secundair logo knw 1

Zetten we vol in op het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027? Wordt ‘water en bodem sturend’ alsnog het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening? De vervroegde landelijke verkiezingen op 29 oktober en daarna de kabinetsformatie zullen bepalen welke kant het opgaat bij deze en andere vraagstukken. Aan de hand van de thema’s waterveiligheid, waterkwaliteit, drinkwaterbesparing en klimaatadaptatie geven vier waterwoordvoerders - Henk Jumelet (CDA), Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA), Ruud Verkuijlen (VVD) en Mpanzu Bamenga (D66) - in de Tweede Kamer een toelichting op de standpunten van hun partijen. Ook laten experts hun licht schijnen over wat er de komende jaren moet gebeuren.


door Hans Klip, Rens Nijholt, Pauline van Kempen en Kees Jan van Kesteren


1. WATERVEILIGHEID

Stembiljet 200Het Deltaprogramma wordt herijkt in 2026. Er zijn extra maatregelen nodig in het licht van de klimaatverandering en zeespiegelstijging, wat veel geld kost. Is het verstandig om hierop volledig in te zetten of kan het tot 2050 wel een tandje minder?

Henk Jumelet (CDA): “Waterveiligheid is geen luxe maar een noodzakelijke voorwaarde voor een veilig en leefbaar Nederland. Het CDA wil het Deltaprogramma onverkort uitvoeren, in 2026 bijsturen op nieuwe inzichten, en ervoor zorgen dat de primaire waterkeringen uiterlijk in 2050 voldoen aan de nieuwste normen met extra aandacht voor risicogebieden voor overstromingen. Om de gevolgen van de zeespiegelstijging het hoofd te kunnen bieden, willen we bekijken of de zandmotor met zeewaartse kustontwikkeling kan worden uitgebreid.

Een tandje minder inzet op dit deel van onze veiligheid kan ons duur komen te staan. Het is beter nu verstandig te investeren dan straks te laat te reageren. Wel moeten we slim prioriteiten stellen en eerst de meest kwetsbare gebieden aanpakken en beschermen, zodat elke euro doelmatig wordt besteed."

Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA): “Het Deltaprogramma moet niet alleen gaan over technische maatregelen, maar ook over meer ruimte voor water en over bodem en water sturend maken in de ruimtelijke ordening. Dat is cruciaal. Als je nu niet investeert, betaal je straks veel meer.

In het waterveiligheidsdebat zouden de investeringen soms als overdreven worden gezien. Maar kijk om je heen: drinkwaterbedrijven waarschuwen voor tekorten, Valkenburg heeft miljoenen schade geleden door wateroverlast en overstromingsrisico’s nemen alleen maar toe. Dan kun je niet volhouden dat we te veel investeren. Wij hebben ons de afgelopen periode ingezet om de middelen voor de waterschappen te verdubbelen.”

Ruud Verkuijlen (VVD): “Nederland is een waterland, gebouwd op en in samenwerking met het water. Andere landen zien ons land als leidend voorbeeld van bescherming tegen hoogwater. De VVD vindt het dan ook enorm belangrijk dat we droge voeten houden, nu en in de toekomst. Dat kan alleen door in te zetten op adequate maatregelen voor waterveiligheid.

Die inzet moet realistisch zijn, in de zin dat we vroegtijdig de risico’s op de lange termijn analyseren, naar de juiste maatregelen kijken en hierop investeren. Het betekent voor de VVD dat een langetermijnplanning nodig is om oog te houden op de benodigde investeringen.”

Mpanzu Bamenga (D66): “Nederland is een waterland in hart en nieren. De uitdagingen worden echter steeds groter. Extremer weer en een stijgende zeespiegel maken het de komende decennia lastiger om droge voeten te houden.

Daarom wil D66 vol inzetten op een weerbaar land- en watersysteem dat als een buffer én een spons werkt: water vasthouden in natte tijden, en benutten in droge. Tegelijkertijd ontslaat dit ons niet van de belangrijkste taak: de strijd tegen de oorzaken van extreem weer. Klimaatverandering aanpakken blijft de kern van ons werk.”

