Karin Sluis is teruggetreden als algemeen directeur van advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos. Ze heeft plaats gemaakt voor Wouter Bijman (algemeen directeur) en Eveline Buter (directeur).

Karin Sluis 180 vrij Karin SluisDe wisseling van de wacht zou aanvankelijk afgelopen voorjaar plaatshebben, maar werd uitgesteld vanwege de coronacrisis. Deze week is het besluit alsnog geëffectueerd.

In de leiding zet Stephan van der Biezen zijn huidige rol voort. Het bureau krijgt daarmee een driekoppige directie. De uitbreiding past, aldus het bedrijf, bij de sterke groei van de afgelopen jaren, van ruim 900 medewerkers in 2013 naar ruim 1300 op dit moment. Ook is er met drie directieleden meer ruimte voor Wouter Bijman 180 vk cWouter Bijmandeelname aan het debat over maatschappelijk thema’s, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulair bouwen en veiligheid.

De nieuwe algemeen directeur Bijman (1976) studeerde civiele techniek aan de TU Delft en heeft ervaring in waterbouwkunde, infrastructuur en mobiliteit, digitalisering in de bouw en veiligheid. Hij leidde onder andere dekantoren in Rotterdam, Atyrau (Kazachstan) en Dubai. Sinds 2018 is Bijman business line manager Infrastructuur en Mobiliteit. 

Eveline ButerEveline ButerButer (1975) studeerde civiele techniek aan de TU Delft en heeft brede ervaring in watermanagement, maatschappelijke kosten-batenanalyses en energie(transitie). Zij was vijf jaar vestigingshoofd in Indonesië en leidde sinds 2015 de Product-Markt-Combinatie (PMC) Industrie en Energie.

Sluis blijft werkzaam bij Witteveen+Bos en gaat zich onder andere richten op het ontwikkelen van 'belegbare proposities', bijvoorbeeld op het gebied van energie, infrastructuur, natuur en water. Zij blijft verder actief binnen de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, de Raad van Toezicht van hogeschool Saxion en het NWO-domeinbestuur Toegepaste en Technische Wetenschappen.

 

LEES OOK
Witteveen+Bos stelt directiewissel uit

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!