secundair logo knw 1

Drinkwaterprofessionals hebben in een ontwerpproces gezamenlijk onderzocht hoe nieuwe taal kan helpen om onze relatie met water te duiden en heroverwegen. In verschillende workshops hebben zij het GRROW-woordenboek voor de Nederlandse Watertaal ontwikkeld, met nieuwe woorden voor de relatie tussen mens en water.

Download hier de pdf van dit artikel


Geschreven door Katja Barendse, Nicolien van Aalderen, Janine de Wit, Nienke Meekel (KWR)


‘Waterzorg’ is het zorg dragen voor de gezondheid en het welzijn van water, met oog voor ecologische en menselijke behoeften. Het woord komt uit het GRROW-woordenboek voor de Nederlandse watertaal [1], ontwikkeld door jonge professionals uit de Nederlandse en Vlaamse watersector. Zij onderzochten gezamenlijk hoe nieuwe taal kan helpen om onze relatie met water te heroverwegen . Waterzorg staat symbool voor die verschuiving: van beheersen naar zorgen, van gebruik naar relatie. Taal blijkt daarin een instrument voor transformatieve verandering.

Afbeelding 1. Waterzorg: nieuw woord uit het GRROW-woordenboek voor de Nederlandse watertaal, met illustratie van La Nonette

Taal is niet waardenvrij
De Nederlandse en Vlaamse watersector staat voor grote veranderopgaven. Deze veranderingen worden transformatief genoemd, omdat ze verder gaan dan kleine aanpassingen en vragen om fundamentele herstructureringen van systemen, instellingen en gedrag.

Een belangrijke uitdaging bij transformatieve veranderingen is dat ons denken wordt gevormd en begrensd door het geheel van verhalen, waarden en gewoonten waarmee mensen samen systemen begrijpen [2]. Deze kaders worden ook wel paradigma’s genoemd. Paradigma’s worden onder andere zichtbaar in de gebruikte taal. Woorden als ‘afvalwater’ of ‘drinkwater’ zijn niet waardenvrij en veronderstellen een bepaalde verhouding met en tot het water. Ook zijn ideeën buiten dit kader (bijvoorbeeld over een andere relatie met water) vaak moeilijk uit te drukken, omdat onze taal daar niet altijd geschikt voor is.

Transformatieve verandering gaat daarom vaak gepaard met een paradigmaverschuiving, en daarmee met nieuwe taal. Een voorbeeld is het denken over waterveiligheid. Waar waterveiligheid decennialang was geijkt op waarden als beheersing en controle, markeerde het landelijke programma Ruimte voor de Rivier een verschuiving van een ingenieursperspectief naar een focus op landschappelijke inpassing en natuurlijke opslagcapaciteiten van een landschap [3].

Deze transitie in het Nederlandse watermanagement wordt in de literatuur ook wel omschreven als paradigmaverschuiving, omdat het invloed had op het collectieve perspectief op watermanagement [4]. Naast anders denken en doen, heeft deze verschuiving ook geleid tot het herijken van toegepaste taal. Zo is het concept ‘waterveiligheid’ sinds ‘Ruimte voor de rivier’ nauw verbonden aan het concept ‘ruimtelijke kwaliteit’, terwijl deze koppeling in het oude paradigma nauwelijks werd gemaakt [4].

Een ander voorbeeld is de ‘waterbom’. Dit concept is in 2021 na de wateroverlast in Limburg geïntroduceerd om dergelijke extreme regen te omschrijven en refereert aan oorlogsmiddelen om de impact te omschrijven. Zonder veel uitleg nodig te hebben, omschrijft dit woord een situatie die een andere manier van handelen vereist. Het woord wordt op verschillende plekken toegepast in de voorbereiding op eventuele crisissituaties, zoals recent in Utrecht [5]. De manier waarop er over veranderingen gesproken wordt, vormt dan ook een belangrijk instrument in de realisatie en acceptatie van deze verandering en het bijbehorende paradigma [6].

Collectief ontwerpproces voor een toekomstige taal
De relatie tussen taal en transformatieve verandering in de drinkwatersector is onderzocht in het GRROW-lab. GRROW, Generational Radical Rethinking Of the Watersector, is een terugkerend project in Waterwijs, het collectieve onderzoeksprogramma van de drinkwatersector. In het GRROW-lab werken jonge (drink)waterprofessionals gezamenlijk aan de toekomst van water.

