0
0
0
s2sdefault

Het vakartikel ‘De ecologische meerwaarde van het aanbrengen van grindbedden in de Tongelreep’ is gekozen tot beste H2O-vakartikel dat in 2019 is gepubliceerd. In het artikel wordt de invloed van grindbedden op beekfauna uitgewerkt. Eén van de weinige beken in Nederland waarin grind is aangebracht is de Tongelreep in Noord-Brabant.

De jury onder voorzitterschap van Idsart Dijkstra stelt dat het artikel knap is geschreven en de lezer boeit door de resultaten van het onderzoek stapsgewijs te onthullen. “Het water en de grindbedden worden levendig beschreven, eigenlijk zou je zelf een kijkje willen nemen in de Tongelreep. Tevens wordt het de lezer duidelijk dat het creëren van de juiste stroomsnelheid geen sinecure is.”

De beekfauna profiteert van de aanwezigheid van grindbedden in beken. Op de bedden leven kenmerkende macrofaunasoorten en vissen, zoals de beekprik, gebruiken ze om eieren op af te zetten. Dit wordt toegeschreven aan de speciale eigenschappen van een grindbed: grind vormt een stabiel hard oppervlak, met open ruimtes tussen de korrels waar continu water stroomt met een hoge zuurstofverzadiging. Tegelijkertijd bieden deze ruimtes plekken om te schuilen. Het risico weggespoeld te worden door de stroming is daar veel kleiner dan aan de oppervlakte.

Brabantse beken
Grindbedden is een van de maatregelen die in het onderzoek kleinschalige maatregelen in Brabantse beken (Bouwen met Natuur) zijn onderzocht. Dat onderzoek heeft geresulteerd in een aantal op de website van H2O gepubliceerde vakartikelen, zoals stroombaanmaaien (11 september 2017), beschaduwing (28 augustus 2017) en beekhout (27 juli 2016). Op de website van Stowa is een kennisoverzicht kleinschalige maatregelen Brabantse beken en poster van 2017 verschenen.

Aan het Brabantse onderzoek werkten mee: Bart Brugmans (Waterschap Aa en Maas), Sandra Roovers en Angelique van Vught (Waterschap Brabantse Delta), Mark Scheepens en Ineke Barten (Waterschap De Dommel), Monique van Kempen (Provincie Noord Brabant) Ralf en Piet Verdonschot, Mandy Velthuis (Wageningen Environmental Research), Annieke Borst (Radboud Universiteit Nijmegen), Mieke Moeleker en Albert Dees (Aquon).

Longlist
De jury heeft 12 vakartikelen die op de longlijst waren geplaatst nader beschouwd en getoetst aan de criteria: goed geschreven, diepgang, vernieuwend, bruikbaar in praktijk. De prijs zou worden uitgereikt op het voorjaarscongres van het Koninklijk Nederlands Waternetwerk (KNW), maar dit evenement moest vanwege de coronamaatregelen worden geschrapt. Bekendmaking van de bekroonde vakartikelen werd verschoven naar begin september, onder meer met de publicatie van een videobijdrage over het winnende artikel:

Ex aequo
Twee artikelen eindigden ex aequo op de tweede plaats in de rangschikkig van de jury:

Risicobenadering voor droogte: lessen uit 4 jaar onderzoek van Femke Schasfoort, Marjolein Mens, Joost Delsman, Marnix van der Vat (Deltares), Susanne Groot (HKV) en Saskia van Vuren (Rijkswaterstaat).
De jury schrijft: "Het artikel leest plezierig en aan de hand van een tweetal casestudies wordt de lezer meegenomen in het proces. Risicobenadering voor droogte is bijzonder relevant en staat sinds het extreem droge jaar 2018 nog hoger op de agenda."

Ecologsche watersysteemanalyse: Waterbalans geeft inzicht van Jeroen Mandemakers (Witteveen en Bos), Miriam Collombon (STOWA/Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) en Maarten Ouboter (Waternet/waterschap Amstel, Gooi en Vecht).
De jury schrijft: "In dit artikel geeft een heldere en systematische aanpak inzicht in de meerwaarde van de toepassing van de rekentool Waterbalans. De schrijvers gebruiken het kader om de afhankelijkheid van de ecologische sleutelfactoren en de hydrologische omstandigheden toe te lichten. In het artikel is veel aandacht besteed aan de heldere afbeeldingen."

 

LEES OOK:
Vakartikel: De ecologische meerwaarde van het aanbrengen van grindbedden in de Tongelreep 
Vakartikel: Risicobenadering voor droogte: lessen uit 4 jaar onderzoek
Vakartikel: Ecologische watersysteemanalyse: Waterbalans geeft inzicht

Kennisoverzicht kleinschalige maatregelen in Brabantse beken op website Stowa

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.