secundair logo knw 1

Wereldwijd worden rampen veroorzaakt door verstoring van het natuurlijke evenwicht. Wat betreft Nederland daalde de bodem door exploitatie in de laatste duizend jaar viermaal zo snel als de zeespiegel steeg. Dit met een binnendringende zee tot gevolg. De overgangen van zout naar zoet, zogenaamde estuaria, werden van de kust naar ver in het binnenland verdreven, de verzilting zette door en vele watersnoodrampen volgden elkaar op.


Geschreven door Wil Borm, adviesgroep Borm & Huijgens


Zeeland heeft na de ramp van ’53 er van afgezien de natuurlijke tegendruk met zoet water te realiseren, zoals in het Deltaplan voorzien, namelijk de kustlijn te sluiten en het zoete water naar de kustlijn te voeren en daar te houden. We krijgen nu hiervan de rekening in toenemende mate opgediend. Willen we bij klimaatverandering en zeespiegelstijging een ramp voorkomen dan kunnen we niet anders dan ons tijdig beschermen en daar waar mogelijk samenwerken met water.

Stel, we geven ons beschermend en waterafvoerend systeem op, dan grijpt de zee haar kans en verandert Laag Nederland in een immense Waddenzee. Het land zou in de komende eeuwen wel wat opslibben, maar kan de te verwachten zeespiegelstijging niet bijhouden. We mogen er niet van uitgaan dat open zeearmen zullen opzanden, aangezien ze al duizend jaar lang eroderen en landinwaarts bewegen. In de historie hebben de getijdenstromingen in zeegaten doorgaans geleid tot erosie en niet tot opbouw.

Het blijkt dat wereldwijd de rivierdelta’s sneller zakken dan de zeespiegel stijgt. Nederland is dan wel geen echte delta, maar verkeert in hoge mate onder vergelijkbare omstandigheden waarbij men het water niet de vrije loop kan laten door te kiezen voor een koers van meebewegen. 

Een gesloten, stabiele en aangroeiende kust, een waterkering om het ‘Waterschap Nederland’, wordt op termijn een randvoorwaarde voor klimaatbestendigheid 

Samenwerken met water
‘Samen-werken met water’ is de titel van de bevindingen van de tweede Deltacommissie uit 2008. Natuur en mens zijn gebaat bij voldoende zoet water van goede kwaliteit en een niet verzilte bodem. Gezond water en een rijk bodemleven geven een toename van biodiversiteit en zijn van belang voor een natuurinclusieve samenleving met meervoudig gebruik van ruimte. Wanneer we dit beseffen dan neemt dat heel wat tegenstellingen in het klimaatdebat weg.

De vraag is na jaren nog steeds hoe we toekomstgericht gaan samenwerken met water. Stromend water is de grootste vormgever ter wereld. We dienen daar zoveel mogelijk mee samen te werken. We kijken achtereenvolgens naar omdijkte polders, buitendijks rivierengebied en de kust. Vrijwel alle poldergebieden zijn beheerbaar wat betreft waterpeil, afvoer van zoute kwel en aanvoer van zoet water. Gezien de meer dan overvloedige zoetwateraanvoer is zoetwatervoorziening een kwestie van passend waterbeheer.

Bij buitendijkse gebieden ligt dat iets anders. Het riviergedrag wordt grillig en de zeespiegel gaat naar verwachting stijgen. Nu Ruimte voor de Rivier de doorstroming voor rivierwaterveiligheid sterk heeft verbeterd, wordt het van belang om te werken aan het bieden van ruimte, regulering van sedimenttransport, peilbeheer, noodberging, zoetwaterbuffering, waterkwaliteit, herverdeling van de wateraanvoer en ecologie. 

Wat betreft zeewaterveiligheid is het de zeestroming die ons zandig kustfundament zo’n tienduizend jaar lang vormt en in stand houdt. De kustlijn is door ontstane zeegaten sterk aangetast en vervolgens door de Zuiderzeewerken en Deltawerken grotendeels hersteld. Daardoor zijn we beter beschermd en vormt zich de Voordelta.

Kustfundament in balans 1Zeestroming langs de kust: rood bovenstroom, blauw onderstroom

Vanuit de hoek van ‘meegroeien met zeespiegelstijging’ komen echter suggesties voor het verwijderen van Deltawerken, buitenproportionele oppervlaktes estuariene milieus en waterkerende landschappen of wisselpolders. Daarbij worden de honderden kilometers aan bedijkte flanken van de (voormalige) zeegaten als een kustlijn beschouwd die in ere hersteld en versterkt zou moeten worden. Nostalgie is een slechte raadgever: Een langere kustlijn betekent meer risico, meer dijkversterking en meer verzilting. Zo groeit langzaam het besef dat het zout houden van wateren binnen de kustlijn en vergroting van het zoute areaal averechts zouden kunnen werken.

Door het aaneensluiten van de oorspronkelijke kustlijn werken we samen met water aan de stroomlijning van onze kust en nemen de eroderende en verziltende landinwaartse getijdenstromingen af. Met het zoute water in zee, de overgangen van zout naar zoet aan de kust en de binnenwateren zoet blijft Nederland voor onbepaalde tijd leefbaar.

Een aan de kust parallelle zeestroming brengt het zand in balans zodat het kustfundament zich kan handhaven. Samen met aanslibbing van de Voordelta, aanzanden en duinvorming wordt onze kust beter bestand tegen zeespiegelstijging. Dit biedt eveneens kansen om kustaanwas nog eens extra te stimuleren met strekdammen, kunstriffen en drijvende golfdempers. Zo kunnen kustaanwas en suppleties elkaar aanvullen.

