secundair logo knw 1

Foto: Pixabay

Elke Druppel De Grond In (EDDGI) is een samenwerking tussen waterschap en grondeigenaren, om samen te leren water beter vast te houden in de bodem. Deelnemers leren door te doen over hoe het bodem- en watersysteem werkt en welke maatregelen effectief zijn.


Geschreven door Melle Nikkels (Waterschap Rijn en IJssel, Aequator Groen & Ruimte), Leon Klein Tank (Waterschap Rijn en IJssel)


Hoge zandgronden zijn droogtegevoelig. Voor een betere balans tussen te nat en te droog, én tussen het watersysteem en het grondgebruik, werkt Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) samen met grondeigenaren en partners aan het creëren van een klimaatrobuust en veerkrachtig gebied. Deze plannen en doelen zijn vastgelegd in de Koers Voorraadbeheer, met als ambitie om de (grond)watervoorraad aan te vullen door extra water vast te houden in de bodem. Naast langetermijnverkenningen en integrale gebiedsprocessen, ligt de focus op het zetten van concrete stappen met grondeigenaren in het programma Elke Druppel De Grond In (EDDGI).

EDDGI heeft als missie om samen met grondeigenaren kennis op te doen en stappen te zetten voor een klimaatrobuuster landschap. Grondeigenaren kunnen zich melden om samen met het waterschap te verkennen hoe het bodem- en watersysteem van nature functioneert, welke menselijke ingrepen er hebben plaatsgevonden om water af te voeren en welke mogelijkheden er zijn om het watersysteem te herstellen. Daarbij gaat het om dingen die de grondeigenaar zelf kan doen, zoals bodembeheer en het adaptief maken van bestaande drainage, maar ook aan wat het waterschap kan doen, bijvoorbeeld het aanleggen van stuwtjes.

Een belangrijke component is dat grondeigenaren zelf EDDGI-stuwen in leggerwatergangen bedienen. Het gaat hierbij om kleinere watergangen (haarvaten). Grondeigenaren kunnen zo lokaal sturen op omstandigheden. Uiteraard gebeurt dit in afstemming met buren en houdt het waterschap de mogelijkheid om een besluit te overrulen. Grondeigenaren en het waterschap werken zo samen aan een verbeterde sponswerking van de bodem, wat bijdraagt aan een robuuster landschap. Naast verandering in het fysieke domein zorgt dit, bij zowel grondeigenaren als WRIJ en partners, voor bewustwording en (gedrags)verandering in de omgang met zoetwater en bodem. Meer details over de werkwijze zijn te vinden op de website van WRIJ [1].

De werkwijze is succesvol: inmiddels hebben ruim 700 grondeigenaren zich aangemeld. Met meer dan de helft heeft een individueel keukentafelgesprek met veldbezoek plaatsgevonden. Daaruit voortkomend zijn er meer dan 500 maatregelen uitgevoerd. Veelal gaat het om droogtestuwen en duikerafsluiters, maar ook gestuurde drainage en het verondiepen of dempen van watergangen. Daarnaast worden er praktijkonderzoeken en -proeven uitgevoerd met bevloeien (overtollig oppervlaktewater op maaiveld infiltreren) en gestuurde drainage in combinatie met aanpassingen in kavelsloten, de bodem en de bedrijfsvoering.

In 2024 heeft EDDGI de prijs ‘Het Zonnetje’ gewonnen op het Nationaal Deltacongres, als voorbeeld van een ‘initiatief waarin de water- en de ruimtelijke opgave op zo’n manier samenkomen dat dit een voorbeeld kan zijn voor anderen’.

Er is breed (bestuurlijk) commitment en financiering om de komende jaren door te gaan met EDDGI, waarbij de werkwijze en maatregelen zich verder ontwikkelen in een vervolgprogramma. Het bestuur heeft ervoor gekozen om de huidige, vraaggestuurde individuele aanpak voort te zetten en uit te breiden met een gebiedsgerichte aanpak, ook gericht op droogtegevoelige natuurterreinen. Afgelopen jaren stonden in het teken van doen en leren. De werkwijze en samenwerking is voor zowel grondeigenaren als het waterschap nieuw. Hoog tijd om de geleerde lessen breder te delen, want de ervaringen tot nu toe bieden waardevolle inzichten voor samenwerkingsinitiatieven tussen waterschappen en grondeigenaren in heel Nederland.

