h2ologoprimair


knw uitgever h2o

  • Home
  • H2O nieuws
  • Stevige bijdrage van aquathermie en groene waterstof verwacht in eerste voorstel Klimaatakkoord

H2O nieuws

Hoofdlijnen Klimaatakkoord

Stevige bijdrage van aquathermie en groene waterstof verwacht in eerste voorstel Klimaatakkoord

De vijf sectortafels van het Klimaatberaad hebben hun ideeën gepresenteerd over hoe de uitstoot van broeikasgassen met ongeveer de helft kan worden gereduceerd. Verschillende punten zijn interessant voor de watersector. Er worden stevige ambities voor aquathermie en groene waterstof geformuleerd.

Het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord zoals het document officieel heet, is opgesteld door meer dan honderd maatschappelijke partijen. Zij hebben vier maanden lang gediscussieerd aan vijf sectortafels: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. De organisaties dragen de bouwstenen aan voor hoe Nederland de doelen in het Klimaatakkoord van Parijs kan halen. Hun plannen moeten zorgen voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 49 procent in 2030 en misschien wel 55 procent.

Geen homogeen pakket
Voorzitter Ed Nijpels heeft gisteren het voorstel aangeboden aan minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Nijpels heeft het in zijn voorwoord over “de eerste mijlpaal” en “polderen zoals nog nooit is vertoond”. Tegelijkertijd erkent hij dat de opvattingen soms ver uiteen liggen – aan de sectortafel Industrie zitten bijvoorbeeld Shell en Greenpeace. “Het is nog geen homogeen pakket met vergelijkbaar uitgewerkte voorstellen. Besluiten zijn er nog niet genomen en de handtekeningen staan er nog niet onder.”

Het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving gaan nu doorrekenen of de ideeën van de sectortafels de gewenste tonnen aan reductie van CO2-uitstoot opleveren. Daarna zijn het kabinet en de Tweede kamer aan zet om keuzes over de richting te maken. Dan moet er ook wat meer duidelijkheid komen over het grootste twistpunt bij het klimaatbeleid: wie betaalt straks de rekening? Nijpels toont zich optimistisch over de voortgang. “Als iedereen het tempo erin houdt, zitten we na de zomer weer om tafel. Mijn verwachting is dat we dan eind 2018 een volwassen akkoord kunnen presenteren.”

Duurzame verwarming van gebouwen
Het is de bedoeling dat de zeven miljoen huizen en miljoen gebouwen in Nederland met duurzame warmte worden verwarmd. Hiervoor wordt een wijkgerichte benadering gehanteerd. Om het aanbod van duurzame warmte te vergroten, wordt geothermie fors opgeschaald. De ambitie is een uitbreiding van 3 petajoule naar 50 PJ in 2030 en meer dan 200 PJ in 2050.

Waterbeheerders willen werk maken van aquathermie, het gebruik van koude en warmte uit afval- en oppervlaktewater. Zij verwachten 80 tot 120 PJ in 2050 te kunnen realiseren. Deze energiebron is relatief nieuw, waardoor nog veel ervaring nodig is. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 2019 een driejarig programma voor aquathermie uit te voeren. Tevens wordt aquathermie onderdeel van een aantal proeftuinen in het kader van het 100-wijken programma, dat is bedoeld om jaarlijks 30.000 tot 50.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken voor het eind van de kabinetsperiode.

Waterstof sectoroverstijgend
Waterstof wordt aangeduid als een sectoroverstijgende hoofdlijn. De sectortafels voor elektriciteit en industrie stellen een programmatische aanpak voor. Hierin worden de investeringskosten van elektrolyse versneld verminderd, zodat groene waterstof die is opgewekt uit duurzame bronnen (wind en zon) een goede rol in de toekomst kan spelen. De ambitie is om 3 à 4 gigawatt aan groene waterstof in 2030 te produceren.

De overheid stelt daarvoor een routekaart vast. Om al op korte termijn stappen te kunnen zetten, kan naar verwachting blauwe waterstof (waarin CO2 is afgevangen en opgeslagen) worden ingezet. Deze waterstof wordt bij voorkeur voor de industrie gebruikt.

CO2-vrij elektriciteitssysteem
Een belangrijk doel is de transitie naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem door versnelling van de omslag van fossiele bronnen naar hernieuwbare opwekking. Er wordt gestreefd naar een groei van hernieuwbare elektriciteit van 17 terawattuur nu naar 84 TWh in 2030, waarvan minstens 49 TWh door bestaande en nieuwe windmolenparken op zee. De overheid zal in 2020 hiervoor extra gebieden op zee aanwijzen.

Essentieel voor het succes van de transitie is systeemintegratie: een goede integratie van duurzaam opgewekte elektriciteit in het duurzame energiesysteem van de toekomst. Zo moet op termijn steeds meer omzetting plaatsvinden naar duurzame moleculen (power-to-X) voor transport en opslag of als grondstof in industriële processen. Ook de inzet van waterstof is belangrijk.

Vernatting van veenweidegebieden
Bij het landgebruik wordt onder meer gestreefd naar de vermindering van de CO2-uitstoot van veenweidegebieden met 1 megaton in 2030. Dat kan door verhoging van de waterstand in deze gebieden. Voor elk gebied komt er een specifieke aanpak. Soms zullen technische maatregelen voldoende zijn en soms moeten agrariërs zich aanpassen, bijvoorbeeld door over te schakelen naar een andere teelt.

Regionale strategieën
De partijen in het Klimaatberaad willen de ambities uit het Klimaatakkoord met behulp van Regionale Energie Strategieën in de praktijk te brengen. Maatschappelijke acceptatie is daarbij een belangrijk punt. De concepten zouden in juni 2019 gereed moet zijn. De strategieën vormen input voor ruimtelijke planvorming op provinciaal en gemeentelijk niveau en voor waterbeleidsprogramma’s van waterschappen.

Meer informatie

Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord

Bericht Klimaatberaad over voorstel

Reactie Unie van Waterschappen

Reactie Vereniging voor Energie, Milieu en Water

 

Waternetwerk maakt gebruik van coockies om de gebruikerservaring te verbeteren. Als u onze site bezoekt, gaat u akkoord met het gebruik hiervan. Ik snap het