0
0
0
s2smodern

Het kabinet omschrijft het topsectorenbeleid als een succes. Geldt dat ook voor de Topsector Water? Er zijn successen, zo is de samenwerking versterkt en onderzoek meer marktgestuurd. Maar op sommige terreinen (export, onderzoek) ondervindt de sector nog altijd hinder van het overheidsbeleid. 

De evaluatie van de topsectorenaanpak is vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. Twee van de drie gestelde doelen zijn behaald, concludeert onderzoeksbureau Dialogic dat het beleid evalueerde. Zo staat de Nederlandse economie vierde in ranglijst van het World Economic Forum (doelstelling: top vijf). Een tweede ambitie werd eveneens gerealiseerd. “De samenwerking in topsectorverband resulteerde in 2015 in één miljard euro aan (publieke en private) investeringen in publieke kennisinfrastructuur, waarvan € 490 miljoen afkomstig is van private partijen.” (Doelstelling 800 miljoen euro)

Voor wat betreft investeringen in research en development zit Nederland nog een half procentpunt af van de ambitie om 2,5 procent van het bbp uit te geven aan onderzoek & ontwikkeling.

Watersector
In het evaluatierapport stelt het onderzoeksbureau vast dat in de watersector (maritieme, delta- en watertechnologie) de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen door het topsectorenbeleid is versterkt. “De verbeterde samenwerking is een goede ontwikkeling maar er is nog altijd volop ruimte voor verbetering.”

Water is een van de negen topsectoren die het kabinet Rutte 1 in 2011 aanwees met de ambitie om de internationale positie te versterken door innovatie. Voor de watersector bood de aanwijzing tot topsector kansen om innovatie een boost te geven. Ze had per slot van rekening te maken met een risicomijdende overheid die bij aanschaf vaak koos voor bewezen technologie en bestaande concepten. Daarmee was de overheid, een dominante afnemer van de watersector, bepaald geen aanjager van de innovatie in de watersector die voorts te kampen had met technische en bestuurlijke procedures die marktintroducties vertraagden en frustreerden.

Ook het beleid van de overheid om geen exportfinanciering te geven speelde de watersector parten op de internationale markten; er was geen sprake van een level playing field omdat bedrijven uit andere landen wel gebruik konden maken van gunstige financieringsvoorwaarden. Verder stond de kennisbasis onder druk door aanhoudende verschraling van subsidie voor onderzoeksinstituten en vormde de geringe instroom van arbeidskrachten een bedreiging voor de sector. Zowel kwantitatief als kwalitatief.

Risicomijdend
Zijn de kansen voor de watersector gekeerd na ruim vijf jaar topsectorbeleid? In het evaluatierapport blijven de onderzoekers in de analyse van de geboekte voortgang de overheid omschrijven als risicomijdend. “Er is weinig vraag naar vernieuwing. Hierdoor wordt er, vanuit de overheid, ook weinig ruimte gemaakt voor proeftuinen. En proeftuinen zijn juist voor de Topsector Water van groot belang om innovatieve oplossingen te bedenken en te testen.” Dat geldt met name voor de sector deltatechnologie met de overheid als dominante afnemer, schrijven de onderzoekers. Toch wist deze subsector met de oprichting van de Taskforce Deltatechnologie met succes het probleem aan te pakken door in aanbestedingstrajecten van de overheid meer ruimte te creëren voor innovatie en doelrealisatie, analyseert het onderzoeksbureau.

Op het gebied van export stond de sector voor ‘de grote uitdaging’ om een gezamenlijke visie, strategie en agenda te ontwikkelen voor promotie. Hoewel de buitenlandse markt van oudsher van groot belang is voor de watersector, was er weinig samenhang in marktbewerking over de grens. Het onderzoeksbureau stelt vast dat met de oprichting van het kernteam Export en Promotie activiteiten als handelsmissies meer gestroomlijnd worden, gebaseerd op de door het kernteam ontwikkelde 3x3x3 strategie, waarbij de Topsector zich jaarlijks richt op drie uitgaande missies, drie inkomende missies en drie internationale beurzen.

