secundair logo knw 1

Veel beken in Nederland zijn sterk ingesleten door piekafvoeren. Water wordt heel snel afgevoerd. Daarmee is het systeem niet goed voorbereid op klimaatverandering. Het gefaseerd ophogen van de beekbodem levert duurzame resultaten op, blijkt uit een proef in de Leuvenumse beek.


door Ralf Verdonschot (Wageningen Environmental Research, OBN Natuurkennis), Lotty Nijhuis (OBN Natuurkennis)


Op het oog vriendelijk kronkelen beken op de hoge zandgronden van hoog naar laag. Ze voeren regen- en grondwater af dat van de aanliggende hogere delen van het landschap toestroomt. Deze afvoercapaciteit is in Nederland in de twintigste eeuw goed geoptimaliseerd. De moerassen en venen die in het beekdal lagen, zijn veranderd in landbouwgrond.

Dankzij een netwerk van sloten en drainagebuizen stroomt het water vlot van deze plekken weg. Beken hebben zich keurig aan die plotselinge piekafvoeren ‘aangepast’: door de grote waterhoeveelheden die ze te verwerken krijgen en de hoge stroomsnelheden die hierbij horen, hebben ze zich diep in hun bedding ingesleten.

Bodemophopingafb1

Afbeelding 1. Veel Nederlandse beken hebben zich aangepast aan hoge waterafvoeren en zijn diep ingesleten

Tekort aan water, een ecologische woestijn
Nederland is kampioen water afvoeren. Steeds vaker worden echter ook de negatieve kanten van die versnelde afvoer duidelijk. Landbouw en natuur kampen in droge zomers regelmatig met flinke watertekorten. 

Ook het beekdalecosysteem zelf lijdt onder verdroging. Beekbegeleidend bos – nat bos dat af en toe overstroomt – is op veel plekken helemaal verdwenen. Doordat het grondwater naar de diep ingesleten beek toetrekt, komt de grondwaterspiegel steeds lager te liggen en verdroogt het bos. Ook in de beek zelf ontstaan problemen. In de door de stroming kaalgeschuurde beekbedding is voor waterdieren geen voedsel of schuilplek te vinden. Ook kan er niet veel groeien. De bodem wordt ecologisch gezien een woestijn.

Is ophogen van de beekbodem een oplossing?
Het beekdal van de Leuvenumsebeek bij Harderwijk was sterk verdroogd. Na advies van OBN Natuurkennis besloten Waterschap Vallei en Veluwe en Natuurmonumenten de beekbodem in fases (over jaren) op te hogen. Over een traject van zeven kilometer werd zo’n 8.000 kubieke meter zand in de beek gestort. Er werden bijna 100 houtpakketten in de beek gemaakt om het zand op zijn plek te houden. Het zand verspreidde zich door de beek en hoogde de bodem tot wel zeventig centimeter op.

In de jaren die volgden hebben onderzoekers de beek gemonitord. Waar blijft het zand en wat doet het water? Hoe reageert het bos? En wat gebeurt er met de vissen en waterinsecten?

Indrukwekkende transformatie
De zandophoging in de Leuvenumse beek was duurzaam: er spoelt nauwelijks zand weg. Het waterleven herstelde zich binnen vier maanden na ophoging. Indrukwekkender was de transformatie die de beek doormaakte. Of eigenlijk: die het hele beekdal doormaakte.

De beek treedt sinds de ophoging regelmatig buiten haar oevers, en fors ook. Bij hoge afvoeren staat 60 tot 80 hectare bos onder water. Ook zijn nieuwe beeklopen ontstaan: de beek zoekt haar eigen weg door het bos. De beek is dan weer snelstromend, dan weer langzaam stromend, soms meer een moeras, dieper en ondieper. Dat zorgt ervoor dat beek en bos met elkaar verweven zijn geraakt en een zachte overgang vormen tussen water en land, van nat naar droog, met heel veel verschillende leefgebiedjes voor dieren en planten.

In het opgehoogde traject keerden de rivierdonderpad en beekprik terug, net als zeer zeldzame insecten als de beeksigaar (een wants), de bruintiphaft en de weidebeekjuffer. Het grondwater is flink omhoog gekomen en door de overstromingen steeg de pH van de bosbodem van zuur (pH 3) naar neutraal (pH 7). Hierdoor blijven voedingsstoffen in de bodem beter behouden. Daarvan profiteren bomen en planten en alles wat daar weer van afhankelijk is: van vogels en vlinders tot herten en zwijnen.

De vegetatie van het beekdal verrijkt. Soorten van de droge zandgronden, zoals beuken en sparren, leggen op de natte plekken vlak langs de beek het loodje. Daardoor komt ruimte voor andere soorten die typisch zijn voor beekdalen, zoals de fladderiep, een boomsoort die wel een half jaar met zijn voeten in de nattigheid kan staan.

Bodemophopingafb2

Afbeelding 2. Ook bomen als de fladderiep (hier zeer jonge loten) keren terug

Geleerde lessen
Het beekdal van de Leuvenumse beek werkt weer als een spons. Water wordt bij piekafvoeren vastgehouden in het overstroomde bos en pas langzaam afgegeven: essentieel in tijden waarin vaker droogte en extreme neerslag voorkomen. Veel water zakt in de bodem, waardoor de grondwatervoorraad van de Veluwe wordt aangevuld. De biodiversiteit profiteert direct. Beekbodemophoging is bovendien een eenvoudige oplossing. Tegelijk vraagt het een beetje lef om in te grijpen in het watersysteem.

