0
0
0
s2sdefault

Oude schetsen van 34 duizend aansluitingen controleren op de aanwezigheid van lood. Gebruikmaken van stille winkelstraten en uitgaansgebieden voor het vernieuwen van waterleidingen. Brandkranen voor bemonstering geschikt maken. Een pleidooi om het werk van mensen die ervoor zorgen dat ons afvalwater kan blijven wegstromen te beschouwen als vitaal. De bemonstering van rioolwater opschalen van twee naar zeven keer per week. Een greep uit de ervaringen van waterwerkers in coronatijd. 

Tekst Barbara Schilperoort

Albert Suurd 200 Albert Suurd, teamleider monsterneming van Waterlaboratorium WLN (Glimmen), belde zondagavond 15 maart 2020 met zijn directeur. Nederland ging de intelligente lockdown in. “Vanaf de volgende dag konden we niet meer bij mensen thuis onze monsters afnemen. Normaliter controleren we ons drinkwater vanaf het ruwe water uit de winputten en op het pompstation tot aan de kraan bij mensen thuis. Om toch aan onze wettelijke verplichting te kunnen voldoen, hebben we geïnventariseerd wie in ons eigen bedrijf en in de Drentse en Groningse drinkwaterbedrijven - WMD en WBG - allemaal bevoegd zijn om watermonsters af te nemen. En waar ze wonen. Zo konden we toch het vereiste aantal bacteriologische monsters nemen. Verschillende andere waterbedrijven hebben onze aanpak toen overgenomen.” 

Noord-Nederlandse nuchterheid
KADER CORONAVERHAL In de loop van het jaar zijn de veldanalisten van WLN toch weer hun vaste adressen langsgegaan. “Bij de mensen waar bij wijze van spreken de koffie altijd klaar staat wanneer ze aanbellen. We hebben ze aangeschreven of ze wilden meewerken, selecteerden in eerste instantie vooral de adressen waar een buitenkraan aanwezig is. Momenteel bemonsteren we ook weer binnenshuis. Uiteraard hebben we tevoren per brief toestemming gevraagd. Onze medewerkers doen een mondkapje op, houden afstand, voor hun eigen veiligheid en die van onze klanten. Niemand maakt problemen. Misschien kenmerkt dat onze Noord-Nederlandse nuchterheid?” 

Martine Bos 200 Ook bij waterbedrijf Vitens nam men vanaf medio mei in eerste instantie zijn toevlucht tot het nemen van monsters bij medewerkers thuis. “Maar toen na de zomer bleek dat de coronacrisis nog veel langer zou gaan duren, zijn we gaan nadenken over een structureel ándere manier van bemonsteren,” vertelt senior adviseur waterkwaliteit Martine Bos. “Vóór corona gingen we op pad met een aantal willekeurige postcodes waar we bemonsteringen moesten uitvoeren. Wanneer mensen niet wilden meewerken, belde je aan bij de buren. Soms was je een halve straat verder voordat je iemand trof die wel toestemming gaf”, vult monsternemer Bas van der Stroom aan. “Steeds vaker kregen we Bas van der Stroom 200 vragen van bijvoorbeeld bezorgde kinderen die hoorden dat we bij hun bejaarde ouders hadden aangebeld. Begrijpelijk. Het is tegenwoordig niet verstandig om de deur open te doen voor een vreemde.”

Op een gegeven moment ontstond het idee om brandkranen te gaan bemonsteren. Heel praktisch: ze staan overal, je kunt er goed bij, niemand hoeft ervoor thuis te zijn. Tevoren zijn de geselecteerde brandkranen schoongemaakt, doorgespoeld, gecheckt op veiligheid en de technische staat waarin ze verkeren. Daarmee zijn ze geschikt gemaakt voor de bemonsteringen. Vanaf begin dit jaar werkt de groep van 23 collega’s vooral buiten. Samen zijn ze verantwoordelijk voor 14 duizend bemonsteringen per jaar.  