In 2024-2025 is onderzocht of nieuwe concepten niet alleen verandering kunnen weerspiegelen, maar ook een andere manier van denken kunnen aanjagen. Zo is geëxperimenteerd met het formuleren van radicaal nieuwe woorden en ideeën rondom (drink)water. Het doel was om zichtbaar te maken hoe een nieuw paradigma voor water eruit zou kunnen zien, en niet om hét nieuwe paradigma vorm te geven.

Dit proces van herformulering is ingericht als collectief ontwerpproces. Hierbij is gekozen voor een intergenerationele aanpak, waarbij jonge professionals (jonger dan 35 jaar) op verschillende momenten het gesprek zijn aangegaan met andere generaties. Hierbij zijn vier stappen doorlopen (afbeelding 2): 1. Identificeren: beschrijven huidige begrip en associaties rondom het woord ‘drinkwater’, 2. Heroverwegen: het herwaarderen van de mens/water-relatie, 3. Ontwerpen: vormgeven van mogelijke alternatieve woorden voor de mens/water-relatie, en 4. Interpreteren: ervaren hoe de nieuwe woorden een alternatieve mens-water-relatie kunnen vormgeven, en hier concrete voornemens en gedragingen aan verbinden. In dit artikel lichten we deze stappen verder toe.

Afbeelding 2. Stappen van de GRROW-methodiek [7].  Foto's GRROW-lab 2024-2025

Identificeren: intergenerationele dialoog
In de eerste stap van het GRROW-lab gingen jonge professionals (van alle Nederlandse drinkwaterbedrijven en enkele ketenpartners) via een gestructureerde gespreksleidraad in een intergenerationele dialoog met ervaren collega’s (minimaal 10 jaar werkervaring). KWR heeft de resultaten van de dertig dialogen geanalyseerd. Het doel was te verkennen welke betekenissen, waarden en aannames professionals verbinden aan ‘water’. Het in kaart brengen van deze (vaak onbewuste) veronderstellingen biedt inzicht in de huidige paradigma’s rondom ‘(drink)water’.

De analyse liet zien dat de betrokken drinkwaterprofessionals water vooral omschrijven aan de hand van functionele woorden. Zo verwijzen de veelgebruikte woorden voor water naar de oorsprong (bijv. ‘grondwater’, ‘regenwater’), toepassing (bijv. ‘drinkwater’, ‘industriewater’), behandeling (bijv. ‘gezuiverd water’, ‘demiwater’), levering (bijv. ‘decentraal geleverd water’) of staat (bijv. ‘hergebruikt water’). Slechts enkele woorden, zoals ‘schoon water’ of ‘drinkbaar water’, drukken een waardeoordeel uit.

Ook de definities die vervolgens aan het woord ‘drinkwater’ werden gegeven, waren grotendeels beschrijvend van aard. Veel deelnemers refereerden aan de wettelijke eisen (bijv. ‘water dat voldoet aan het Drinkwaterbesluit’) of aan de toepassing (‘drinkbaar [water]’), de kenmerken (‘bacteriologisch betrouwbaar [water]’) of de behandeling (‘gezuiverd water’) van drinkwater. Een derde van de deelnemers gaf geen definitie, mogelijk omdat dit als vanzelfsprekend of juist lastig werd ervaren. In slechts één dialoog werd een definitie gegeven die een waardeoordeel over het water omvat (‘[water dat] acceptabel is voor de klant’).

De analyse maakte zichtbaar dat water nu betekenis krijgt vanuit een dominant antropocentrisch paradigma – een paradigma waarin de mens centraal staat. Water wordt omschreven aan de hand van woorden die instrumenteel en afstandelijk zijn: de relatie met water en waarden als verbondenheid, verantwoordelijkheid of afhankelijkheid spelen nauwelijks een rol. Dit suggereert dat de relatie tussen mens en water grotendeels functioneel en hiërarchisch wordt ingevuld: water wordt gezien als een hulpbron die beschikbaar moet zijn voor menselijke behoeften.

