Voor planstudies in de waterbouw is steeds meer geld nodig, waardoor voor uitvoering steeds minder geld overblijft. “We studeren veel en we voeren weinig uit”, verzucht Gerard Litjens van Bureau Stroming in de H2O-podcast De Toekomst van Ons Water.
“Aan een gemiddeld project liggen tegenwoordig honderden studies en rapporten ten grondslag. De overheid wil geen fouten maken en onderzoekt zich een ongeluk. Ik zou wensen dat we pragmatischer en met meer vertrouwen in veld-deskundigheid, de uitvoering van Ruimte voor de Rivier 2.0 aangaan.”
Gerard Litjens - mede-oprichter van Bureau Stroming en ARK Rewilding - verbaast zich over de kluwen aan projectstudies die nodig zijn voordat er tot uitvoering kan worden overgegaan. Litjens heeft meegewerkt aan baanbrekende waterrijke natuurprojecten in met name de uiterwaarden van de grote rivieren, zoals de Blauwe Kamer, Uiterwaardenpark Meinerswijk, Gelderse Poort en Grensmaas.
Hij zag in de loop der jaren de projecten steeds stroperiger worden, met name door de toename van allerlei planstudies. Voor een gemiddelde dijkversterking liggen tegenwoordig ruim 100 documenten ter inzage. Voor het project Meanderende Maas waren dat er maar liefst 337. Het gaat om ontwerpen, onderzoeksrapporten, natuurstudies, risicomanagementinventarisaties en juridische stukken.
“Er is bij de overheid veel gebrek aan inhoudelijke kennis, waardoor ze studie op studie stapelen door ingehuurde bureaus. Ook is er weinig bereidheid om te leren van wat we uitvoeren. Tegelijk zijn de mensen mondiger geworden, dus dat vraagt om betere onderbouwing van plannen”, zegt Litjens.
Plan Ooievaar
Samen met Wouter Helmer en Willem Overmars hoort Gerard Litjens bij de mannen van het eerste uur als het gaat om natuurontwikkeling in het rivierengebied. Het drietal stond in 1989 aan de wieg van stichting ARK Rewilding en Bureau Stroming. Dat kwam aan het rollen door het destijds opzienbarende Plan Ooievaar, een pleidooi om landbouw uit de uiterwaarden te verplaatsen en vrije natuur en recreatie meer ruimte te geven.
Nog altijd is Litjens geen voorstander van het handhaven van klassieke landbouw op de buitendijkse gronden in Nederland. “Ik wil de landbouw niet buitensluiten, maar de praktijk leert dat we beter de gebruiksfuncties van het landschap uit elkaar kunnen halen. Dat wil zeggen: landbouw binnendijks en buitendijks een integratie van natuur, recreatie, wonen en kleiwinning. Voor klassieke landbouw als hoofdfunctie in de uiterwaarden zie ik geen toekomst. Als boeren meedoen om het natuurlijke landschap te beheren zijn ze hartstikke welkom.”
Op verzoek van gemeente Arnhem ontwikkelde hij namens ARK Rewilding een plan voor de uiterwaarden van Meinerswijk à la Plan Ooievaar. Dat is ook de plek waar hij woont. “Het gaat om een gebied in stedelijke omgeving dat we hebben omgevormd tot wilde natuur met paarden en runderen. De vrees was dat inwoners van Arnhem dat niet snel zouden pikken, maar het tegenovergestelde bleek waar. We hebben natuur en recreatie met elkaar verweven. Het gebied is heel erg in trek bij de stadsbewoners.”
Alle recreanten zijn welkom om te struinen en om op strandjes te recreëren. Litjens is tegenstander van verboden toegang-bordjes in de natuur. “Ik ben voor totale integratie van natuur, wonen en recreëren. Dat kan in dorpen, steden en buurtschappen veel meer dan nu het geval is. De spontaniteit van en het avontuur in onze natuur in Nederland moeten we veel meer gebruiken.”
Levende rivieren
Met het plan Levende Rivieren – in opdracht van onder meer het Wereld Natuurfonds - probeert Bureau Stroming het rivierlandschap natuurlijker te maken, zonder dat het ten koste gaat van hoogwaterveiligheid. “We zien de zucht naar maximale controle op een riviersysteem dat eigenlijk dynamisch en flexibel wil zijn. Een rivier wil zandbanken vormen, meanderen, nevengeulen maken en bos op de oever laten ontstaan. Wij hebben de rivieren volledig naar onze hand gezet. Ongeveer 80 procent van de Nederrijn en IJssel is vastgelegd in stortsteen. Dat proces willen we graag omkeren onder het motto: denk als een rivier.”
“De meeste nevengeulen zijn heel technisch aangelegd, zodat er geen onderhoud meer nodig is. Om ze goed te laten functioneren is er meer waterdoorvoer nodig. Dat mag niet vanwege de belangen de scheepvaart. Dus de verhouding tussen winterbed en zomerbed moet zo verschuiven, dat geulen zichzelf kunnen onderhouden. Daarop mikken we in het meergeulen-concept.”
Baksteen
Bureau Stroming staat erom beken dat telkens projecten worden uitgedacht waarbij kleiwinning in een uiterwaarden wordt gecombineerd met natuurontwikkeling, zoals bijvoorbeeld in de Hiense Waard bij Dodewaard in de maak is. Die slimme koopman-dominee-aanpak is volgens Litjens bedacht omdat er niet genoeg overheidsgeld beschikbaar was om riviernatuur aan te leggen.
“We hebben het bedrijfsleven gevraagd om hun werkwijze om te schakelen van landschapsverwoestende wijze van grondstoffenwinning naar een meewerkende wijze van winnen. Op die leest schoeiden we projecten als ‘Bouwen met Baksteen is bouwen aan natuur’ en ‘Reliëfvolgende kleiwinning’. Dat hebben we succesvol gedaan. Elke kubieke meter gewonnen klei kan bijdragen aan natuurherstel in het concept Levende Rivieren.”
Met kleiwinning loopt dat als een trein, zegt Litjens. "Met grind hebben we dat in de Grensmaas tot een succes weten te brengen. Maar met de zandwinwereld vind ik het moeilijk schakelen. De kleinschalige zandwinningen gaan goed, maar de grootschalige zandwinningen verhouden zich slecht tot het DNA van onze rivieren. Dat is een worsteling met de sector. De grote diepe gaten die achterblijven in het winterbed na zandwinning, die passen in onze ogen als natuurbeschermers niet in een dynamisch riviersysteem. Daar moet je andere plekken voor zoeken.”
Beluister het volledige gesprek van Wim Eikelboom met Gerard Litjens in de H2O podcast De Toekomst van Ons Water