Geleerde lessen
Dit zijn tien lessen die de deelnemers aan EDDGI hebben geleerd Deze lessen zijn niet geprioriteerd en lopen uiteen van zeer praktische tips voor uitvoering tot inzichten voor betere governance.

1. Aan de slag gaan vergt lef
Het is niet te voorspellen of, wanneer en waar grondeigenaren zich melden en hoe zij handelen. Het is (dus) ook niet tot in detail te modelleren wat de regionale potentie is van optelsom van maatregelen. Een nog complexer vraagstuk is de invloed van het peilbeheer van een set stuwen bij verschillende weersituaties (o.a. piekbuien). Het langer vasthouden van water in de haarvaten kan bij een piekbui een positief effect hebben op benedenstrooms gebied, maar in het scenario dat alle stuwen tegelijkertijd helemaal open worden gezet kan dit ook tot een hogere piekafvoer en dus mogelijk schade leiden.
Lef is ook het geloof in de potentie van de grondeigenaren die affiniteit met landschap en bodem hebben, om klimaatopgaven samen in te vullen als iteratief proces. Veldbodemkundigen (adviseur bodem en water), gebiedsmakelaars (adviseur omgeving en proces) en deelnemers (grondeigenaren) doen continu (praktijk)inzichten op over het functioneren van het bodem- en watersysteem in relatie tot landschap en grondgebruik. En nieuwe aanpassingen leiden weer tot nieuwe inzichten.

2. Watersysteemanalyse helpt om mogelijkheden samen te verkennen
Om te verkennen waar water kan worden vastgehouden, is het belangrijk om te weten hoe water van nature, dus zonder menselijke invloed, door de bovenste 2 tot 3 meter van de bodem zou stromen. Dit wordt in het EDDGI-werkproces ook wel het natuurlijk watersysteem genoemd. Om dit in kaart te brengen, worden bodemopbouw, een hoogtekaart en historisch plus huidig grondgebruik bestudeerd. De meeste deelnemers zeggen het natuurlijk watersysteem te herkennen [2], [1]. Uit de ervaringen tot nu toe blijkt op basis van modellen en kaarten niet te bepalen waar welke maatregel passend is. Hiervoor zijn praktijkinzichten van wezenlijk belang. Deze inzichten doet de grondeigenaar samen met een veldbodemkundige op in het veld. Een voorbeeld is bodemstructuur: wanneer in het veld blijkt dat een bodem een hele goede structuur heeft, of juist een storende laag, dan heeft dat invloed op het handelingsperspectief. De watersysteemanalyse is een hele goede, toegankelijke eerste stap, waarbij het uiteindelijke oordeel afhangt van inzichten die worden opgedaan in het veld.

3. Schaal waar mogelijk op tot een gebiedsdekkende set samenhangende maatregelen
Eén maatregel in een verdrogend landschap heeft een heel ander effect dan een set maatregelen [3]. Eén maatregel kan hydrologisch gezien geen zin hebben, maar een gebiedsdekkende set van meerdere maatregelen kan veel verschil maken [4], met als aantekening dat het opschalen van lokale maatregelen zeer uitdagend is [5].

In EDDGI wordt stapsgewijs gebouwd aan een gebiedsdekkende aanpak en dus zijn ook de hydrologische effecten in ontwikkeling. In de beginfase is ervoor gekozen om de hydrologische effecten van elke nieuwe stuw niet apart te berekenen, maar wordt ervan uitgegaan dat elke afzonderlijke maatregel uiteindelijk leidt tot een set met een significant gebiedsdekkend effect.

De tot nu toe uitgevoerde maatregelen beïnvloeden naar schatting circa 8.000 hectare. Het effect is kwalitatief in beeld gebracht door ervaringen van deelnemers, waarnemingen van WRIJ-medewerkers en inschattingen uit de bodem- en watersysteemanalyse. Om de effecten te kwantificeren zijn langjarige meetreeksen en nadere modellering nodig. Vanwege het karakter van het landschap, de grillige bodemopbouw en verschillende (weer)situaties blijft dit lastig. Wel blijkt uit nadere uitwerkingen en ervaringen elders dat maatregelen op hoge zandgronden effectief zijn en de drainagebasis in het beheergebied van WRIJ met gemiddeld circa 30 tot 50 centimeter kunnen verhogen (zie o.a. [6]).[4]). Dit wordt met de praktijkinzichten uit EDDGI bevestigd, waarbij het perspectief op dekzandruggen soms groter is en in beekdalen en geïsoleerde laagtes kleiner.

