Op 29 oktober worden we weer in het stemhokje verwacht. Een nieuw electoraal verdict moet een uitweg bieden uit de impasse in het landelijke politieke bestuur. Het in de zomer van 2024 aangetreden kabinet Schoof, dat permanent in crisis verkeerde en twee keer viel, brak veel af en bouwde niets op. Belangrijke dossiers bleven liggen, structurele problemen werden niet aangepakt - bestuurlijk onvermogen leidde tot bestuurlijke stilstand. Ook op belangrijke waterthema’s.
door Bert Westenbrink
H2O oktober 2025De toon werd gezet met het hoofdlijnenakkoord. Het Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur (24,3 miljard euro) werd ontmanteld en niet veel later trok het kabinet de stekker uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De integrale gebiedsgerichte aanpak om te komen tot natuurherstel, vermindering van de stikstofuitstoot, verbetering van de waterkwaliteit en realiseren van klimaatdoelen werd bij het grofvuil gezet - illustratief voor het afbraakbeleid van het kabinet Schoof. Watergraaf Erik de Ridder van De Dommel tweette: 'Het programma stopt, de middelen verdampen, maar de urgentie blijft'.
‘Water en bodem sturend’ betekende een omkering van denken in de ruimtelijke ordening, het natuurlijke systeem van water en bodem moest leidend zijn bij nieuwe ontwikkelingen. ‘Water en bodem zijn van grote invloed op ons dagelijks leven’, schreef minister Mark Harbers in 2022 in zijn beleidsbrief aan de Tweede Kamer. Het kabinet Schoof zwakte de beleidslijn af ten behoeve van de bouw van woningen; bij ruimtelijke keuzes was het principe niet langer doorslaggevend.
Een nieuw mandaat van de kiezers betekent: stel orde op zaken, pak problemen aan, ook in de watersector
Dat de doelen van de Kaderrichtlijn Water niet worden gehaald, komt niet op het conto van het kabinet Schoof - het waterkwaliteitsbeleid in Nederland wordt al jarenlang gekenmerkt door vrijblijvendheid, concludeert de Europese Commissie, zoals u kunt lezen op H2O Online - maar het kabinet nam geen ambitieuze maatregelen om de nakende waterkwaliteitscrisis te voorkomen. Sterker, in het beleid van landbouwminister Femke Wiersma was waterkwaliteit, zoals zo veel, ondergeschikt aan een goed renderende boerenpraktijk.
De pauzeknop voor Rijksbeleid is funest voor de waterkwaliteit, schreef de Unie van Waterschappen op Prinsjesdag in reactie op de miljoenennota van het demissionaire kabinet. “We hebben nú maatregelen nodig om Nederland veilig, schoon en gezond te houden. Maatregelen die niet nog een jaar kunnen wachten”, stelde voorzitter Jeroen Haan van de Unie.
Gezien de lamentabele toestand waarin de volksvertegenwoordiging verkeert, is het de vraag of de urgentie waarop Haan cs aandringt, snel terugkeert in het beleid. Maar het is wel de opdracht die moet voortvloeien uit deze verkiezingen - een nieuw mandaat van de kiezers betekent: stel orde op zaken, pak problemen aan, ook in de watersector. En de ideeën zijn er wel, zoals u kunt lezen in deze H2O.
Bert Westenbrink is hoofdredacteur van H2O media en schrijft het redactioneel in het vakblad

In Nederland zijn er een aantal bedrijven die dezelfde technolgie leveren.
Waarom wordt er niet samengewerkt met Nederlandse bedrijven?