Ook in de literatuur wordt een hiërarchische mens-waterrelatie beschreven. Deze komt voort uit een watersysteem dat is ingericht vanuit een paradigma gericht op controle en robuustheid, waarin het minder ging om het leven met water en meer om het controleren van water [4], [8]. In de vervolgstappen van de GRROW-methodiek (afbeelding 2) is daarom gefocust op de relatie tussen mens en water en het bieden van een aanvullend ecocentrisch perspectief, oftewel een perspectief waarbij de natuur of het water centraal staat.

Heroverwegen: op date en in relatietherapie met water
Om radicaal anders na te denken over de mens-waterrelatie koos het GRROW-lab ervoor om in de stap ‘heroverwegen’ van dit onderzoek aanvullend op het dominante antropocentrische perspectief, ook een ecocentrisch perspectief te verkennen. Deze perspectiefwisseling vormde het vertrekpunt voor het onderzoeken van nieuwe waarden, denkwijzen, narratieven en taal rondom de relatie tussen mens en water.

In workshops gingen ongeveer vijftig deelnemers in de rol van mens en water met elkaar ‘op date’ en ‘in relatietherapie’. Dit gebeurde met vijftien jonge waterprofessionals in een workshop bij Evides, met 25 waterprofessionals en kunstenaars op de Dutch Design Week en met elf ervaren drinkwaterprofessionals bij KWR.

De date-fase richtte zich op kennismaking en waardering: wie is de ander, wat waardeer ik in diegene, wat hebben we gemeenschappelijk?

Hier kwam naar voren dat de deelnemers in de rol ‘mens’ water vooral zagen als betrouwbaar, nuttig en altijd beschikbaar. Deelnemers in de rol van ‘water’ zagen de mens als een machtige, vindingrijke, maar veeleisende partner die de relatie in een ongelijkwaardige positie heeft gebracht. In die ongelijkwaardige relatie wordt de intrinsieke waarde van water genegeerd ten gunste van haar functionele nut. Deelnemers in de rol van ‘water’ voelden zich opgesloten, gestuurd, ongezien, gebruikt en soms zelfs uitgebuit in de relatie. Deelnemers in de rol van ‘mens’ voelden zich daarentegen gemakkelijk en comfortabel, maar soms ongemakkelijk bij hun eigen dominantie en ervoeren ook afhankelijkheid en frustratie bij tekorten of onvoorspelbaarheid van water. De resultaten van deze stap zijn door de onderzoekers verhalend samengevat in dit audiofragment.

De relatietherapiefase richtte zich op diepere spanningen en behoeften voor een duurzame relatie. Vanuit het perspectief van water was er behoefte aan erkenning, waardering, gelijkwaardigheid en ruimte om natuurlijk te stromen. Deelnemers in de rol van ‘water’ wilden gezien worden om wie ze zijn, niet alleen om wat ze de mens geven, en hun eigen grenzen kunnen aangeven. De ‘mens’ had behoefte aan voorspelbaarheid en voldoende aanwezigheid en kwaliteit van water.

Deelnemers in de rol van ‘mens’ voelden zich onzeker wanneer water afwijkt van de normen en zochten stabiliteit en duidelijkheid in de relatie. De gesprekken maakten duidelijk dat beide rollen verlangden naar een duurzame en liefdevolle relatie, die volgens de deelnemers om een fundamentele verschuiving vroeg: van controle naar verbinding en van gebruik naar partnerschap.

Uit deze twee fasen zijn ontwerpprincipes afgeleid, met een normatief karakter: welke waarden en behoeften zijn er in een gewenste relatie en welke gedragsrichtlijnen helpen om de relatie duurzaam en evenwichtig te maken? Deze zijn zowel opgesteld vanuit het perspectief van water (ecocentrisch perspectief), als vanuit het perspectief van de mens (antropocentrisch perspectief). Dit is samengevat in tabel 1.

