0
0
0
s2smodern

Nederland moet zich voorbereiden op grote structurele beschermingsmaatregelen tegen zeespiegelstijging. Financieel kunnen wij ons dat veroorloven. Maar hoe zit dat bij minder draagkrachtige delta’s in de wereld en hoe kan Nederland daar een bijdrage aan leveren?

door Dick Butijn en Wil Borm

D. Dick Butijn vk 180 Dick ButijnVoor de aarde is overbevolking een van de grootste bedreigingen. Een groot deel van de sterk groeiende wereldbevolking leeft in vruchtbare kustgebieden, waar voedsel voor honderden miljoenen mensen wordt verbouwd. Een stijging van de zeespiegel heeft enorme consequenties voor mens en economie, waarbij talloze mensen in delta’s in een uitzichtloze situatie verzeild geraken.

W. J. Wil Borm 180 vk Wil BormVolgens het laatste IPCC rapport van september 2019 is de bijdrage van smeltend landijs aan zeespiegelstijging al relatief het grootst en zal deze nog versneld toenemen. De zeespiegelstijging was mondiaal 2 mm per jaar, verdubbelde de laatste decennia en loopt naar schatting aan het einde van de eeuw op tot 15 mm per jaar.

Vóór die tijd, in 2050, verwacht men dat extreme zeeniveaus, zoals door stormvloed, zullen toenemen van 1 maal per 100 jaar naar vrijwel jaarlijks.

Hoe staan wij er voor?
Nederland is het laagste land van Europa en grotendeels afhankelijk van beschermende maatregelen. Grote rivieren komen hier bij elkaar en zoeken zich een weg naar zee. Als de zee stijgt, stijgen de rivieren mee. Als eerste land van Europa krijgen we de gevolgen te verwerken van zeespiegelstijging. Meer dan welk Europees land ook zullen we ons moeten aanpassen aan de veranderingen die komen. Wanneer een versnelling van zeespiegelstijging plotseling doorzet, zijn we daar op dit moment onvoldoende op voorbereid.

Dat betekent niet dat we ons direct zorgen hoeven te maken. We hebben nog wel enige tijd om tot besluitvorming over definitieve beschermingsmaatregelen te komen. We kunnen met relatief kleine aanpassingen een meter zeespiegelstijging weerstaan. Uitzondering is de afsluiting met zeesluizen van de noordelijke tak van de Nieuwe Waterweg. Dat is nu al nodig gezien de zoetwaterproblematiek door de langer durende droogteperioden in Europa.

Volgens het IPCC zullen we in de komende termijn van 100 tot 300 jaar rekening moeten houden met een voortgaande zeespiegelstijging en wel in de orde van meerdere meters. Daar zijn ingrijpende beschermingsmaatregelen voor nodig. Het is tijd om ons nu al te bezinnen op de maatregelen die in de toekomst nodig zijn, om zo voor te kunnen sorteren bij het nemen van kortere termijn maatregelen.

Samenhang rivier- en zeewater
Benedenstrooms staat een rivier onder invloed van de zee waarin de rivier uitstroomt. In het gebied waar de vloedstroom vanuit zee en het afstromende rivierwater elkaar tegenkomen is een ruime rivierberging nodig. Daar stagneert de rivierafvoer dagelijks en loopt de vloed hoger op. Bij een stijgende zeespiegel stijgt het peil van de benedenstroomse rivier en schuift dit grensgebied stroomopwaarts. De hoogte van de (winter)dijk wordt bepaald door de hoogte van de zee alsook de af te voeren hoeveelheid rivierwater.

Bij toenemende afvoer van een rivier en gelijktijdige verhoging van het zeepeil kan het zijn dat er zoveel berging nodig is dat dijkverhoging niet volstaat en dat voortijdig de rivierdijken ver uit elkaar geplaatst moeten worden. Bij toename van extreem hoge en lage afvoeren als gevolg van klimaatverandering, zal het omslagpunt tijdens het jaar ook sterk van locatie wisselen. Dat betekent meer risico op dijkbreuk bij peilopzet en extreme rivierverruiming ten koste van bestaande publieke ruimte. Er wordt dan ook naar andere oplossingen gezocht.

