• Colors: Blue Color

Een studie naar de waardebeleving en prijspercepties van kraanwater laat zien dat huishoudelijke klanten water associëren met een breed scala aan zowel particuliere als maatschappelijke waarden. De studie geeft inzicht in het verband tussen deze waarden van water en de prijsperceptie van kraanwater.

Vernieuwen en uitbreiden van de zuiveringscapaciteit is urgent aan het worden. Het aantal rioolaansluitingen blijft groeien en voor de rioolwaterzuiveringen (rwzi’s) komen er steeds nieuwe en strengere zuiveringseisen bij. “En er moet niet alleen gebouwd worden om aan de eisen te voldoen. Tegenwoordig wordt er ook van ons gevraagd om dat circulair te doen. Circulair bouwen voor circulair zuiveren,” zegt Paul Roeleveld, directeur Business Development & Innovaties bij Royal HaskoningDHV. “We staan voor een dure en complexe opgave.”

In 2023 liep het vorige zesjarige BTO-onderzoekscontract af. KWR-onderzoekers kijken terug op de ontwikkelingen in die zes jaar. In de afgelopen periode BTO zijn er nieuwe uitdagingen naar voren gekomen. Omdat in het Bedrijfstakonderzoek voor waterbedrijven nadrukkelijk ook gekeken wordt naar wat er op de drinkwatersector af komt, hadden KWR en de drinkwaterbedrijven al voorzien dat deze vraagstukken zouden opkomen.

Waterschap De Dommel wilde een nieuwe technische standaard voor zijn rioolwaterzuiveringen, gemalen en stuwen en sloot een raamovereenkomst procesautomatisering met drie aannemers. De samenwerking verliep goed, maar tot een verlenging van het contract kwam het niet. De afspraken waren niet goed genoeg vastgelegd, stelde het waterschap vast. Een casus waar waterschappen van kunnen leren.

Opties die in zekere mate antwoord geven op toename van zeespiegelstijging en rivierafvoer, gaan nauwelijks in op de problemen met noodberging, verzilting en zoet water vasthouden en geheel niet op andere ruimtelijke problemen, betogen Dick Butijn en Wil Borm. Een oplossing die volgens hen wél een integraal antwoord kan geven op het palet van water- en ruimteproblemen is een tweede kustlijn in zee.

Effectrapportages zijn een effectief middel voor waterschappen om inzichtelijk te maken of ze effectief werken aan de realisatie van de doelen uit het Waterbeheerprogramma. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het afgelopen jaar onder begeleiding van Witteveen+Bos en Ambient gewerkt aan de implementatie van dit effectrapportageproces onder de naam WBP-monitoringsproces.

De Nederlandsche Bank en kennisinstituut Deltares hebben in een nieuwe studie de financiële impact van grootschalige overstromingen vanuit de kust en rivieren onderzocht. Dit wetenschappelijke paper richt zich op financiële stabiliteit. Daarbij gaat het (kort gezegd) om de vraag of het financiële systeem schokbestendig is. Voor beleidsmakers en experts op het gebied van overstromingsrisico’s in de Nederlandse watersector schreven de onderzoekers een toelichting op het onderzoek.

De switch naar een andere bron dan zoet grondwater, maakt drinkwater wél duurder maar niet beter. Drinkwatervoorziening vraagt dan meer energie. En het leidt tot meer afval. Ook raken we de prikkel kwijt om onze bodem te beschermen. Het milieu zal er geen baat bij hebben. Bovendien valt te betwijfelen of het echt resulteert in minder verdroging. Voor aanpak daarvan staan waterschappen aan de lat, niet waterbedrijven.

Schone Rivieren, een samenwerking van IVN Natuureducatie en Stichting De Noordzee, streeft naar een zwerfafvalvrije rivierdelta in 2030. Dat gaat met de huidige aanpak van zwerfafval niet lukken, is de conclusie na vijf jaar grootschalig rivierafvalonderzoek. "De aanpak is veel te vrijblijvend en richt zich te weinig op het wegnemen van de oorzaken. Het is dweilen met de kraan open," zegt Joost Barendrecht, projectleider van het onderzoek.

In de Tweede Kamer is nu een partij de grootste die de klimaatparagraaf in haar verkiezingsprogramma als volgt begint: “Al tientallen jaren worden we bang gemaakt voor klimaatverandering. Hoewel de voorspelde rampscenario’s - over de wereld die zou vergaan - door de jaren heen steeds extremer werden, is geen daarvan ooit uitgekomen.” En: “De Klimaatwet, het Klimaatakkoord en alle andere klimaatmaatregelen gaan direct door de shredder.” Het moet ook afgelopen zijn met die 'hysterische reductie’ van CO2, schrijft de PVV.

Als laagste land houdt Nederland droge voeten met een uitgebreid complex van duinen, dijken, watergangen, sluizen en gemalen. Vooralsnog wil men dit systeem tot 2050 met extra zandsuppleties en dijkversterking blijven beschermen. Technisch kan dit, maar is het wel zo verstandig als op den duur een overstap naar een andere strategie volgt? Te lang opschalen zou een aanzienlijke 'regretmaatregel' kunnen blijken. Is het economisch niet beter om eerder over te gaan naar een lange termijn oplossing? Laten we meer vooruitkijken. Klimaatverandering vraagt om ingrijpende maatregelen.

Van de klimaatdoelen die de waterschappen zich hebben gesteld, komt energieneutraliteit in zicht, blijkt uit de toelichting op de Klimaatmonitor in H2O november. Het energieverbruik van de waterschappen daalde in een jaar tijd met 3,5 procent, terwijl het opwekken van duurzame energie uit bijvoorbeeld rioolwater aanzienlijk steeg. “Energie hebben we nu in de vingers”, zegt Hielke van der Spoel, senior beleidsadviseur waterketen bij Waterschap Rivierenland. Ergo: In 2025 zijn de waterschappen energieneutraal.

De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is niet goed. De doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden niet gehaald, de drinkwaterbedrijven moeten steeds meer zuiveren en we vinden regelmatig 'nieuwe', opkomende stoffen zoals Per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS). Om dit probleem op te lossen moet er een aantal (Europese) regels worden aangepast. Door internationale onderzoeksinstellingen, universiteiten en drinkwaterbedrijven wordt al enige jaren gepleit voor een aantal verbeteringen. Dit artikel beschrijft welke aanpassingen in regelgeving nodig zijn en hoe er aan gewerkt wordt om dit te bereiken.

Als je als onderzoeker veel bezig bent met klimaatverandering heb je niet altijd een blijde boodschap te verkondigen, vooral als het gaat over de klimaatgevolgen en de noodzaak en mogelijkheden voor aanpassen (klimaatadaptatie). Tegelijkertijd weten we, onder andere uit het recente IPCC-assessment, dat adaptatie al plaatsvindt en ook zin heeft. De snelheid en schaal waarmee dit gebeurt, loopt echter achter bij de snelheid van de klimaatverandering.