‘Op elk schaalniveau versnelling, innovaties en integrale samenwerking nodig’
DEF Ferdinand Diermanse Deltares kader 5Ferdinand Diermanse over waterveiligheid: “In 2050 moeten alle primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke normen die in 2017 zijn vastgesteld. Dit is een enorme opgave, vooral in stedelijke gebieden waar de ruimte beperkt is. Tegelijkertijd nemen de gevolgen van klimaatverandering toe, zoals wateroverlast door extreme neerslag. Grensoverschrijdende samenwerking met België en Duitsland is dan ook essentieel.
Daarnaast is het noodzakelijk om ruimte voor de rivier te behouden voor het opvangen van toekomstige extremere afvoeren, bij voorkeur in synergie met natuur, landbouw en recreatie. Op de middellange termijn staan wij voor keuzes die het watersysteem overstijgen, zoals de vervanging van de Maeslantkering en op den duur ook de Oosterscheldekering. De vervangingsopgave van bestaande infrastructuur is groot.
Tegelijkertijd moeten we het meegroeivermogen van onze systemen behouden. Grote, moeilijke systeemkeuzes zijn onvermijdelijk, zoals het openhouden of afsluiten van estuaria en het aanpassen van peilbeheer. De toenemende complexiteit vereist capaciteit, mankracht en tijd om in te spelen op snelle veranderingen. Denk hierbij aan een extreme versnelde zeespiegelstijging, afzwakking van de Atlantische oceaanstroming en bovenstroomse ontwikkelingen die de afvoer beïnvloeden. Waterveiligheid moet gegarandeerd blijven in een omgeving die sterk verandert door transities in energie, urbanisatie, landbouw en transport.
Dit alles vraagt om versnelling, innovaties en integrale samenwerking op elk schaalniveau. De uitdaging voor politici en andere betrokkenen: juist nu zijn er kansen om waterveiligheid en ruimtelijke ontwikkelingen in samenhang op te pakken. Door 100 jaar vooruit te kijken en slimme keuzes te maken, zorgen we ervoor dat iedere investering bijdraagt aan een leefbaar en klimaatbestendig Nederland.”

2. WATERKWALITEIT

Stembiljet 200Hoe belangrijk is het halen van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027? Gaat Nederland daar volledig voor? Of is dat onhaalbaar dan wel onwenselijk, mede gezien het ‘one out, all out’-principe waardoor in een watergang alle doelen voor waterkwaliteit moeten worden bereikt? Wat moet in ieder geval tot en met het eindexamenjaar 2027 gebeuren?

Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA): “Als je mij vraagt wat de hoogste prioriteit moet zijn in het waterdossier voor de komende kabinetsperiode, dan zeg ik: schoon water. Natuurlijk zijn droogte en waterveiligheid zeer belangrijk, maar waterkwaliteit raakt aan alles. Het bepaalt of we voldoende drinkwater hebben, of onze ecosystemen gezond blijven en of we onze internationale verplichtingen nakomen.

We hebben veel te lang vertrouwd op vrijwillige maatregelen en uitstel. Nu moeten wij alles op alles zetten om de KRW-doelen in 2027 te halen. Daarom zijn wij op dit dossier het meest ambitieus. Het kabinet Schoof heeft geen enkele extra maatregel op het gebied van waterkwaliteit genomen, waardoor deze alleen maar slechter is geworden.

Of de KRW-doelen genegeerd kunnen worden? Dat is feitelijk zeggen dat je een wet naast je neerlegt. Maar los hiervan: je negeert dat het water vies is en dat kun je niet. Het ‘one out, all out’-principe is daarbij terecht. Stel dat in een glas water 100 giftige stoffen zitten en er 99 worden uitgehaald. Zou je met de ene overblijvende stof dat glas dan opdrinken? Natuurlijk niet.”

Henk Jumelet (CDA): “Voor het CDA is goede waterkwaliteit van groot belang voor de gezondheid van mensen en voor een sterke leefomgeving. De KRW-doelen zijn daarom richtinggevend en we moeten doen wat we hebben afgesproken. Maar ik ben ook realist: het ‘one out, all out’-principe maakt dat één slechte parameter het hele waterlichaam als ‘niet goed’ bestempelt. Daar lopen we in de uitvoering tegenaan. Het antwoord is niet maar gewoon ongehoorzaam zijn aan Europa, maar juist slim uitvoeren. 

