IN MEMORIAM - Op 4 mei 2018 overleed Dr. Ir. Wim Witvoet, lid van het Genootschap van de Ouwe Jonkers,78 jaar oud. Wim was geboren in Schoonebeek, opgeleid als chemisch technoloog aan de TU-Delft, daar in 1971 gepromoveerd. Aansluitend 40 jaar werkzaam bij het Ingenieursbureau DHV in Amersfoort, als watertechnoloog, als technisch-wetenschappelijk coördinator, uiteindelijk als wetenschappelijk directeur van DHV Water BV.

Wim Witvoet zw Wim WitvoetEen bescheiden man, die vele functies in de waterwereld bekleed heeft: binnen de ONRI, de NVA, de Aquatech adviescommissie, de Provincie Utrecht en het waterschap Vallei en Eem, altijd gewaardeerd om zijn deskundigheid en zijn betrokkenheid. Maar bovenal de man, die vele jonge mensen de weg in het vakgebied van afval- en regenwater, drink- en proceswater, waterloopkunde en integraal waterbeheer gewezen heeft, hen met een warm hart begeleid en zo nodig opgevangen heeft.

Persoonlijk heb ik (MG) intensief met Wim samen mogen werken toen ik voorzitter was van de NWRW, de Nationale Werkgroep Riolering en Waterkwaliteit, die in de periode 1982-1988 in opdracht van het ministerie van VROM een uitvoerig programma van studies en onderzoekingen heeft opgezet en doen uitvoeren met als doel inzicht te krijgen in het functioneren van rioolstelsels in de praktijk. Gerard Martijnse van VROM was de formele secretaris, Wim was als “penvoerder” de man, die het vele feitelijke secretariaatswerk deed. Een indrukwekkende klus, die een grote impuls gegeven heeft aan onze kennis van dit uitdagende vakgebied. Werk, waar hij zelf met gepaste trots op terug keek.

Trots was Wim ook op de Henri Scheltinga prijs, die hij in 2000 ontving.

Maatjes
Mijn (PvR) herinnering aan Wim begon op het moment dat hij me een contract bij DHV aanbod. Het was medio 1988. Ik was zijn eerste niet-ingenieur; toen drs in de biologie. Normaal zou ik in schaal 10 binnenkomen, maar uit onzekerheid over wat een bioloog kan werd het schaal 9. Voor mij een uitdaging. Het klikte meteen. We werden maatjes. Het eerste jaar mocht ik, zonder de plicht van order-gebonden werk, aan de slag om een afdeling Integraal Waterbeheer op te zetten. Samen is ons dat gelukt.

Wim was de menselijkheid in een technische cultuur. Continu verbinden, kansen zien, ruimte geven en klaarstaan waar het moest. Tot midden in zijn vakanties. Als mensen maar toonden dat ze hun talent optimaal wilden benutten. Op dit punt waren we en zijn we als een eeneiige tweeling. Wim heeft me gestimuleerd om op basis van talloze praktijken te promoveren, natuurlijk aan de TUD want dat was voor hem de enige echte universiteit. Wim werd lid van de promotiecommissie onder leiding van Joost de Jong, voormalig hoogleraar en directeur van Rijkswaterstaat. Hij was apetrots op wat hij voor mij kon betekenen. En zo ging Wim ook met anderen om. Hij was een contramal van het huidige IK-tijdperk.

Na steeds moeizamer wordende laatste jaren is Wim in zijn woonplaats Scherpenzeel in vrede gestorven, liefdevol verzorgd door “zijn Nelly”.

Maarten Gast, namens het Genootschap van de Ouwe Jonkers en Peter van Rooy

Laatste reacties op onze artikelen

Het belangrijkste staat onderaan: toestaan van kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest. De milieu-impact kan nauwelijks worden overschat: er is minder kunstmest nodig (veel energie nodig, dus veel CO2) en via de erts komen er sporen van giftige zware metalen mee in de bodem. En er ontstaat een toepassing voor eindproducten van mestverwerking. Zo kun je regionaal de kringloop beter sluiten.
Er moet veel gebeuren, niet alleen grenzen markeren, maar actief het waterbeheer in het buitengebied naar de nieuwe inzichten herstellen. Daarbij moet ieder waterschap ruimte vrijhouden om initatieven vanuit het veld actief op te pakken en niet in een stilzwijgende welwillendheid laten sneuvelen.
Waarom niet een waterfabriek bouwen van zout naar zoet, zo een als in Israël gr marco
Weten waterschappen wel waar hun grenzen zijn?
De legger is het kroonjuweel van het waterschap. Zoals een gemeente de bebouwde kom markeert met een bord, zo staan de waterschapsgrenzen beschreven in de legger. Dit is niet een eenvoudige grens met het buur-waterschap, maar een complex stelsel van waterstaatswerken met de bijbehodende invloedszoneringen. Alleen binnen die zoneringen heeft het (klassieke) waterschap zeggenschap (klassiek: gericht op waterbeheer (watergangen) en waterveiligheid (dijken) ex waterzuivering).
Alles begint en houdt op bij de invloedszones - de grenzen - van het waterschap. En laat het nou toch heel eenvoudig zijn die grenzen kleiner te maken (dus de invloedszones in nieuwe leggers te verkleinen) maar zo goed als onmogelijk om deze weer groter te maken. Het ene is n weggevertje en het andere is landje pik - dus betalen.
Dus voor een strategische herorientatie van de waterschappen is een strategische herwaardering van het kroonjuweel - de waterschapslegger en het gehele bijbehorende invloeds-spel van essentieel belang.
De waterschappen zijn de afgelopen jaren ver in de marge gedrukt want invloedszones met gemeenten, het rijk en andere belanghebbenden zijn aan het verschuiven. (En waar is de wet PUBERR gebleven?)
Dus eerst herwaarderen van waterschapsgrenzen, dan weten waar de grenzen zijn en vervolgens deze met een (dijk)leger gaan verdedigen ! ;-)
https://sjfsupport.com/mmi.html
Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!