Tabel 1. Ontwerpprincipes

Ontwerpprincipes voor de toekomstige
mens-water-relatie
(antropocentrisch perspectief)
Ontwerpprincipes voor de toekomstige
water-mens-relatie
(ecocentrisch perspectief)
  • Voorspelbaar: meinder extremen, op de juiste
    plek op het juiste moment.
  • Begripvol: duidelijkheid over grenzen en
    limieten, nu vaak onbegrepen - waarom
    afwezig, tekort etc.?
  • Gebaseerd op beschikbaarheid: mens wordt
    vervuld in waterbehoefte, altijd 
    beschikbaar en schoon
  • Wederzijdse waardering: vertrouwen in de
    relatie, blijven strijden voor elkaar
  • Respectvol: de mens gaat respectvol met 
    water om en accepteert het zoals het is
  • Waardering: van de intrinsieke, spirituele
    en goddelijke waarde van water, water
    op waarde schatten
  • Gelijkwaardig: minder dominantie door
    de mens
  • Vrij: ruimte om te stromen, natuurlijk
    verloop, ook voor andere doelen dan
    drinkwater
  • Beschermend: water wordt schoon
    gehouden en beschermd tegen
    overconsumptie

 

Herontwerpen: nieuwe concepten en beelden
Op basis van de ontwerpprincipes uit de heroverwegen-fase (zie tabel 1) zijn in een online brainstorm met ongeveer 25 deelnemers en onderzoekers van GRROW-lab nieuwe woorden ontwikkeld. Deze woorden beschrijven een mogelijke toekomstige relatie tussen mens en water. Dit zijn woorden als ‘waterzorg’, ‘bronverschillig’ en ‘waterlener’. GRROW-lab-deelnemers hebben deze woorden getest in hun dagelijkse praktijk (bijvoorbeeld in gesprekken met collega’s of tijdens overleg met stakeholders) en aangepast en aangevuld.

Vervolgens is verdere betekenis gegeven aan de nieuwe woorden met een speciaal ontwikkeld associatiespel. Dit spel is in het GRROW-lab ontwikkeld om gezamenlijk cognitief en affectief betekenis te kunnen geven aan nieuwe woorden. Het spel is in verschillende iteraties getest en toegepast in een workshop met negentien jonge waterprofessionals. In verschillende stappen koppelden GRROW-lab-deelnemers intuïtief beelden aan de nieuwe woorden, bespraken hun associaties met elkaar en verbonden de woorden aan de eerder geformuleerde ontwerpprincipes en concrete toepassingen.

Met het spel is collectief betekenis gegeven aan de nieuwe woorden. Daarmee werd voorkomen dat iedereen er een eigen - verschillende - interpretatie van heeft en kon er een gedeeld concept ontstaan. Deze stap vormde een toets van de betekenis en consistentie van de nieuwe woorden. Tegelijk bood deze aanpak ruimte voor affectieve interpretaties, waardoor de woorden niet alleen cognitief, maar ook emotioneel werden beleefd. Zo werd de nieuwe watertaal niet alleen besproken, maar ook invoelbaar. Dit legde de basis voor een collectieve interpretatie en toepassing in de praktijk.

In de slotfase van het spel schreven deelnemers dagboekfragmenten uit de toekomst: hoe zou hun werk eruitzien als deze nieuwe relatie met water werkelijkheid was? En hoe passen de nieuwe woorden in deze werkelijkheid? De verhalen vormden gelaagde toekomstbeelden.

Op basis van deze associatieworkshop is een selectie gemaakt van zeven woorden. Deze woorden zijn uitgewerkt tot het GRROW-woordenboek voor de Nederlandse watertaal en representeren een alternatieve relatie tussen mens en water. Het woordenboek bestaat uit een definitie, voorbeeldtoepassing en etymologie van de nieuwe woorden, evenals een visuele interpretatie. Deze visuele interpretaties zijn op basis van de resultaten van het associatiespel uitgewerkt door beeldmaker Manon Bijkerk (La Nonette).

De illustraties zijn te zien in afbeelding 3. Dankzij deze beelden kunnen ook de emoties, verhalen en toekomstvisies die horen bij deze woorden, via het woordenboek worden overgebracht. De zeven woorden in het woordenboek zijn (van links naar rechts in afbeelding 2): bronverschillig, uitgeput, waterlijding, waterzorg, afscheidsputje, waterlener en aquacentrische heling. De uitwerkingen zijn te downloaden via de website van KWR [1] en worden daarnaast in komende edities van vakblad H2O gepresenteerd.