Ander ingrediënt van de succesvolle marktbewerkingsstrategie is de aanpak om een totaalpakket aan oplossingen voor de watersector aan te bieden en dat voor een gericht aantal landen, met name transitielanden zoals Indonesië en Myanmar. “Een succesvol voorbeeld is Indonesië. Nederland is de ‘Trusted Water Advisor’ voor Indonesië en biedt een totaalpakket aan oplossingen voor de watersector.”

Ook de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven is verbeterd, aldus het rapport. Wel plaatst het onderzoeksbureau een kanttekening: “In een aantal door ons uitgevoerde interviews is wel opgemerkt dat met het aanstellen van de Watergezant in 2015 (Henk Ovink, red) de relatie tussen overheden onderling meer aandacht lijkt te krijgen dan die tussen bedrijfsleven en overheid.”

Marktgestuurd
Op het gebied van kennisontwikkeling in de sector was de voornaamste uitdaging om de aansluiting tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen te verbeteren, aldus het rapport. “Onderzoek door de kennisinstellingen was slechts in beperkte mate vraag- en marktgestuurd. Dat leidde ertoe dat de ontwikkelde kennis niet goed aansloot bij wat bedrijven nodig hadden.”

Vanuit de Topsector is erkenning voor dit vraagsturingsprobleem gekomen, concludeert Dialogic. “Er zijn dan ook een aantal stappen gezet om dit probleem te verhelpen.” Waarna het bureau op een aantal voorbeelden wijst in de maritieme sector. In de subsector watertechnologie stimuleert Wetsus de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen, aldus Dialogic. "Een van de manieren waarop ze onderzoek meer markt gestuurd probeert te maken is via gezamenlijke vraagformulering.”

In de financiering van onderzoek ziet het onderzoeksbureau weinig verbetering. “De laatste jaren loopt de overheidsfinanciering van de TO2-instituten Deltares en Marin terug. Dit kan de kennisbasis in gevaar brengen.” De Topsector heeft het probleem meerdere keren aangekaart, stelt Dialogic vast. “Maar er is tot dusver niets veranderd.” In het rapport wordt vastgesteld dat er in 2017 4,3 miljoen euro beschikbaar is aan wetenschappelijke NWO financiering voor negen projecten in de hele watersector, in 2013 was er nog 4,5 miljoen euro beschikbaar voor alleen de maritieme sector.

Kritische noot
Ook is er nog geen steeds geen sprake van een level playing field op de internationale markt. Nederlands waterbedrijven moeten het opnemen tegen concurrenten uit landen die het bedrijfsleven ondersteunen met aantrekkelijker financieringsvoorwaarden, stelt het onderzoeksbureau dat daarbij een kritische noot kraakt: “De Nederlandse overheid benut de ruimte die internationale regels van de OESO op het gebied van exportfinanciering biedt niet ten volle.” En hoewel er door de Topsector Water een advies is opgesteld en er ook wel maatregelen ter verbetering zijn genomen, is er nog steeds geen sprake van een gelijkwaardige exportpositie. “Uit de interviews blijkt dat exportfinanciering heden ten dage nog altijd een probleem is.” Soms wordt op ‘case-by-case basis’ geprobeerd bedrijven aan een exportkrediet te helpen.

De arbeidsmarktsituatie in de watersector is nog steeds een knelpunt. Tot 2020 is er als gevolg van vervanging en uitbreiding van de sector behoefte aan meer dan 40.000 nieuwe arbeidskrachten. “En dat geldt voor alle niveaus, van mbo tot wo, en speelt in de volle breedte van de sector, bij watertechnologie, deltatechnologie en maritiem technologie.” In de afgelopen jaren heeft de sector ‘aardig wat acties met relatief weinig middelen’ ontplooit om de situatie te verbeteren en jongeren enthousiast te maken voor de watersector. Inmiddels heeft het kernteam Human Capital een nieuwe strategie uitgestippeld die ‘een kwalitatieve koers volgt’.  

 

 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.