'Alles bij elkaar werken we nu een stuk klantvriendelijker. En, op den duur, efficiënter. Zo hebben we van de corona-nood een deugd gemaakt'

“Maar we moeten ook binneninstallaties en aansluitingen controleren. En op de aanwezigheid van onder andere lood, nikkel, koper en legionella. Deze controles plannen we op afspraak bij mensen thuis. Alles bij elkaar werken we nu een stuk klantvriendelijker. En, op den duur, efficiënter. Zo hebben we van de corona-nood een deugd gemaakt.” 

34 duizend controles op lood
Egbert Zaadstra 200 Egbert Zaadstra is adviseur crisisbeheersing Brabant Water. “Vanwege de combinatie van thuiswerken en een warme zomer was veel extra water nodig. Heel veel. Thuis koffiedrinken, het vullen van al die zwembaden die mensen in hun tuin plaatsten, de kurkdroge Brabantse zandgronden. Het was topdrukte. Maar we hebben het gered. Nee, we hoefden geen extra voorraden aan te boren. Maar alle bestaande voorraden zijn wel opgebruikt!” 

De meeste werknemers van Brabant Water wonen in het eigen werkgebied. Dus zijn ook hier eigen collega’s ingeschakeld voor het nemen van de nodige monsters om het wettelijke meetprogramma te kunnen voortzetten. “Het was even puzzelen maar het lukte. Maar ook onze inspecteurs konden niet binnenshuis terecht. Toen zijn ze aan de slag gegaan met een klus die al een tijdje lag te wachten: het controleren van 34 duizend ‘onbekende’ aansluitingen op de aanwezigheid van lood. Niet alle aansluitingen zijn namelijk opgenomen in het GIS, het geografisch informatiesysteem.” 

Ze deden dat aan de hand van oude schetsen. “Controleren of toch nog ergens ‘lood’ stond vermeld. Of er dicht bij de woning veel bochten zijn gebruikt. Voor dit soort constructies was lood destijds namelijk een heel geschikt materiaal. Normaal gesproken vergt zulk uitzoekwerk te veel tijd. Die tijd hadden we nu!” 

Stille straten
John Ottevanger 200 “Jaarlijks staat een aantal vernieuwingsprojecten op ons programma”, vertelt John Ottevanger, omgevingsmanager bedrijfsvoering bij Brabant Water. “Kort na de eerste lockdown bespraken we wat we zouden kunnen ondernemen. Alles was immers anders dan anders… Het was iedereen opgevallen hoe stil het overal op straat was. We besloten daar ons voordeel mee te doen, inventariseerden met welke binnenstedelijke projecten we versneld aan de slag zouden kunnen. Vervolgens hebben we bij de gemeente met spoed een vergunning aangevraagd.”

Normaal gesproken vraagt het voorbereiden van een project zo’n 20 weken. Nu waren het er 4. Alles ging in een versnelling. Ondernemers waren ook positief, zegt Ottevanger. “Geen zandhopen voor de deur van je geopende restaurant, café of winkel. Geen opgebroken straat op de plek van je terras. We hoefden nauwelijks verkeer om te leiden, geen verkeersregelaars in te schakelen. Zo zijn we te werk gegaan in de marktstraat van Tilburg, een kroegenstraat in Eindhoven, winkelstraten in Den Bosch, Steenbergen en Oisterwijk. Alles ging snel en efficiënt. Bovendien hielden we de aannemers op deze manier ook nog aan het werk. Een echte win-winsituatie.”

Riolisten vitaal beroep
“Natuurlijk, we hebben schoon drinkwater nodig. We wassen onze handen, douchen, gaan naar de wc. En van dat afvalwater moeten we goed en snel weer af. Dus moeten vastgelopen rioolpompen in de gemeentelijke riolering gerepareerd. Moet worden ingegrepen wanneer bij hoosbuien de rioolputten overstromen. Moeten verstoppingen in afvoeren worden verholpen. Anders stroomt rioolwater onze huizen niet uit, loopt afvalwater over op open water. Vies en ongezond! Dus hebben de mensen die ervoor zorgen dat ons afvalwater kan blijven wegstromen een vitaal beroep.” 