4. Niet alle uitkomsten zijn tastbaar
Naast tastbare aanpassingen aan het watersysteem zorgt EDDGI ook voor verandering in bewustwording en handelingsperspectief. Afstemming over stuwbeheer en discussies over het vasthouden van water vinden plaats in buurtapps, bijeenkomsten en netwerken. Om inzicht te krijgen in de uitkomsten is een brede monitoring uitgevoerd. Daaruit bleek dat deelname aan EDDGI effect heeft op het handelingsperspectief: Alle geïnterviewde deelnemers zijn anders gaan kijken naar de mogelijkheden om water vast te houden en 90 procent geeft aan door EDDGI anders tegen de waarde van water aan te kijken.

Ook is er een verandering in het relationele domein: drie kwart van de geïnterviewde deelnemers zegt dat deelname aan EDDGI toekomstige samenwerking met het waterschap vergemakkelijkt door kortere lijnen, beter inzicht in de werkwijze en opgebouwde vertrouwensbanden [2]. Deze niet-tastbare uitkomsten dienen als basis voor samenwerking in de toekomst.

5. Een klimaatrobuust watersysteem begint bij de bodem
De ervaringen met het vasthouden van water leiden tot verbreding van het aandachtsveld. Water in de sloot is veelal grondwater dat uit de bodem komt. De stuwen die worden geplaatst hebben dan ook als doel om de drainerende werking van het slotensysteem te verminderen en daardoor meer water vast te houden in de bodem. Zowel grondeigenaren als WRIJ leren dat er grondwaterverlies optreedt vanuit de hoge zandgronden richting de sloten, ook in tijden van droogte, en dat het huidige watersysteem dit in stand houdt. Dat de bodem een medium is voor wateropslag en beter benut moet worden om weerstand te bieden aan dat potentiële grondwaterverlies, is een belangrijk inzicht.

Voor veel wateropgaven, zowel voor waterkwantiteit als voor -kwaliteit, is de bodem cruciaal. Wanneer een waterschap focust op leggerwatergangen mist het de potentie van wateropslag in de haarvaten: in de bodem en het drainagesysteem van grondeigenaren. Kennis van de bodem is dus cruciaal om water te kunnen vasthouden. Deze kennis ontbreekt (nog) bij veel grondeigenaren, waterbeheerders en andere partijen.

Voor veel wateropgaven, zowel voor waterkwantiteit als voor -kwaliteit, is de bodem cruciaal. Wanneer een waterschap focust op leggerwatergangen mist het de potentie van wateropslag in de haarvaten: in de bodem en het drainagesysteem van grondeigenaren. Kennis van de bodem is dus cruciaal om water te kunnen vasthouden. Deze kennis ontbreekt (nog) bij veel grondeigenaren, waterbeheerders en andere partijen.

6. Door te doen in de praktijk ontstaan nieuwe perspectieven en mogelijkheden
Deelnemers geven aan elk jaar verder te leren en dingen anders te doen. De ervaringen van voorgaande jaren beïnvloeden hun keuzes [2]. Door zelf bijvoorbeeld de hoogte van een stuw te beheren of het drainagepeil aan te passen met gestuurde drainage, durven zij langer te wachten en meer risico op natschade te nemen. De deelnemers geven aan dat zij zich in de afgelopen jaren in toenemende mate verbonden zijn gaan voelen met het watersysteem en mede door EDDGI nieuwe mogelijkheden zijn gaan zien om meer water vast te houden binnen de huidige gebruiksfunctie(s). Dit is een iteratief proces waarbij natte en droge periodes weer tot nieuwe inzichten leiden.

7. Concrete stappen op de korte termijn zijn belangrijk voor samenwerking en energie
De droogteaanpak in de Achterhoek en Liemers, waar EDDGI onderdeel van is, is een proces voor de lange termijn. Het is echter belangrijk om niet alleen te praten over de lange termijn, maar ook nu concrete stappen te zetten. Dit geldt niet alleen voor deelnemende agrarische grondeigenaren en terreinbeherende organisaties, maar ook voor partners, bestaande uit de provincie Gelderland, tien gemeenten, Vitens, diverse natuurorganisaties, land- en tuinbouworganisatie LTO Noord en het samenwerkingsverband 8RHK Ambassadeurs. Al deze partijen zijn betrokken bij de aanpak van droogte in de Achterhoek en Liemers en dragen bij aan commitment en financiering.