Een boezem in zee
Een tweede kustlijn, een boezem in zee, zoals de Haakse Zeedijk, met een blijvend niveau rond 0 NAP, is een sublieme oplossing voor het zeker stellen van een veilige doorstroming. Een boezem in zee voorkomt stroomopwaartse verschuiving van het grensgebied, zodat rivierdijken benedenstrooms niet verhoogd en de rivier niet verruimd hoeven te worden.

Bovenstrooms zal bij klimaatverandering steeds gewerkt moeten worden aan de combinatie van extra berging, extra dijkversterking en/of extra doorstroming van de rivier. Dit is, onder andere vanwege de eis van voldoende rivierdiepte voor een ongehinderde scheepvaart, een complex gebeuren omdat een ingreep op een bepaalde plaats steeds het lager en/of hoger gelegen rivierdeel zal beïnvloeden.
Bij dijkverhoging langs rivieren ligt verweking van dijken bij tijdelijk verhoogd peil op de loer.

Bij een bekken op zee van blijvend 0 NAP waarin de rivieren, net als nu, vrij uitstromen, zal geen extra peilverhoging in de benedenrivieren plaatsvinden, waardoor er geen reden is dat de rivierdijken zullen breken.

Bruikbaar voor andere delta's
Wellicht dat het Nederlandse concept van een boezem op zee eveneens bruikbaar is voor andere delta's. Bij veel delta’s is er sprake van een ondiepe vlakte in zee. In een bekken om de deltamonding kan het peil stabiel laag gehouden worden. De bodem die tijdens de aanleg al kan opslibben met zand vanuit zee of de rivier, zal na aanleg verder ophogen door bezinking van het riviersediment.

Zo’n boezem bevordert de aangroei en beschermt het achterland. Een zoete of brakke boezem gaat bovendien verzilting tegen en vergroot de zoetwatervoorraad. Er gaat geen bestaande ruimte verloren en de gehele bestaande waterinfrastructuur blijft behouden.

Drijvende golfdempers in zee, die een steilere vooroever handhaven en kustaanwas bevorderen, beschermen de bekkendijk tegen golfafslag. Zo’n samenwerking met de natuur, die voor zandaanwas en sedimentbezinking zorgt is niet alleen duurzaam, maar ook gewenst. Machinale waterbouw krijgt het immers zwaar door het CO2-, stikstof- en PFAS-beleid.

100 euro per inwoner
De vraag of we willen blijven zitten waar we zitten of gaan verhuizen en op welke termijn is voor Nederland niet moeilijk te beantwoorden. Met zo’n 100 euro per inwoner per jaar kunnen we het hier gemakkelijk nog eeuwen uithouden. Dit geeft aan dat we als vanzelfsprekend zullen kiezen voor grote structurele maatregelen. Verhuizen is voor Nederland geen optie zolang blijven goed betaalbaar is.

Maar hoe zit het met de overige delta’s van minder kapitaalkrachtige landen? Daar ligt de keuze vluchten of blijven minder vanzelfsprekend voor de hand. Het ligt bovendien in de aard van de mens om te blijven tot het water letterlijk aan de lippen staat.
Tijdens een overstroming gaat er voor meer kapitaal verloren, dan nodig is voor een duurzame bescherming.

Een wereldklimaatfonds, maar ook projectontwikkelaars die willen investeren in deze potentieel ‘rijke’ en dichtbevolkte gebieden, zijn welkom. Samenwerken met de natuur zal daarbij een hoge vlucht nemen. Niet alleen de economische waarden, maar ook de waarden van mens en natuur dienen meegewogen te worden. Voor waterbouwend Nederland ligt een wereld open.

Dick Butijn, De Haakse Zeedijk
Wil Borm, Adviesgroep Borm & Huijgens

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.
  • This commment is unpublished.
    Wil Lases · 1 months ago
    Een helder verhaal en een goed plan voor de eerste langere termijn. Het schept de tijd om de werkelijke ontwikkelingen te kunnen volgen en daarop de echte lange termijn beleidsmatig voor te bereiden.