De voorstellen voor verandering van de legionellawetgeving roepen bij de Expertgroep Legionella van Envaqua de nodige vragen op. Sterker: er is grote zorg. 

door Philip Reedijk

De vorige en demissionair minister van Infrastructuur en Waterstaat, Barbara Visser, heeft op 16 november 2021 haar beleidsplannen voor verandering van de legionellawetgeving naar de Tweede Kamer gestuurd. De voorstellen zijn gebaseerd op een evaluatie die KWR en Berenschot de afgelopen anderhalf jaar hebben uitgevoerd en die enkele opvallende aanbevelingen bevat. 

Namens de watersector heeft branchevereniging Envaqua bij de evaluatie een aantal punten naar voren gebracht in de Begeleidingscommissie. 

Wat vindt de voorzitter van de Envaqua Expertgroep Legionella, Egbert Leiting, van de uitkomsten van de evaluatie? “Wij zien een aantal goede voorstellen, maar er zijn ook punten van kritiek en zelfs van grote zorg”, aldus Leiting. “Positief zijn bijvoorbeeld de voorstellen om in de wet meer aandacht te geven aan gebruikte materialen, thermostaatkranen en jacuzzi’s.”

Kritisch is Leiting op de aanpak van het onderzoek: “KWR en Berenschot hebben alleen gekeken naar bestaand wetenschappelijk onderzoek over legionella, en de praktische kennis van bedrijven buiten beschouwing gelaten. Dat vinden wij een gemiste kans.”

“Nederland heeft als één van de weinige landen geen gechloreerd drinkwater. Als je dan vooral onderzoeksgegevens gebruikt uit landen waar wél chloor aan het drinkwater wordt toegevoegd, krijg je geen realistisch beeld. Ook zijn in het onderzoek legionella-beheerstechnieken niet meegenomen. Onze branche heeft al meer dan 20 jaar ervaring met legionellapreventie in Nederland. Op basis hiervan heeft de Begeleidingscommissie vorig jaar dan ook een eigen rapport met aanbevelingen opgesteld en aangeboden aan de minister.”

Niet alleen focus op pneumophila
“Wij maken ons grote zorgen over de veiligheid vanwege de plannen om alleen pneumophila-bacteriën te monitoren. Dat is slechts één van de ongeveer 60 soorten legionellabacteriën die in Nederland kunnen voorkomen in leidingwatersystemen. Het overgrote deel van de legionella-besmettingen wordt veroorzaakt door pneumophila, maar de andere bacteriën fungeren als een soort kanarie in de kolenmijn. Als er stilstand is in een leiding of de temperatuur loopt te veel op, ontwikkelen sommige non-pneumophila zich sneller dan pneumophila. Omdat wij momenteel ook monitoren op non-pneumophila, krijgen we eerder seintjes dat er ergens iets aan de hand is. Daarmee kun je een gevaarlijke uitbraak van pneumophila vóór zijn.’”

“Bovendien zijn ook non-pneumophila pathogene bacteriën, waarvan je wel degelijk ziek kunt worden. Die wil je helemaal niet in je leidingen hebben en ze vallen gewoon onder de zorgplicht uit de Drinkwaterwet. De Europese wetgeving maakt geen onderscheid tussen pneumophila en non-pneumofila. En Duitsland gaat non-pneumophila juist tóévoegen aan de wetgeving. Wij vinden het dus erg onverstandig om alleen op pneumophila te onderzoeken. Door hier het voorzorgsbeginsel los te laten worden er risico’s genomen.”

Ander zorgpunt
Een ander zorgpunt is het plan om legionellapreventie te beperken tot enkele prioritaire locaties, waaronder ziekenhuizen, verpleeghuizen, gevangenissen en hotels. Leiting: “Gymzalen, sportcomplexen, flatgebouwen en zelfs serviceflats vallen daar niet onder. Dat vinden wij onjuist en risicovol. De Europese regels zijn wat dat betreft veel strenger: die geven aan dat alle gebouwen ‘priority’ zijn, behalve privéwoningen.”

“Door de klimaatverandering en de energietransitie wordt de situatie rondom legionella kritischer. De ondiepe bodem warmt op, vooral in de steden. Dat kan effect hebben op de temperatuur van het drinkwater in ondiepe leidingen. Er komen ook steeds meer warmteleidingen in de bodem, bijvoorbeeld van stadsverwarming. Dan moet je dus je monitoring en preventie uitbreiden en niet, zoals de minister nu voorstelt, inperken.”