De aanpak van droogte is een zaak van lange adem. Concrete resultaten geven grondeigenaren en partners energie om te blijven handelen. EDDGI laat zien dat het, ook in natte jaren, mogelijk is om op de korte termijn met grondeigenaren te werken aan de klimaatopgave, vanuit huidig grondgebruik, naast de langetermijnbenadering in datzelfde gebied.

8. Een toegewijd team in beheer en onderhoud is essentieel.
WRIJ voert beheer en onderhoud nog grotendeels zelf uit. Andere waterschappen besteden het (maai)onderhoud uit. Een goede afstemming en samenwerking met het team van beheer en onderhoud is een belangrijke voorwaarde voor langjarige impact. Er bleek een enorme innovatiekracht te zitten bij het team dat de stuwen plaatst en onderhoudt. Zij hebben verschillende droogtestuwen ontworpen en meerdere verbeteringsslagen doorgevoerd. Aanpassingen in het watersysteem zijn een hele verandering in het beheer en onderhoud. Peilbeheerders hebben traditioneel peilbeheer durven loslaten en geven vertrouwen aan grondeigenaren om zelf afwegingen te maken, waarbij ze zelf kunnen ingrijpen wanneer nodig.

9. Kleine stappen kunnen leiden tot grote veranderingen.
Nadat een grondeigenaar zich aanmeldt, faciliteert het waterschap met kennis, procesbegeleiding en uitvoering. Dit maakt het laagdrempelig voor grondeigenaren om mee te doen en de eerste stappen te zetten. Het waterschap zorgt onder andere voor de vergunning, voor de ecologische toets aan de Wet natuurbescherming en voor de aanleg van stuwen. Dergelijke procedures zijn voor de meeste grondeigenaren nieuw en complex. Op deze manier wordt gewenst gedrag gefaciliteerd en het nemen van (eerste) stappen zo makkelijk mogelijk gemaakt.

Veel deelnemers geven aan de tot nu toe genomen stappen te zien als een begin; als de eerste stappen in een mogelijk lange reeks. Veel deelnemers geven aan vervolgstappen in gedachten te hebben [2], maar concretisering van deze stappen hangt af van vele factoren, waaronder het weer. In een (extreem) nat jaar heeft het vasthouden van water minder prioriteit. Het is te verwachten dat er in het eerstvolgende (extreem) droge jaar veel vervolgstappen worden gezet, al dan niet in samenwerking met het waterschap.

Een reeks van stappen kan dan uiteindelijk tot grote verandering leiden, in overeenstemming met het ‘small wins’-transitiemodel [7], [5]. Het huidige paradigma ‘wateroverlast voorkomen’ zal wellicht opschuiven naar een toekomstbestendig paradigma, waarin schaarste en overlast een andere balans vinden. Een eerste stap, of eerste stappen, is echter nog geen transitie. Deze eerste stappen leiden wel tot gesprekken, bewustzijn en inzichten in de mogelijkheden om water vast te houden en wat hiervoor nodig is. Stappen bestaan, naast tastbare aanpassingen, ook uit kennisontwikkeling, samenwerking en toenadering tussen deelnemers en waterschap.

De huidige focus van zowel deelnemers als waterschap ligt op waterkwantiteit. Verbetering van de waterkwaliteit is een secundair doel. Door de focus op waterbeschikbaarheid in de eerste fase blijft het behapbaar en worden concrete resultaten bereikt. Dit geeft energie en vertrouwen in de samenwerking. Door het zetten van de eerste stappen wordt ook de relatie gelegd met waterkwaliteit en bredere maatschappelijke opgaven (o.a. natuur, stikstof, leefbaarheid, energie, drinkwater etc.).

10. Waterschap is (nog) niet goed ingesteld op vraaggestuurde samenwerking met grondeigenaren
Samenwerking met grondeigenaren vergt interne afstemming en doorontwikkeling met onder andere beheer- en onderhoudsmedewerkers. Het samen met grondeigenaren sturen op verschillende weersituaties is een nieuwe manier van werken, helemaal omdat dit vraaggestuurd is. Een voordeel is dat het waterschap niet altijd in staat is om droogtestuwen op tijd te bedienen, terwijl grondeigenaren dat wel kunnen. Een mogelijk nadeel is dat op sommige plaatsen het maaionderhoud niet goed uitgevoerd kan worden omdat grondeigenaren de stuw hoog hebben staan.