Waterzorgafb3cover

Afbeelding 3. Illustraties door La Nonette bij het GRROW-woordenboek voor de Nederlandse Watertaal

Interpreteren: van taal naar actie
Na het verzamelen, associëren en ontwerpen van nieuwe woorden is tijdens de laatste fase van het GRROW-lab, de interpretatiefase, gekeken hoe deze woorden betekenis kunnen krijgen in de praktijk. Zoals de filosoof Ludwig Wittgenstein stelt: “de betekenis van een woord is zijn gebruik in de taal” [9]. Tijdens een eindsymposium gingen 35 jonge en ervaren professionals uit de hele watersector hierover in gesprek en formuleerden zij goede voornemens: concrete handelingen en gedragingen die aansluiten bij de nieuwe woorden. Deze voornemens vormen zogenoemde implementatie-intenties. Dit zijn interne aanwijzingen voor bepaald gedrag in de hoofden van mensen. Door de woorden te koppelen aan dergelijke intenties, kan gedrag dat hierbij hoort worden gestimuleerd [10].

In totaal zijn er 78 goede voornemens geformuleerd, zowel gerelateerd aan de professionele activiteiten van de deelnemers, als aan hun privéleven. Bij het opstellen van deze voornemens konden zij zelf kiezen welke nieuwe woorden hen het meeste aanspraken. Uit een analyse van deze voornemens blijkt dat in een professionele setting vooral de concepten ‘waterzorg’ (12 voornemens) en ‘bronverschillig’ (7 voornemens) de deelnemers aanspraken.

Zo stelde een deelnemer: “Ik wil het beeld vasthouden dat water ‘is’, dat het niet alleen functioneel is. Dat we zorg dragen voor water. Dat drinkwaterbedrijven waterzorgers zijn en niet alleen gebruikers. Ik werk dus in de waterzorg”. Ook gaven deelnemers aan anderen bij dit nieuwe gedrag te willen betrekken: “[ik wil] bewustwording creëren voor bronverschilligheid, wanneer je het tegenkomt bespreken om zo bronverschilligheid tegen te gaan”.

Ook formuleerden veel deelnemers goede voornemens voor de toepassing van de nieuwe woorden in hun privéleven. Hier werden vooral de woorden ‘waterlener’ (10 voornemens), ‘waterzorg’, ‘bronverschillig’ en ‘afscheidsputje’ vaak genoemd (met voor ieder concept vier voornemens). Zo stelt een deelnemer “als je iets van iemand leent, geef je het altijd in eenzelfde of betere staat terug. Ik wil proberen het water dat ik leen zo min mogelijk te vervuilen. Bijvoorbeeld door ecologische schoonmaakmiddelen en natuurlijke producten [te gebruiken]”. Een ander stelt: “ik wil graag de waterlijding om mij heen veranderen naar waterzorg. Dit wil ik bereiken door de mensen en mijzelf aquacentrisch te helen en te laten zien welke mooie waarden het water heeft”.

Door gezamenlijk goede voornemens te formuleren en concrete acties te verbinden aan de nieuwe woorden, zetten de symposiumdeelnemers een eerste stap richting een alternatief mens-waterparadigma.

Nieuwe taal als startpunt voor een nieuwe relatie met water
Zoals gesteld komen dominante paradigma’s niet alleen tot uiting in de taal die wordt gebruikt om bepaalde processen en gebruiken te omschrijven, maar kan taal ook strategisch worden ingezet om veranderingen in denken en doen te stimuleren. In het GRROW-lab is een collectief ontwerpproces ingezet om te experimenteren met taal als verandermiddel. Uit de analyse blijkt dat de huidige taal rondom water is doordrenkt met concepten en narratieven die een instrumentele en afstandelijke relatie tussen mens en water veronderstellen.Water wordt daarbij vooral gezien en omschreven als iets dat de mens dient.

We hebben te maken met klimaatverandering, verdroging, vervuiling en uitputting van de aarde. Deze problemen vragen om andere denkkaders dan die waarin ze zijn ontstaan. De manier waarop we spreken over water beïnvloedt welke oplossingen we überhaupt kunnen zien en welke beslissingen in beleid en praktijk worden genomen.