'Ik heb expliciet gemaakt wat impliciet was. En daarmee het imago opgekrikt van wat er bij rioolwaterzuiveringen en in het hele rioleringssysteem gebeurt'

Hugo Gastkemper 200 Met die boodschap ging Hugo Gastkemper, directeur Stichting RIONED, aan het begin van de crisis de boer op om rioleringsbeheer als vitaal proces te beschouwen. Zijn verhaal sloeg aan. Met als gevolg dat wanneer riolisten aan het werk moeten, zij, zo nodig, een beroep kunnen doen op kinderopvang. Met een werkgeversverklaring kunnen ze ook aan het werk nadat de avondklok is ingegaan. “Het is voor de meeste mensen zó vanzelfsprekend dat we een goed functionerende riolering hebben, dat bijna niemand zich meer realiseert waaróm we die ooit hebben aangelegd: vanwege de volksgezondheid. Ik heb expliciet gemaakt wat impliciet was. En daarmee het imago opgekrikt van wat er bij rioolwaterzuiveringen en in het hele rioleringssysteem gebeurt. Dit werk verdient herwaardering. Zo eenvoudig is het!” 

Druk, drukker, drukst
Anna vermast 200 Anna Vermast en haar collega’s van Waterlaboratorium Aqualysis hebben hun werk vorig voorjaar korte tijd stilgelegd, maar na het nemen van extra veiligheidsmaatregelen weer hervat. Speciale mondmaskers en spatschorten moeten hen beschermen bij het nemen van monsters bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties. “Want je zit toch in andermans poep te roeren. En je weet niet wat daarin zit: medicijnresten, resten van chemokuren, allerlei bacteriën, virussen, deeltjes van corona, al zijn die niet meer levend. We moeten voorzichtig zijn, daarvan zijn we ons ten zeerste bewust. Nu nog meer dan anders.” 

Zij bemonstert samen met haar 8 collega’s zo’n 25 rwzi’s in het werkgebied van de waterschappen Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta. Van Zwolle tot Emmen tot Enschede. In opdracht van minister Hugo de Jonge wordt de frequentie opgeschaald van 2 naar 7 keer per week. “We puzzelen nog over de personele bezetting. Ons werk is aan strikte regels en voorschriften gebonden, handelingen volgen een precies procedé. Er zijn extra gekwalificeerde mensen nodig. Bovendien zal niet iedereen weekenddiensten willen draaien. Het controleren van rioolwater op de aanwezigheid van Covid 19 gaat nog jaren duren. We krijgen het druk, drukker, drukst.” De monsters die ze nemen gaan met een koerier naar het RIVM. Nee, ze krijgen geen terugkoppeling. Daarom kijken ze zelf geregeld op het coronadashboard hoe de situatie in het eigen werkgebied is.  

Rwzi en de volksgezondheid
Peter Kremer 200 De beheerders van de verschillende waterzuiveringsinstallaties van het waterschap Drents Overijsselse Delta werken samen in clusters. “Vóór corona kwamen we vaker bij elkaar,” vertelt Peter Kremer, één van hen. “Om bij te praten, te overleggen, omdat we ook samen werk uitbesteden. Nu doen we dat zo weinig mogelijk. En alleen als het echt niet anders kan, besteden we werk uit. Maar externen voeren momenteel alleen het noodzakelijke onderhoud uit, zoals het verhelpen van storingen. Bovendien moeten zij zich aan strenge regels houden, mogen geen koffiedrinken of eten in onze kantines. We houden precies bij wie wanneer bij ons aankomt, wanneer vertrekt en of er bij dat bedrijf geen corona-besmettingen zijn. Verder houden we ons aan alle voorschriften van het RIVM. Op die manier hebben we corona buiten de deur kunnen houden.” Hij vermoedt dat maar weinig mensen zich realiseren dat een waterschap ook rioolwater zuivert. En hoe belangrijk dat werk is. Daarin is hij het hartgrondig eens met directeur Gastkemper van stichting RIONED. “Het gaat om volksgezondheid.”