Door klimaatverandering én bodemerosie neemt de kans op langdurig laagwater toe. Dat vraagt om een andere kijk op rivierbeheer, infrastructuur en logistiek.
Geschreven door Hans Vermij, Wiebe de Jong en Cas Pfeijffer
Begin juli 2026 bereikte de Rijnafvoer bij Lobith al de officiële laagwatergrens van ongeveer 1.020 m³ per seconde. Halverwege juli daalde de afvoer verder tot onder de 750 m³/s, met beperkingen voor de scheepvaart als direct gevolg. Zo laag was de afvoer van de Rijn nog nooit in juli de afgelopen 100 jaar. Schepen konden minder lading meenemen, logistieke ketens kwamen onder druk te staan en de economische gevolgen werden direct zichtbaar.
Waar dergelijke situaties vroeger uitzonderlijk waren, lijken ze steeds vaker onderdeel te worden van een nieuw klimaatpatroon. Daarmee rijst een fundamentele vraag: hoe zorgen we ervoor dat de Rijn ook in de toekomst een betrouwbare vaarweg én economische levensader blijft?
Laagwater is geen incident meer
De droge zomers van 2018 en 2022 maakten duidelijk hoe kwetsbaar Nederland is voor langdurig laagwater. Ook de situatie van deze zomer laat zien dat lage rivierafvoeren geen incidenteel verschijnsel zijn.
Figuren 1 en 2 laten zien dat langdurige perioden met afvoeren lager dan 1020 m³/s bij Lobith geen nieuw fenomeen zijn. Tussen 1945 en 1980 deden deze perioden zich regelmatig voor. Van 1980 tot en met 2014 kwamen langdurige lage afvoeren juist relatief weinig voor. Sinds 2015 is opnieuw sprake van een toename van jaren met relatief veel langdurige lage afvoeren.
Volgens de KNMI'23-klimaatscenario's nemen langdurige droge perioden in frequentie en duur toe. Tegelijkertijd verandert het afvoerregime van de Rijn. Door minder sneeuwopslag en smeltwater uit de Alpen en een grotere afhankelijkheid van regenval nemen de zomerafvoeren af, terwijl winterafvoeren juist vaker toenemen. De vraag is daarom niet langer of perioden van extreem laagwater zich opnieuw zullen voordoen, maar hoe we ons riviersysteem en onze economie daarop voorbereiden.
De uitdaging zit niet alleen in het klimaat
Klimaatverandering is slechts een deel van het verhaal. Minstens zo bepalend is de manier waarop de rivier zelf verandert. Door doorgaande bodemerosie in de Waal en de Bovenrijn daalt de rivierbodem al tientallen jaren. Daardoor leidt dezelfde rivierafvoer tegenwoordig tot vele decimeters lagere waterstand dan vroeger. Vaste objecten zoals bodemkribben, sluizen en harde bodemlagen dalen niet mee waardoor de beschikbare vaardiepte op deze plekken afneemt.
Juist deze combinatie van klimaatverandering en riviermorfologie maakt laagwater tot een complex systeemvraagstuk. Een structurele oplossing vraagt daarom om meer dan alleen maatregelen tijdens droge zomers.
Een robuust riviersysteem vraagt om slimme keuzes
Om de Rijn ook in de toekomst betrouwbaar bevaarbaar te houden, zijn investeringen nodig in de rivier zelf. Het kabinet heeft onlangs besloten om de bodemerosie actief aan te pakken, onder meer met zandsuppleties en verdere ontwikkeling van een meergeulensysteem voor de Waal. Zandsuppleties vullen het tekort aan sediment aan, waardoor verdere insnijding van de rivierbodem wordt afgeremd. Een meergeulensysteem verdeelt de stroming beter over de rivier. Daardoor neemt de erosiekracht af, blijft de waterstand in de vaargeul hoger en ontstaat een stabieler evenwicht tussen stroming, sedimenttransport en ecologie.
Deze maatregelen laten zien dat rivierbeheer verschuift van onderhoud naar adaptatie: het riviersysteem wordt stap voor stap aangepast aan de klimaatcondities van de toekomst.
Ook de logistiek moet weerbaarder worden
Een robuuster riviersysteem alleen is niet voldoende. Ook gebruikers van de rivier zullen zich moeten aanpassen. Voor logistieke ketens betekent dit dat flexibiliteit steeds belangrijker wordt. Bedrijven zullen vaker moeten nadenken over multimodale transportstrategieën, waarbij binnenvaart, spoor en weg elkaar aanvullen. Zo kan de afhankelijkheid van de binnenvaart tijdens perioden van extreem laagwater worden verminderd.
Hoewel Rijkswaterstaat (RWS) en de Duitse WSV waterstanden met hydrologische modellen tot veertien dagen vooruit betrouwbaar kunnen voorspellen, wordt deze informatie in de logistieke keten nog onvoldoende benut. Als gevolg daarvan worden de gevolgen van laagwater vaak pas zichtbaar wanneer de tijd om te anticiperen beperkt is. Hierdoor is omschakelen naar een andere vervoerswijze of het aanpassen van de logistieke planning vaak niet of nauwelijks meer mogelijk.
Een gezamenlijke opgave
Nederland heeft de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in bescherming tegen hoogwater. Die aanpak heeft geleid tot een veilig en beheersbaar riviersysteem. De uitdaging van de komende decennia vraagt om een bredere blik op het riviersysteem. Hoogwaterveiligheid blijft onverminderd belangrijk, maar droogte ontwikkelt zich eveneens tot een structureel onderdeel van ons watersysteem. Dat vraagt om een integrale aanpak waarin hydrologie, riviermorfologie, infrastructuur, natuur en logistiek samenkomen.
Nederland zet daarin belangrijke stappen, bijvoorbeeld met maatregelen tegen bodemerosie. Tegelijkertijd houdt de Rijn zich niet aan landsgrenzen. Een weerbare rivier vraagt daarom ook om samenwerking met de bovenstroomse landen in het stroomgebied. Alleen door gezamenlijk te investeren in een robuust riviersysteem én weerbare logistieke ketens blijft de Rijn ook in een veranderend klimaat de betrouwbare economische levensader van Noordwest-Europa.
Hans Vermij, Wiebe de Jong en Cas Pfeijffer zijn adviseurs bij Haskoning op het gebied van hinterlandlogistiek, rivierkunde en integraal riviermanagement