De aanleg van een kralenstreng van geulen langs de Waal is opgenomen in het conceptplan voor Ruimte voor de Rivier 2.0. Toch gaat het een coalitie van natuurbeschermers - met steun van de ANWB en Sportvisunie - niet ver genoeg. Zij willen er een schepje bovenop met natuurherstel en meer recreatieruimte.
Tekst Wim Eikelboom | Beeld Bureau Stroming
Om beter grip te krijgen op de stroomsnelheid en verdeling van zand en water in de Waal, zijn in 2015 ter hoogte van Tiel drie breukstenen strekdammen aangelegd naast de vaargeul. Deze zogeheten langsdammen vormen een scheiding tussen de hoofdgeul en de oever.
De tien kilometer lange langsdammen waren een experiment om met één ingreep meerdere doelen te dienen: betere doorstroming bij hoogwater in de Waal, betere vaardiepte voor de scheepvaart bij laagwater en verbetering van de riviernatuur.
IJsselmeer
Na een paar jaar bleken de langsdammen een geslaagde innovatieve maatregel in het rivierbeheer. Ze zorgen voor snellere afvoer bij hoogwater en leiden tot meer vaardiepte voor de scheepvaart op de Waal bij lage rivierstanden. De langsdammen van Tiel zijn een vliegwiel in het project Ruimte voor de Rivier 2.0. De grootste uitdaging voor de rivierbeheerders is het tegengaan van de uitslijting van de rivierbodems. Sinds onze grote rivieren zijn vastgelegd met kribben, dijken en stenige oevers, is de stroomsnelheid in de vaargeul vergroot. Daardoor slijt de bodem van de Waal en het bovenstroomse deel van de IJssel met circa 1 tot 2 centimeter per jaar.

Inmiddels ligt de rivierbodem van de Waal ruim twee meter lager ten opzichte van honderd jaar geleden. Daardoor ontstaan allerlei problemen met grondwaterstanden, verdroging en bevaarbaarheid van de rivieren. De bodemerosie heeft ook tot gevolg dat er bij lage waterstanden minder water door de IJssel stroomt richting het IJsselmeer. Dat heeft nadelige gevolgen voor de waterbeschikbaarheid van Noord-Nederland.
Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 moet de bodemerosie een halt toeroepen. Ruimte voor de Rivier 2.0 zet in op twee oplossingen: het toevoegen (suppleren) van zand en grind aan de rivier om de rivierbodem weer op peil te brengen. Daarnaast wordt gezocht naar verbreding van het rivierbed, waardoor het water minder snel gaat stromen, de eroderende kracht afneemt en de bodemerosie vermindert. De langsdam komt dan weer in beeld.
“Specifiek voor de Waal onderzoeken we of rivierverruiming met langsdammen of een meergeulensysteem een oplossing kan bieden. Op de Waal is de erosie het grootst”, zegt Marieke Hofstra, programmamanager van Ruimte voor de Rivier 2.0.
Kribben
Het team van Ruimte voor de Rivier ziet twee opties: meer stenen langsdammen in de Waal naar voorbeeld van wat er ligt ter hoogte van Tiel. Of een lint van extra geulen (om de 5 kilometer) in de uiterwaarden die verbonden zijn met de hoofdgeul. “In deze variant worden de bestaande kribben in de hoofdgeul iets verlengd. Dit zorgt er bij laagwater voor dat de hoofdgeul smaller wordt en de waterstanden juist stijgen. Dat is gunstig voor de bevaarbaarheid en biedt kans voor natuur. De varianten kunnen ook gecombineerd worden door bijvoorbeeld een uiterwaardengeul achter een langsdam aan te leggen”, licht Hofstra toe.
'Een werkend meergeulensysteem vraagt om ruimte in het rivierbed en de uiterwaarden'
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat komt eind dit jaar met een voorstel over de aanpak, plus een inschatting van de kosten die ermee gemoeid zijn. Hofstra: “Een werkend meergeulensysteem vraagt om ruimte in het rivierbed en de uiterwaarden. Om bodemerosie effectief aan te pakken, is het nodig om het meergeulen-systeem aaneengesloten aan te leggen tussen de Pannerdensche Kop en Zaltbommel.”
