0
0
0
s2smodern

Co Verdaas, dijkgraaf van Waterschap Rivierenland, ziet de bijdrage van waterschappen aan maatschappelijke opgaven steeds groter worden. Zij worden volgens hem belangrijke partners bij gebiedsontwikkeling door aan de voorkant kennis en kunde in te brengen. Met een waarschuwing: wees wel rolvast.

door Hans Klip

De cirkel is eigenlijk rond, zegt Co Verdaas als hij het over zichzelf heeft. Al vroeg was Verdaas gefascineerd door water en sinds ruim een jaar is hij dijkgraaf van Waterschap Rivierenland. “Vraag me niet waarom, maar ik zat als jongetje dag en nacht aan de waterkant. Ik was urenlang aan het vissen, ook als ik niets ving.”

De liefde voor water bleef een constante, al voerde zijn loopbaan hem meestal langs andere onderwerpen (zie kader Fysieke leefomgeving als rode draad). Drie jaar geleden verhuisde hij met zijn vrouw naar een woning in een oude steenfabriek net buiten Nijmegen. Die ligt pal naast de Waal en een aantal uiterwaarden met plassen. Ze houden ook bij hoogwater droge voeten, vertelt hij. “Geen dag is hetzelfde aan het water. Bij onze bijna dagelijkse wandeling kijken we goed naar wat er gebeurt. Zijn de visjes in het warme deel actief? Is de ijsvogel weer aan het nestelen?”

Verdaas combineert zijn functie als dijkgraaf met die van hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft, waar hij een deeltijdaanstelling heeft. Het gesprek meandert langs onderwerpen die zijn grote belangstelling hebben, zoals de interbestuurlijke verhoudingen, de veranderingen in de rol van waterschappen en de waarde van de Omgevingswet. Onvermijdelijk komt meteen de coronacrisis aan bod.