Een nieuw woordenboek biedt geen ‘oplossingen’ voor die genoemde problemen, maar maakt nieuwe vormen van handelen, beleid en ethiek denkbaar. Door taalkeuzes aan te bieden die relationele waarden als zorg, afhankelijkheid en wederkerigheid centraal stellen, kan een meerduidig en inclusief gesprek over de toekomst ontstaan. Zo kunnen transitieopgaven, zoals een circulaire waterketen, baat hebben bij een woord als ‘waterlener’, en kunnen wettelijke vereisten als de KRW-doelstellingen invoelbaar gemaakt worden met ‘waterlijding’ en ‘waterzorg’.

De impact van de nieuwe woorden en concepten hangt af van de betekenis die deze woorden krijgen, en de mate waarin ze leiden tot de gezamenlijke formulering van doelen en acties voor de toekomst. De komende tijd zal het GRROW-woordenboek haar weg vinden in het denken en doen met en voor water. Enkele voorbeelden hiervan zijn nu al terug te zien in de praktijk (afbeelding 4).

Waterzorgafb4

Afbeelding 4.  Het door GRROW-lab geïntroduceerde woord ‘waterzorg’ stond centraal in het project ‘hoe zorgen we voor water?’[11], onderdeel van  de hub ‘Circular Safe Hospitals’

Dankwoord
Met veel dank aan alle GRROW-lab-deelnemers en andere betrokken experts voor hun deelname aan de ‘intergenerationele dialoog’, workshops en het eindsymposium. Zoals een van de deelnemers het zegt: “Ik wil het beeld vasthouden dat water ‘is'."


REFERENTIES
1. KWR (2025). GRROW-woordenboek voor de Nederlandse watertaal. https://www.kwrwater.nl/wp-content/uploads/2025/07/GRROW-woordenboek-voor-de-Nederlandse-watertaal-1.pdf, geraadpleegd op 25 november 2025.
2. Schoeman, J., Allan, C., & Finlayson, C. M. (2014). ’A new paradigm for water? A comparative review of integrated, adaptive and ecosystem-based water management in the Anthropocene’. Revisiting Integrated Water Resources Management, 17-30.
3. Pahl-Wostl, C., Jeffrey, P., Isendahl, N., & Brugnach, M. (2011). ‘Maturing the new water management paradigm: progressing from aspiration to practice’. Water resources management, 25, 837-856.
4. Van der Brugge, R., Rotmans, J., & Loorbach, D. (2005). ‘The transition in Dutch water management’. Regional environmental change, 5(4), 164-176.
5. Crisisoefening voor 'waterbom' bij Utrecht: 'We weten dat het kan gebeuren'. NOS, 4 november 2025. https://nos.nl/artikel/2589138-crisisoefening-voor-waterbom-bij-utrecht-we-weten-dat-het-kan-gebeuren , geraadpleegd 25 november 2025.
6. Warner, J., & Van Buuren, A. (2011). ‘Implementing room for the river: Narratives of success and failure in Kampen, the Netherlands’. International Review of Administrative Sciences, 77(4), 779-801.
7. Van Aalderen, N., Van Berkel, F., Van der Roest, E., Meekel, N., & Van den Berg, R. T. A. (2023). Generational and Radical Rethinking of the Water Sector. https://library.kwrwater.nl/publication/70088599/generational-and-radical-rethinking-of-the-water-sector/, geraadpleegd op 25 november 2025.
8. Van Dokkum, H., Nap, R., Duijn, M., & Grin, J. (2020). ‘Transities en Water: Samen betekenis geven aan complexiteit’. Water governance, 03, 6-12.
9. Wittgenstein, L. (1953). Philosophical investigations (G. E. M. Anscombe, Trans.). Blackwell.
10. Gollwitzer, P.M., Sheeran, P. (2006). 'Implementation intentions and goal achievement: A meta‐analysis of effects and processes'. Advances in experimental social psychology 2006, 38, 69-119.
11. I4CS, Studio Sociaal Speciaal (2025). Hoe zorgen we voor water? https://circularsociety.ewuu.nl/research/circular-safe-hospitals/how-do-we-take-care-of-water/

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.