Ondiepe en opkomende zeevlaktes tegen de kust bieden ruimte voor estuaria met migratierivieren die de ecologische verbinding tussen zee en rivieren herstellen. Dit laatste is gunstig voor onder meer trekvissen. Daarnaast kunnen de binnenwateren met het open zetten van sluizen met aangepast peilbeheer steeds meer in verbinding met elkaar komen. Doorstroming geeft een betere verdeling van nutriënten en werkt milieuverbeterend. Al met al een grootse en optimale vorm van samenwerken met water.

Maak een toekomstgerichte keuze en de natuur past zich aan
Laten we verstandig inzetten met een fundamentele keuze voor de lange termijn. Natuur is belangrijk, maar het is niet raadzaam om het behoud en herstel van de ontstane zeegaten als uitgangspunten te nemen. Nederland is al vele malen door de mens veranderd en de natuur past zich daarbij telkens aan en voorziet naar omstandigheden elk gebied van een optimale levensgemeenschap. Terug naar de situatie ‘zoals het vroeger was’ brengt de risico’s van vroeger terug.

Nederland staat inmiddels voor grote uitdagingen. Klimaatbestendigheid vraagt om hoogwaterbescherming, het omgaan met rivierextremen, het voorkomen van zoetwatertekorten en het tegengaan van verzilting. De natuur kan meeliften en evolueren bij de gekozen richting voor klimaatbestendige waterveiligheid en waterbeschikbaarheid. Niet terug in de tijd, maar voortbouwen aan ons beschermend watersysteem.

Nationaal Herstelplan
Nog dit jaar, uiterlijk 1 september 2026, is Nederland verplicht om een Nationaal Herstel Plan (NHP) , in het kader van de Europese Natuurherstelverordening, in te dienen. Daarvoor zou bovenstaande meegenomen kunnen worden in de Preverkenning Vis en Vogels in de Rijn-Maas-Scheldemonding die inzicht geeft in knelpunten en kansen voor ecologisch herstel. Betekent herstel hier terug in de tijd of voorwaarts? Het is zaak ervoor te zorgen dat waterveiligheid, zoetwatervoorziening én ecologie met elkaar toekomstgericht kunnen meebewegen.

De natuurwetgeving en het waterbeleid zullen aan veranderende inzichten en omstandigheden worden aangepast. Om met het Nationaal Herstelplan te kunnen aansluiten bij noodzakelijke maatregelen voor klimaatbestendigheid lijkt het nu al nodig om het keurslijf van Natura 2000 te laten vieren en beleidskaders te doorbreken zodat er overwogen en integrale keuzes gemaakt kunnen worden voor onder meer de Oosterschelde, Westerschelde en Grevelingen

Samenwerken met water kan naadloos aansluiten bij de richting Zeewaarts. Om toekomstige keuzes niet te beperken of te blokkeren is het van belang om alvast ruimte in zee te reserveren. 

 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

h2ologoprimair    PODIUM

Podium is een platform voor opinies, blogs en door waterprofessionals geschreven artikelen (Uitgelicht). H2O draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze bijdragen, maar bepaalt wel of een bijdrage in aanmerking komt voor plaatsing. De artikelen mogen geen commerciële grondslag hebben.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Helemaal mee eens. Omwille van klimaat adaptatie en vergroten van de waterbuffering, moeten wij dan niet veel meer samenwerken met agrariërs om zoveel mogelijk zoet water in de natte periode in de bodem te brengen? Met een solide aanvoerbron van water en peil gestuurde drainage moet dat toch mogelijk zijn? En zoals Ernest ook aangeeft, bij een goede open bodemstructuur kunnen gewassen dieper wortelen en kunnen de haspels (langer) binnen blijven. 
Dit is geen Deens bedrijf, maar een Amerikaans bedrijf genaamd Moleaer.
In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?
Eens Jos. De #bodem en de #ondergrond zijn inderdaad de grootste regenton, zeker op de hoge zandgronden. En bodemstructuurbederf (de verslemping, verdichting en versmering van de bodem) is één van de meest ondergewaardeerde problemen binnen de klimaatadaptatie en agrarische transitie. Als boeren binnen een week droogte aan het beregenen slaan en bij forse buien buien geultjes naar de sloot graven, dan zegt dat alles over hun (slechte) bodemstructuur. #herstelsponswerkinglandschap #herstelsponswerkingbodem
Hans was een bijzonder plezierig mens om mee te werken. Ik mocht een belangrijke bijdrage doen als Esri consultant aan de Atlas voor een Schone Maas. Ik was geschokt toen ik hoorde dat Hans ALS had. Ik heb nadien nog een aantal keren contact gezocht, ook nadat ik niet meer bij Esri werkte. Wat mij opviel in zijn reacties was altijd de wil om nog het maximale uit zijn leven te halen. Nog genieten van wat er nog te genieten viel. Zijn familie was hem alles. Hij verheugde zich op reizen met zijn kinderen en zijn gezin. Een mooie man is heen gegaan. Ik wens de familie en zijn naasten veel sterkte 
@Peter VonkDe beschikbaarheid van (zoet) water zou qua prioriteitsstelling op de eerste plaats moeten komen te staan. Zonder komt de hele samenleving tot stilstand zoals blijkt uit de huidige realiteit. Des te merkwaardiger is het daarom dat de zeewaartse optie nauwelijks doordringt tot bestuurlijk en politiek Nederland, zelfs niet als denkmodel. Als er iets is waaraan ik niet kan wennen is het dit wel. Misschien helpt meer druk vanuit de naastbetrokken regio's voor een herijkte agendasetting.