Door deze praktijkervaringen ontstaat inzicht in knelpunten, zoals wateroverlast of schade en kan beter worden bepaald hoe het peilbeheer en maaionderhoud het beste kan worden uitgevoerd. Daarnaast is afstemming nodig met de strategische beleidsafdeling over veranderende beleidskaders voor beheer en onderhoud, als ook de vertaling van de verschillende beleidsopgaves naar gebieden en omgekeerd. Het bij elkaar brengen van theorie en praktijk vergt veel overleg en procesafspraken tussen collega’s van het waterschap en ook tussen het bestuur en ambtenaren.

De nieuwe werkwijze vraagt om reflectie en bereidheid tot leren van alle betrokkenen. Mede door de kerntaken van waterschappen, die verschillende (gebieds)doelen nastreven, is het onvermijdelijk en inherent dat elke nieuwe vorm van samenwerken met grondeigenaren ergens gaat schuren. Een belangrijke les is om dit schuren te zien als onderdeel van het proces en hier constructief mee om te gaan. Dit is de afgelopen jaren niet altijd tot ieders tevredenheid gegaan, waarbij voortvarendheid buiten gaandeweg ten koste is gegaan van afstemming binnen de organisatie.

Werken aan een robuuster landschap is niet iets wat overheden, zoals het waterschap, alleen kunnen. Samenwerking met andere partijen is nodig en hierin zijn nog heel wat stappen te zetten. Zonder een nieuwsgierige leerhouding van betrokkenen, waarbij schuren wordt gezien als onderdeel van het proces, zal dat niet lukken. Het is dan ook van belang om tussentijdse evaluatiemomenten in te bouwen, om gericht bij te kunnen sturen en om het doen én leren voort te zetten. Voor een verdere opschaling en intensivering van de samenwerking met grondeigenaren wordt interne afstemming nog belangrijker. Directe en indirecte consequenties voor de verschillende kernstaken van het waterschap moeten in beeld worden gebracht om beter ingesteld te zijn op (vraaggestuurde) samenwerking met grondeigenaren.

Tot slot
Elke Druppel De Grond In laat zien dat eerste stappen – hoe klein ook – de aanzet (kunnen) geven tot grotere bewegingen. Door te leren van ervaringen, spanningen bespreekbaar te maken en samen te bouwen aan vertrouwen en kennis, ontstaat een nieuwe praktijk. Een praktijk waarin waterschap, grondeigenaren en partners samen vorm geven aan een klimaatrobuust landschap.

Met dank aan WRIJ-collega’s voor het meedenken.

Samenvatting
Elke Druppel De Grond In (EDDGI) is een samenwerking tussen Waterschap Rijn en IJssel en grondeigenaren, om samen te leren water beter vast te houden in de bodem. Deelnemers leren door te doen over hoe het bodem- en watersysteem werkt en welke maatregelen effectief zijn. Dit gezamenlijke leerproces vergroot het bewustzijn, versterkt de samenwerking en leidt tot gedragsverandering. De ervaringen tot nu toe bieden waardevolle inzichten voor samenwerkingsinitiatieven tussen waterschappen en grondeigenaren in andere delen van Nederland.

 

REFERENTIES
1. Waterschap Rijn en IJssel (2025). Elke Druppel De Grond In. https://www.wrij.nl/actueel/projecten/elke-druppel-grond.
2. Nikkels, M. (2023). Brede monitoring EDDGI fase 1: Reflecties van deelnemende grondeigenaren. Aequator Groen + Ruimte: Ede. p. 27.
3. Bakel, J. van et al. (2020). SAWAX: Slimme stuw voor optimaal waterbeheer, verslag van een veldproef te Arriën 2015-2019 - eindrapport.
4. Worm, B., Bakel, J. van (2022). 'Het voorjaarsmoment: sleutel of achilleshiel in de aanpak van de droogte?' Stromingen. 28(1): p. 31-40.
5. Nikkels, M.J. et al. (2019). 'Challenges in assessing the regional feasibility of local water storage'. Water International, p. 1-17.
6. Nieuwenhuijze, L. van et al. (2023). Het watersysteem in balans, verkenning toekomstperspectief Achterhoek & Liemers. H+N+S Landschapsarchitecten en Witteveen+Bos: Amersfoort.
7. Termeer, K., Dewulff, A. (2017). Mogelijkheden van de ‘small wins’ aanpak voor de transitie opgaven van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

h2ologoprimair    PODIUM

Podium is een platform voor opinies, blogs en door waterprofessionals geschreven artikelen (Uitgelicht). H2O draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze bijdragen, maar bepaalt wel of een bijdrage in aanmerking komt voor plaatsing. De artikelen mogen geen commerciële grondslag hebben.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.