Dan denk ik bijvoorbeeld aan gebiedsgericht werken en het stevig aanpakken van illegale lozingen. Zo vinden wij dat schade aan waterkwaliteit door drugsdumping harder dient te worden bestraft. Watervervuiling kun je het beste aanpakken bij de bron. Daarom willen we vergunningen voor lozingen actualiseren en vervolgens strikt handhaven.”

Mpanzu Bamenga (D66): “De Europese doelen voor schoon water zijn niet nieuw: landen hebben er járen de tijd voor gehad. Dat Nederland in het verleden te weinig heeft gedaan, mag geen excuus zijn om nu de lat lager te leggen. Integendeel, het is hoog tijd om de achterstand in te lopen.

Schoon en voldoende drinkwater lijkt nu vanzelfsprekend, maar de komende decennia wordt dat een enorme uitdaging. Daarom wil D66 streng erop toezien dat meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en PFAS zo min mogelijk in ons water terechtkomen.”

Ruud Verkuijlen (VVD): “De KRW-doelen zijn er om de waterkwaliteit ook voor toekomstige generaties te waarborgen. Dat zien wij als onze dure plicht. We houden ons dus aan de Europese regels als het gaat om waterkwaliteit. 

Belangrijk bij Europees beleid is wel dat er een gelijk speelveld is, zodat onze bedrijven een eerlijke concurrentiestrijd kunnen aangaan. Daarin moeten we realistisch blijven, bijvoorbeeld als het gaat om lozingen die bovenstrooms in andere landen plaatsvinden en die van invloed zijn op de waterkwaliteit in Nederland. Een gelijk speelveld betekent dat onze bedrijven niet met extra nationale regels, boven op de Europese regels, worden geconfronteerd. We willen daarom de impact die de KRW heeft op het bedrijfsleven beter in kaart brengen.” 

‘Zet fors in op een divers maatregelenpakket voor waterkwaliteit’
DEF Michelle van Vliet UU 200 kader 4Michelle van Vliet over waterkwaliteit: “Er is duidelijk een inhaalslag vereist voor het verbeteren van waterkwaliteit. Dit is niet alleen essentieel vanwege de dreiging van juridische sancties uit Brussel als we niet in 2027 voldoen aan de afspraken voor de Kaderrichtlijn Water, maar in de eerste plaats omdat de gehele samenleving sterk afhankelijk is van oppervlakte- en grondwater van geschikte kwaliteit.
Het is van groot belang om fors in te zetten op een divers maatregelenpakket voor verbetering van waterkwaliteit. Zoals: het KRW-proof maken van vergunningen, strenger toezicht en handhaving hierop, extra investeringen in riool- en afvalwaterzuivering, inzet van natuur-geïntegreerde oplossingen, en intensiever overleg met buurlanden over grensoverschrijdende vervuiling.
Ook moeten we in ons waterkwaliteitsbeheer meer rekening houden met het vaker optreden van weersextremen, want deze zorgen in veel gevallen voor een verslechtering in waterkwaliteit. Denk aan riooloverstorten en afspoeling van verontreiniging (onder andere mest) van land tijdens hevig regenbuien, of een toename in relatieve invloed van lozingen tijdens droogte.
Met het veranderende klimaat en toenemende weersextremen bereiken we steeds vaker de grenzen in het beheer van ons watersysteem. Daarom is het essentieel om te bouwen aan een veerkrachtiger watersysteem dat beter bestand is tegen droogte, wateroverlast en ook uitdagingen rondom waterkwaliteit. Een wettelijke grondslag voor het beleidsprincipe ‘water en bodem sturend’ en stevige regie vanuit de rijksoverheid zijn cruciaal om samen te werken aan duurzame en toekomstbestendige oplossingen voor voldoende schoon water.”

3. DRINKWATERBESPARING

Stembiljet 200De drinkwaterbeschikbaarheid staat onder druk en daarom is er een nationale aanpak voor drinkwaterbesparing (naar 100 liter per persoon per dag in 2035). Hoe belangrijk is dit doel? Zijn verplichtende besparingsmaatregelen nodig en wenselijk? 

