan de zuiderlandsezeedijk/zuidijk bij Oude-Tonge?
Waarom is daar zo niet mee omgaan, ook daar waren vleermuizen en was er landschapswaarden.
En waarom komen er daar geen bomen terug?
@Reintje PaijmansDank voor uw aanvulling. Inderdaad de dennenbossen zijn aangeplant om 'woeste gronden te ontginnen' en voor de productie van hout voor in onze mijnen. Dat was mij bekend.
Zijn de rubbers afkomstig van slijtage van autobanden dat via de lucht als fijnstof en afspoeling van de weg in het oppervlaktewater terecht komt. Bandenslijpsel is volgens mij een onderschat milieuprobleem qua milieuimpact. Wel allemaal gillen als er rubberkorrels op de sportvelden (wat spoelt daar niet van uit) liggen waar de kindjes aan bloot staan, maar ondertussen zelf rijgedrag niet aanpassen.
Goed dat dit onderzoek gedaan wordt. Eerlijk gezegd valt de concentratie van 1 deeltje per liter mij alleszins mee. (Eerdere berichten spraken soms over duizenden deeltjes per liter.)
Wat natuurlijk geen reden is om dit probleem te relativeren. Zelf ben ik nog steeds regelmatig verbijsterd over de hoeveelheden zwerfplastic, (maar ook blikjes en ander verpakkingsmateriaal) die ik in allerlei wateren aantref.
Daarnaast ben ik erg benieuwd wat dit onderzoek oplevert in relatie tot kleine rubberdeeltjes van autobanden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.