• Colors: Blue Color

De frequentie en duur van droge zomerperiodes groeit en dat geeft problemen: tekorten aan (schoon) oppervlaktewater en grondwater voor natuur, landbouw, drinkwatervoorziening en industrie, en in laag Nederland verzilting. Deltares verkende samen met de WUR de problemen in een ‘Integrale grondwaterstudie Nederland’.
De Adviescommissie Droogte adviseerde de Brabantse grondwaterpartners met ‘Zonder water, geen later’ over de broodnodige structurele aanpassingen in inrichting, beheer en gebruik van het (grond)water. En deze zomer voerden twee Brabantse waterschappen een meld- en vergunningplicht in voor kleine grondwaterputten. Hoe kijkt Dimmie Hendriks, expert grondwater en droogte bij Deltares, naar de laatste ontwikkelingen?

De uitvinding van het allereerste meetinstrument om stromingen in de Nederlandse rivieren te meten uit 1792, was een verstrengeling van unieke wetenschap met een politiek-bestuurlijke agenda. Dat betoogt hoogleraar Maarten Kleinhans na een grondige studie van het instrument dat was ontworpen door Christiaan Brunings (1736-1805), oprichter van Rijkswaterstaat. Hij publiceerde afgelopen maand een wetenschappelijk artikel over de uitvinding.

U leest in deze H2O over de supersnelkookpan van Torwash die slibverwerking op een andere leest schoeit, over de Ultieme Waterfabriek waarmee gezuiverd rioolwater omgezet kan gaan worden in drinkwater, over het succes van Nereda, de geprezen aerobe korrelslibtechnologie die wereldwijd als zuiveringstechniek wordt omarmd, en over een goed gevulde gereedschapskist met nieuwe zuiveringstechnieken om organische microverontreinigingen in het rioolwater te verwijderen.

De Europese Commissie heeft Nederland verschillende malen aangesproken op (mogelijke) niet-naleving van de Kaderrichtlijn Water (KRW). In dit artikel worden de procedures besproken die de Europese Commissie tussen 2000 en 2020 tegen Nederland heeft gestart, en wordt gekeken wat daarvan kan worden geleerd. "Bij het publieke debat over de inzet van Nederland op het doelbereik van de KRW in 2027 doet de minister er goed aan de onderliggende afwegingen en keuzes transparant te maken."

Een verdere ontwikkeling, verdieping en uitrol van bodemdalingmaatregelen is niet alleen relevant voor bodemdaling zelf, maar kan ook goed als vliegwiel functioneren voor andere opgaven in het veenweidegebied zoals de regionale uitwerkingen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), stelt Rienk Schaafsma. "De praktijkgerichte aanpak van bodemdaling en CO2-emissie kan het proces van NPLG in de regio versnellen en verbeteren. De ervaring leert dat een concrete aanpak van bodemdaling tot constructieve samenwerking en daarmee ook tot meer verbinding van belanghebbenden kan leiden."

Dit voorjaar presenteerden de ministers Hugo de Jonge, Mark Harbers en Christianne van der Wal-Zeggelink de Klimaatlat Bouwen. De Klimaatlat definieert wat klimaatadaptief bouwen en inrichten is, en bevat voor nieuwbouwprojecten kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Is dit een nuttig en praktisch instrument dat de bouwpraktijk gaat veranderen? Ria Löschner (adviseur klimaatadaptie voor gemeenten) en Alexander Hoff (adviseur watersysteemanalyses voor waterschappen en provincies), beiden werkzaam bij adviesbureau Nelen & Schuurmans, delen hun kijk op deze vraag. 

“Tel uw zegeningen”, citeert mijn moeder regelmatig. Ze heeft natuurlijk gelijk. We staan vaak onvoldoende stil bij al het goede dat we met elkaar hebben bereikt. Hier zijn we onze eigen vijand. Voor veel mensen klinken revoluties, transities, ’out-of-the-box-denken’ en paradigma-veranderingen veel aantrekkelijker en dynamischer dan het koesteren wat je hebt. Dat associëren we met conservatief, behoudend, degelijk en saai. Nieuw en fundamenteel anders is aantrekkelijk. In de afgelopen eeuw zijn er miljoenen mensen gesneuveld voor het ideaalbeeld van een volstrekt andere samenleving. 

De nieuwe Richtlijn voor stedelijk afvalwater werpt zijn schaduw vooruit. In Brussel wordt onderhandeld over het voorstel van de Europese Commissie om de richtlijn, die stamt uit 1991, aan te scherpen. Het gaat ergens over. De Commissie wil dat waterbeheerders een vierde zuiveringsstap gaan toevoegen om microverontreinigingen zoals microplastics en resten van medicijnen en cosmetica uit het afvalwater te halen. Daarnaast worden de zuiveringseisen voor nutriënten (stikstof en fosfor) strenger en moeten de installaties in 2040 energieneutraal zijn.

Het waterbeleid moet op korte termijn worden aangepast, zodat we beter kunnen omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, betogen hydroloog Gé van den Eertwegh en meteoroloog Gerrit Hiemstra in een opiniebijdrage. “Waterbommen houden we niet tegen, extreme droogte ook niet. Maar dan zijn we beter gewapend tegen extreem weer dan nu het geval is. We moeten nu aan de slag.”

Dit jaar werd in Finland gesproken over nieuwe ISO-normen voor PCR-methodes voor drinkwater. Nederland heeft voor twee projecten het projectleiderschap op zich genomen. Van één project, het opstellen van een ISO-norm voor kwaliteitseisen en validatie van Polymerase Chain Reaction (PCR)-methodes voor water (ISO/TS 16099), is Vitens projectleider. Deze leidende rol leidt tot verbreding van kennis over PCR-methodes.

Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) werkt met waterbeheerders aan een KRW-Impuls: een extra inzet op verbeteracties. Zijn verwachting is ‘dat Nederland daarmee in 2027 kan voldoen aan de KRW’. Dat is een opvallende belofte. Er wordt al zo lang hard gewerkt aan het halen van de KRW-doelen. Hoe gaan we nu ineens slagen? Over de invulling van de Impuls horen we pas de komende zomer meer. Vooruitlopend daarop deelt Lisette de Senerpont Domis haar visie met ons: waar zitten de belangrijkste knelpunten, en wat is er nodig voor een succesvolle aanpak? De Senerpont Domis is onder meer aquatisch bioloog bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en lid van de Ecologische Autoriteit.

Terwijl de ene crisis (stikstof) zich voortsleept, dient de volgende zich alweer aan: waterkwaliteit. In de media klinkt aanzwellende ketelmuziek over het naderende echec. Even voor de duidelijkheid: het is géén nieuws. Het failliet van het waterkwaliteitsbeleid wordt in kennerskringen al jaren aangekondigd: in 2027, het examenjaar van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), gaan we nat.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat dwingende regels opleggen voor de klimaatbestendige inrichting van nieuwe grote gebiedsprojecten. Stefan Kuks vindt dit een voorbeeld dat navolging verdient. Vanuit zijn verschillende rollen – voorzitter van de stuurgroep van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (DPRA), hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Twente en watergraaf van waterschap Vechtstromen – constateert hij: "Al twintig jaar gaan we overal en met iedereen het gesprek aan over klimaatmaatregelen. Maar met alleen vrijwilligheid blijken we het niet te redden."