Ruud Verkuijlen (VVD): “Dit is voor ons een belangrijke doelstelling, waar zowel burgers als het bedrijfsleven stappen in moeten zetten. Wij juichen innovaties toe die bedrijven ontwikkelen om hun drinkwatergebruik te verminderen. Daarvan zijn al aansprekende voorbeelden van, zoals bierbrouwers die hun eigen drinkwatervoorziening regelen en drinkwaterverspilling voorkomen. De VVD wil dit soort innovaties stimuleren en verbreden.

Voor besparingsmaatregelen is wel draagvlak nodig en ze mogen nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, niet in de weg staan. Stimuleren werkt vaak beter dan verplichtende maatregelen opleggen. Tegelijk zetten we keihard in op het winnen van nieuwe drinkwatervoorzieningen, bijvoorbeeld door het vergunningsproces te versnellen.”

Mpanzu Bamenga (D66): “De beschikbaarheid van drinkwater staat onder druk. Zowel grootverbruikers als huishoudens moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Daarom wil D66 dat grote grondwaterputten vergunningplichtig worden. Nu kunnen sommige boerenbedrijven enorme hoeveelheden water gratis oppompen, terwijl huishoudens voor elke liter betalen. Dat is niet eerlijk én niet duurzaam.

Voor huishoudens willen we eerst inzetten op bewustwording en slimme stimulansen om water te besparen, voordat er verplichtingen komen. Zo zorgen we samen dat drinkwater ook in de toekomst beschikbaar en betaalbaar blijft.”

Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA): “Ik post op LinkedIn en Instagram bijna elke dag over water, maar ik zou willen dat het in de Kamer vaker een onderwerp van plenaire debatten is. Er wordt nog te vaak laconiek over gedaan: er komt toch water uit de kraan, dus er is geen probleem? De schaarsteproblemen stapelen zich echter op. De ambitie om in 2035 naar 100 liter te gaan is haalbaar. In België ligt het verbruik bijvoorbeeld op 80 liter.

Tegelijkertijd is het noodzakelijk. Drinkwater is te kostbaar om wc’s mee door te spoelen of datacenters mee te koelen. We moeten inzetten op waterbesparing, circulair gebruik en slimme innovaties. Waarom hebben we wel energiescans maar geen waterscans? Ook prijsprikkels kunnen helpen. Met vrijwillige afspraken gaan we dit niet oplossen. We pleiten voor dwingendere maatregelen zoals verplichte waterbesparende voorzieningen in het Bouwbesluit, strengere regels voor industrie en landbouw en een eerlijkere verdeling van schaarste.”

Henk Jumelet (CDA): “Het CDA steunt de nationale aanpak om naar een drinkwatergebruik van 100 liter per persoon per dag te gaan in 2035. Dat doel is ambitieus maar haalbaar. Het begint met bewustwording en slimme technieken zoals waterbesparende kranen. In nieuwbouw en renovatie kunnen we normen stellen.

Verplichtingen zijn niet het eerste waaraan wij denken. Dus we moeten goed in de gaten houden of we de waterbeschikbaarheid op andere manieren voldoende kunnen waarborgen. Dat kan ook betekenen dat restwater waar mogelijk wordt hergebruikt en we daarbij gebruikmaken van innovatieve methoden zoals ontzilten.”