Om waterbeheerders de helpen goed onderbouwd aan de slag te gaan, heeft OBN Natuurkennis een handzame brochure gepubliceerd met alle opgedane kennis en ervaringen [1]. De belangrijkste adviezen:

1. Ken het watersysteem. Waar komen de waterpieken vandaan, hoe zien ze eruit? Is het verstandig om eerst bovenstrooms maatregelen te nemen? Hoe lopen de oude contouren van het beekdal en wat voorspelt dat bij ophoging in termen van vernatting? Hoe groot is de kans op nieuwe erosie? Met de antwoorden op deze vragen kan de oorzaak van erosie eerst worden aangepakt (denk aan bovenstrooms water vasthouden), ontstaat inzicht in de invloed van een beek op de grondwaterstand (en de gevolgen van ophogen) en kan het juiste materiaal worden gekozen.

2. Maak een plan B. Ook bij een gedegen voorbereiding zijn effecten van een grootschalige vernattingsoperatie nooit helemaal te voorspellen. Er kunnen effecten optreden buiten het projectgebied. Werk met een bepaalde onzekerheidsmarge in het achterhoofd en maak een plan hoe te handelen bij natschade.

3. Werk stap voor stap en volg wat er gebeurt. Door een stapsgewijze uitvoering – adaptief werken – kan worden bijgestuurd. Effectmonitoring is essentieel om de vinger aan de pols te kunnen houden. Zo kan worden gevolgd hoe het profiel van de beek en de grondwaterstand veranderen, of er water infiltreert en kwel uittreedt.

Beekbodemophoging vraagt ruimte. Niet verwonderlijk dat beekbodemophoging vooral is uitge-voerd in natuurgebieden, waar vaak ruimte voorhanden is. Tegelijk liggen er ook erosieopgaven rond beken in agrarisch of dichter bevolkt gebied. Het zou waardevol zijn om beekbodemophoging in dit soort gebieden aan de onderzoeksportfolio van OBN Natuurkennis toe te voegen.


MEER LEZEN
OBN Natuurkennis doet onderzoek naar beekbodemophoging. De afgelopen jaren verschenen verschillende publicaties:

1. OBN Natuurkennis (2024). Ophogen van beekbodems – Ontwerp en uitvoering van beekbodemverhoging. Brochure. Kennisnetwerk OBN, Driebergen. https://natuurkennis.nl/publicaties/ophogen-van-beekbodems-ontwerp-uitvoering-beekbodemverhoging/
2. Dongen, R. van en Verdonschot, P.F.M. (2014). Advies ‘Herstel Leuvenumse beek’. Advies OBN-06-BE, Kennisnetwerk OBN, Driebergen. https://natuurkennis.nl/publicaties/advies-herstel-leuvenumse-beek/
3. Verdonschot, P.F.M. et al. (2017). Integraal natuurherstel in beekdalen. Rapportnummer 2017/215-BE, Kennisnetwerk OBN, Driebergen. https://natuurkennis.nl/publicaties/integraal-natuurherstel-in-beekdalen/
4. Verdonschot, R.C.M. en Eysink, A.T.W. (2022). Advies herstel Bemersbeek. Rapportnummer OBN-2022-31-BE, Kennisnetwerk OBN, Driebergen. https://natuurkennis.nl/wp-content/uploads/2024/11/OBN-onderzoek-risicoanalyse-Bemersbeek.pdf

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

h2ologoprimair    PODIUM

Podium is een platform voor opinies, blogs en door waterprofessionals geschreven artikelen (Uitgelicht). H2O draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van deze bijdragen, maar bepaalt wel of een bijdrage in aanmerking komt voor plaatsing. De artikelen mogen geen commerciële grondslag hebben.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Moet er dan een soort deltawerken komen in alle grote rivieren en kanalen om dichter bij zee het zout water tegen te houden en de waterlopen kunstmatig hoog te houden? Met de bestaande stuwen zijn het voorkomen van verzilting en meer water vast houden tegenstrijdig.

Ik denk niet dat ecologen en de Raad van State staan te springen.
Op 26 augustus 2026 rond 3 uur zag ik langs de Mark thv Galder een boer zijn mesttank lozen in de Mark. Kan dat zomaar?
Het is wel weer duidelijk hoe de wind waait bij meneer Nielen. Eerst natuurlijk met de zware industrie praten, en uiteindelijk, omdat het moet, ook nog eventjes met de natuurorganisaties. Ach, de toekomstige generatie lost het wel weer op. 
Gelukkig zijn de buitensporige klimaatscenario's van het IPCC drastisch naar beneden bijgesteld. Ik snap dat het creatief gezien leuk is om scenario's te maken over een mogelijke geopolitieke omstandigheden maar dit lijkt mij vooral koffiedik kijken. Het is inmiddels evident dat r van een klimaatcrisis geen sprake is. Het vasthouden van zoetwater en desnoods omzetten van zoutwater is niet meer dan een technische uitdaging. Adaptatie is de enige juiste richting. Het is van belang dat de mens weer op nummer 1 komt en daar opvolgende de natuur. Dat betekend de vele verwijderde dammen weer opbouwen om het water vast te houden en de bodem de tijd te geven in de bodem te dringen. 
Water is geen product wat verhandeld mag worden. Want water is noodzakelijk voor al het leven op aarde - dus niet alleen voor mensen. In plaats van waterbeheer is daarom waterbescherming nodig. Voor hen die geen stem hebben, zoals dieren en planten. Bescherming vraagt meer dan burgers korter laten douchen. Het vraagt lef om industrie verantwoordelijkheid te laten nemen voor de wereld van morgen.