Het idee van het meergeulenconcept is ontwikkeld door Bureau Stroming, in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds. “Het is een doorontwikkeling van de langsdammen”, vertelt Alphons van Winden van Bureau Stroming. “We noemden dat aanvankelijk ‘ruimte voor middenafvoeren’. Saskia van Vuren van het Deltaprogramma kwam met de term meergeulenconcept. Het idee moet een duurzame en natuurvriendelijke oplossing bieden tegen de bodemdaling van de rivieren. Dat doen we door met permanent stromende geulen het doorstroomoppervlak van het zomerbed te vergroten.”
Bureau Stroming is bezig om het meergeulensysteem voor drie trajecten te modelleren en door te rekenen: midden-Waal (tussen Nijmegen en Tiel), Gelderse Poort en IJssel (van Westervoort tot Zutphen). Het klinkt als een vrij civieltechnische ingreep. Daar kan het ook naar neigen, erkent de rivierexpert van Bureau Stroming. Daarom is een groene coalitie gesmeed die het meergeulenconcept als een nature-based solution inkleurt. Het Wereld Natuur Fonds is de trekker daarvan, vertelt Ruben Vleeschouwers van het Wereld Natuur Fonds.
“Wij zien liever geen harde stenen dammen, maar zachte oevers met vegetatie. Wij staan voor een aanpak voor rivier- en natuurherstel met hulp van natuurlijke processen. Daarin ontstaat meer ruimte voor het vergroten van het areaal riviernatuur en meer ruimte voor recreatie in het rivierengebied.”
Met de kennis en rivierexpertise van Bureau Stroming maakt het WNF samen met ARK Rewilding Nederland zich sterk voor – wat zij noemen – een integraal meergeulensysteem. Ook programma Nederland 2120 ondersteunt dit met uiteenlopende onderzoeken. “We zetten er een plus op. Dat sluit aan op onze visie Ruimte voor Levende Rivieren uit 2018, die weer op de schouders staat van Plan Ooievaar”, aldus Vleeschouwers.
Het integrale benadrukt de samenwerking tussen Ruimte voor de Rivier 2.0 en het andere nationale programma voor duurzaam natuurherstel: de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). “Als we dat bij elkaar brengen, bereiken we een driedubbeldoelstelling: rivierbodem stabilisatie, riviernatuurherstel en veilig genieten voor recreanten.”
Recreatie
Ook de ANWB en de Sportvisunie steunen de groene coalitie voor het integrale meergeulensysteem. De ANWB kwam vorig jaar met een pleidooi voor meer natuur langs de rivieren, zodat er meer recreatieve ruimte komt voor wandelaars en fietsers.
“Bestaande natuurgebieden worden steeds drukker, terwijl bevolkingsgroei en toerisme om meer recreatieruimte vragen”, zegt Peter Leonhart van de ANWB. “Langs de rivier ontstaat een positief recreatief ruimtelijk perspectief als we kiezen voor het integrale meergeulensysteem. Je kunt in de toekomst langs de rivieren urenlang dwalen, struinen en ontspannen, er kan gepicknickt worden langs de rivier en je kunt in de nevenstromen (relatief) veilig zwemmen, kanoën, suppen en roeien, pootjebaden of vissen, zonder gevaarlijke scheepvaartgolven.”
Een team van wetenschappers en rivierexperts van NL2120 publiceerde in februari een rapport over de sociaaleconomische meerwaarde van de toepassing van het meergeulensysteem boven andere opties binnen Ruimte voor de Rivier 2.0, zoals het aanleggen van constructieve langsdammen. Hun conclusie luidde: het meergeulensysteem heeft meer en grotere positieve (sociaaleconomische) neveneffecten dan de langsdammen, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, woongenot en gezondheid ten gevolge van een verbeterde ruimtelijke kwaliteit en toegenomen natuurkwaliteit en biodiversiteit.