‘Staar je niet blind op drinkwaterbesparing alleen’
Ruud Bartholomeus 1 KWR 200 kader 4Ruud Bartholomeus over drinkwaterbesparing: “De drinkwaterbeschikbaarheid staat natuurlijk onder druk door het veranderende klimaat en de toegenomen vraag. Het lijkt gemakkelijk om de focus te leggen op de vraagkant via het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Dit is een goed plan en moet worden uitgevoerd. Al wordt over het verminderen van het gebruik van drinkwater nog wel wat makkelijk gedacht. Er zijn weliswaar enkele relatief eenvoudige oplossingen zoals waterbesparende douchekoppen en de kleine knop op het toilet, maar het is ook zaak om een echte gedragsverandering teweeg te brengen.
We lossen echter met het plan niet de hele problematiek op. Het gevaar bestaat dat er dan onvoldoende aandacht is voor het watersysteem, dat de basis is. Het is essentieel dat drinkwaterbesparing en maatregelen voor aanbod hand in hand gaan. Dit vraagt om een langetermijnaanpak voor voldoende zoetwater in de toekomst. Het op Prinsjesdag gepresenteerde Deltaprogramma 2026 bevat hiervoor goede handvatten.
Mijn hoofdboodschap aan politiek en overheden is: staar je niet blind op drinkwaterbesparing alleen. Richt je juist ook op besparing van zoetwater in brede zin. Het draait om, zoals het zo mooi wordt gezegd, het watersysteem te benutten als buffer en bron. Je hoort steeds vaker van politici het geluid dat Nederland kampioen water vasthouden moet worden. Zo’n uitspraak doet het natuurlijk goed. Het punt is alleen dat zij dan ook moeten erkennen dat er consequenties voor het huidige land- en watergebruik zijn. Niet alles kan meer overal.
De politiek zal niet-populaire maatregelen voor veranderingen van het landgebruik moeten nemen, waarmee er altijd een conflict ontstaat met of landbouw of natuur of drinkwater of industrie. Daarvoor is politieke moed nodig, net als voor veel andere vraagstukken in het landelijk gebied. Denk goed na over hoe we de aanpak van het zoetwaterprobleem vorm kunnen gaan geven. Ik vind dat we hierbij serieus werk moeten maken van een ruimtelijke inrichting waarbij water en bodem richtinggevend zijn.”

4. KLIMAATADAPTATIE

Stembiljet 200Nederland heeft een enorme bouwopgave. Wat betekent dit voor klimaatadaptatie? Denk aan maatregelen voor wateroverlast en bodemdaling. Eerst was sprake van ‘water en bodem sturend’, nu heeft het kabinet het over ‘rekening houden met water en bodem’. Een terechte aanpassing? 

Mpanzu Bamenga (D66): “In 2021 wisten we het al in het coalitieakkoord te krijgen: water en bodem sturend. Ik vind het zonde dat dit principe in de afgelopen jaren alweer is afgezwakt. Daarom hebben wij het opnieuw stevig in ons verkiezingsprogramma gezet. Want alleen zo wordt voorkomen dat ons land later tegen dure aanpassingen aanloopt door klimaatverandering en natuurverlies.

Concreet betekent dit ook dat we het grondwaterpeil omhoog willen brengen. Niet alleen om schade aan natuur en landbouw te voorkomen, maar ook om veilig te kunnen blijven bouwen.”

Ruud Verkuijlen (VVD): “Wij steunen de koers van het demissionaire kabinet. Bij nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen houden we rekening met de bodemkwaliteit en de waterbeschikbaarheid. Ontwikkelaars moeten maatregelen nemen tegen extreme regen, droogte en hitte. Het huidige afwegingskader is te ingewikkeld, het mag geen belemmering vormen voor woningbouw.

Het idee van ‘water en bodem sturend’ is in de basis goed, maar niet in balans. Daarom kiezen we voor ‘rekening houden met water en bodem’. Dat werkt niet verstikkend. Het geeft ruimte voor passende ruimtelijke inpassing en voor innovaties waarbij bouwen en het watersysteem samenkomen.”

Henk Jumelet (CDA): “Bij bouwen in Nederland kun je water niet negeren. Het CDA vindt dat water en bodem leidend moeten zijn. Dat klinkt technischer dan het is: het betekent dat we niet massaal huizen moeten zetten op plekken die straks verzakken of onderlopen. We moeten regenwater vasthouden, groene buffers inbouwen en slim omgaan met bodemdaling.

Het verschil tussen ‘sturend’ en ‘rekening houden met’ mag geen semantische discussie worden; het gaat erom dat we consequent keuzes maken. Klimaatadaptatie is geen sluitpost, maar een voorwaarde voor betaalbaar wonen in de toekomst.”

Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA): “Nederland staat voor een enorme bouwopgave, maar wij zijn de enige partij die consequent vasthoudt aan het idee dat bodem en water sturend moeten zijn. Minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) is daarmee ronduit laatdunkend omgegaan. VVD en NSC hebben bovendien de ladder voor duurzame verstedelijking afgeschaft. Onbegrijpelijk.

Wij willen geen woningen bouwen op plekken waarvan we nu al weten dat ze in de toekomst onveilig of onhoudbaar zijn. Klimaatadaptatie betekent meer groen in en om de stad, ruimte voor waterberging, ontstening en investeren in natte natuur. Het vraagt om ruimtelijke keuzes: misschien minder distributiehallen en monoculturen en meer ruimte voor water en natuur. Een concreet voorbeeld is de groennorm in en om de stad.”

‘Loslaten van water en bodem sturend is risicovol’
Marleen van Rijswick UU foto Chantal Ariens 200 kader 4Marleen van Rijswick over klimaatadaptatie: “Klimaatadaptatie omvat alle aspecten van het waterbeheer. Hierbij is een sterke relatie met de grondwettelijke zorgplicht van de overheid voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming van het leefmilieu. In het belang van toekomstige generaties moeten we ook decennia vooruitkijken, of het nu gaat om te veel, te weinig of te vies water. Zeker de bouwopgave moet zich richten op de lange termijn.
Het loslaten van het principe ‘water en bodem sturend’ is daarom risicovol. In het bredere waterbeheer zien we dat ‘rekening houden met’ op basis van vrijwilligheid onvoldoende werkt. Vrijwillig is te vaak vrijblijvend. Er wordt nog steeds gebouwd op manieren of plaatsen die daarvoor – zeker op de lange termijn – onvoldoende geschikt zijn. Investeer nú zorgvuldig. Regelgeving is daarbij niet per se beperkend, maar kan ook stimulerend zijn om innovatieve oplossingen te bedenken. Denk aan een mix van maatregelen, zoals gebruik van de technische kennis waar Nederland bekend om staat, toepassen van ‘nature based solutions’ en verder ontwikkelen van bijvoorbeeld drijvende woningen en gebouwen.
Ook is het van groot belang om rekening te houden met welke plekken geschikt zijn voor specifieke functies. Dat kan via de omgevingsplannen van de gemeenten in nauwe samenwerking met de waterbeheerders. Waar sterkere of bindende sturing nodig is, hebben provincies en Rijk de noodzakelijke bevoegdheden.
Uiteindelijk gaat het erom dat politici – onafhankelijk van de eigen partij en de betrokken overheden – zich richten op het welzijn van bewoners en dus niet een deel- of kortetermijnbelang laten prevaleren. Daarvoor vormen een veerkrachtig watersysteem en een gezonde leefomgeving een absolute randvoorwaarde.”

Dit artikel verscheen in H2O oktober 2025


LEES OOK DE STANDPUNTEN VAN ANDERE PARTIJEN

H2O Actueel: Partij voor de Dieren wil natuurlijker waterpeil en hervorming waterschapsbesturen
H2O Actueel: BBB: modellenwerkelijkheid niet leidend bij goede waterkwaliteit
H2O Actueel: D66: water en bodem weer sturend, klimaatadaptief bouwen en een nationaal vergroeningsoffensief
H2O Actueel: Volt wil Nederland waterzeker maken met ambitieus Deltaplan
H2O Actueel: Realistische KRW-normen en investeren in waterbuffering: dit wil SGP met het waterdossier
H2O Actueel: CDA wil van middel- naar doelsturing in aanpak schoon water en Nitraatrichtlijn
H2O Actueel: PVV handhaaft toon over klimaatbeleid: 'compleet failliet'
H2O Actueel: ChristenUnie wil omslag 'naar kampioen water vasthouden'
H2O Actueel: GroenLinks/PvdA: water en bodem weer sturend, nationaal actieplan verdroging en strengere lozingsregels
H2O Actueel: SP wil klimaatrechtvaardigheidstoets om tweedeling door klimaatbeleid te voorkomen
H2O Actueel: Verkiezingsprogramma VVD: klimaatbeleid in teken van sterke economie en 'realistische aanpak waterkwaliteit