Gijs Oskam, oud-directeur van Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch (WBB), is op 85-jarige leeftijd overleden. De naamgever van de prijs die jaarlijks wordt uitgereikt tijdens de vakantiecursus aan de TU Delft, wordt in de watersector herinnerd als deskundig en strijdbaar. Hij wordt in twee bijdragen herdacht.

Gijs Oskam vk zw Gijs OskamDe inzet van Gijs als directeur van WBB was erop gericht om de kwaliteit van het ruwe Maaswater in de spaarbekkens, bestemd voor de productie van drinkwater, zodanig te verbeteren dat het een betrouwbare bron werd.

Onverminderd zette hij zich in om, ondersteund door studies, feiten en laboratoriumresultaten, in binnen- en buitenland de bewustwording en andere handelswijzen met betrekking tot de vervuiling van onze grondstof, op gang te krijgen. Hij bouwde een relevant netwerk op en onderhield dat ook. Gijs zorgde ervoor, in zijn vele lezingen en toespraken, en in talrijke discussies waaraan hij actief deelnam, dat zaken duidelijk gesteld werden.

Chemicus in hart en nieren
De kwaliteit van het rivierwater, vanaf de bron tot aan de inlaat van de spaarbekkens, moet permanent bewaakt worden. Een grote uitdaging voor de chemicus, die Gijs in hart en nieren was. Maar hij dacht ook veel breder en introduceerde daarom biologische bewakingssystemen, die 24 uur per dag waakzaam zijn. Erg noodzakelijk als er naast steden en bedrijven ook kerncentrales aan jouw rivier staan. 

Gijs heeft ook een erg belangrijke rol gespeeld in het ontwerp van de drie spaarbekkens van het WBB en daarna in het beheer van de bekkens om de slechte Maaswaterkwaliteit om te vormen tot een betrouwbare en stabiele bron voor de drinkwaterproductie in Rotterdam, Dordrecht en Zeeuws-Vlaanderen. Naast chemische processen waren ook de biologische interacties een belangrijk aandachtsveld. Ook dit heeft hij in vele publicaties en lezingen wereldwijd verspreid.

Hij ontving op zijn bedrijf veel hooggeplaatste functionarissen, van diverse herkomst, met als hoogtepunt het bezoek van kroonprins Willem-Alexander, die zijn maidenspeech als watermanager van Nederland bij het WBB heeft gehouden. Erkenning voor al zijn inzet spreekt ook wel door in de Gijs Oskamprijs, die jaarlijks tijdens de vakantiecursus aan de TU-Delft wordt uitgereikt.

Meten, weten en ageren
Het werk van Gijs kan in drie woorden worden samengevat: Meten, Weten en Ageren. 

Met Meten wordt vooral het ontwikkelen van meetmethoden bedoeld voor al die soorten stoffen, die vaak sterk verdund, in water voorkomen. Daarin liepen de samenwerkende laboratoria van de rivierwaterbedrijven in de jaren ’70 tot 2000 voorop in de wereld. 

Toen de aandacht voor radioactiviteit na de kernramp van Tsjernobyl (1986) wegebde, was Gijs zo ongeveer de enige in Nederland, die nog iets verstandigs over het meten van de verschillende soorten radioactiviteit in water kon zeggen.

Met Weten wordt bedoeld dat je kennis hebt van de eigenschappen van een stof, van het belang ervan voor de menselijke gezondheid, voor het milieu. Dat je het gesprek met de technologen kunt voeren over verwijderingsmogelijkheden. Gijs beheerste dat als geen ander.

Als derde het Ageren in de breedste zin van het woord: . . . waar komt iets vandaan, . . . wat is daar aan te doen, . . . wie moet daar op aangesproken worden? . . .  hoe doen we dat het meest effectief? 

Publiciteit
Vaak is dat via de publiciteit. Gijs schuwde die bepaald niet, hij roerde de trom en, dat mag ook wel worden gezegd, hij genoot ervan. Dat maakte hem in België, waar destijds nog veel gedaan moest worden, wel bekend, maar bepaald niet populair. 

De Rijn- en Maasbedrijven werken nauw samen in de RIWA, de vereniging van rivierwaterbedrijven. Ook in het stroomgebied van de Rijn, met zijn grote chemische multinationals, was Gijs een geziene deskundige. Zij en ook zijn oud-collega’s uit de watersector herinneren Gijs als: deskundig en strijdbaar. 

Als baas op de WBB werd Gijs door de werknemers erg gewaardeerd. Hij was sociaal en betrokken en bevorderde de saamhorigheid en trots op ‘hun’ bedrijf. Daarnaast was Gijs gewoon een aardige kerel, een sociaal en betrokken mens, met een Bourgondische inslag.

Gijs, wij houden jou dankbaar in onze gedachten en blijven inspiratie putten uit de inzet van jou voor schone bronnen en spaarbekkenbeheer.

Namens de oud-collega’s uit de RIWA,
Maarten Gast en Job Verheijden


‘Zijn werkzame leven was gewijd aan de drinkwatervoorziening in Nederland en daarbuiten’

Wij ontvingen het verdrietige bericht dat Gijs Oskam op 10 juni jl is overleden. De naamgever van de zogeheten Gijs Oskamprijs die jaarlijks bij de Vakantiecursus van de TU Delft wordt uitgereikt als aanmoedigingsprijs voor jonge onderzoekers/ingenieurs in de Stedelijke Watercyclus.

Gijs was onder andere verbonden aan Waterwinningbedrijf de Brabantse Biesbosch (WBB). Hij richtte daar allereerst een ruwwater laboratorium op voor waterkwaliteitsonderzoek, om inzicht te krijgen in het innamewater voor het spaarbekkensysteem en in het transport naar de drinkwaterproductiebedrijven. Met dit laboratorium zorgde Gijs voor aandacht voor oppervlaktewater als grondstof voor de drinkwatervoorziening. Iets wat in die tijd nauwelijks op de agenda stond.

Sociaal en betrokken
Hierna werd Gijs directeur van WBB. Hij legde verbinding met gemeente, provincies en andere partijen in de omgeving. Door zijn prettige persoonlijkheid kon hij overbruggen en mensen samen brengen. Als directeur van WBB werd Gijs door de werknemers erg gewaardeerd. Hij was sociaal en betrokken en bevorderde de saamhorigheid en trots op ‘hun’ bedrijf.

Gijs zette zich actief in om het belang van bronbescherming op de kaart te zetten, hierbij ondersteund door studies en laboratoriumresultaten. Hij bouwde daartoe, samen met RIWA, een relevant netwerk op en ontving ook diverse prominenten uit binnen- en buitenland. Waarvan we ook nu nog de vruchten plukken.

We verliezen in Gijs een waterexpert, netwerker en bronbeschermer.

Annette Ottolini, Algemeen Directeur Evides Waterbedrijf
Guiljo van Nuland, Algemeen Directeur Brabant Water
Maarten van der Ploeg, Directeur RIWA-Maas

 

Laatste reacties op onze artikelen

Zijn waterschappen nog wel van deze tijd?
Interessant artikel van Stephan Kuks over de toekomst van de waterschappen. Zelf vraag ik mij af of de waterschappen wel in staat zijn om antwoord te geven op de grote maatschappelijke vragen, die ook hij noemt. Hij zegt: "Nu wordt het tijd dat waterschappen duidelijk maken dat er vanuit water en bodem grenzen zijn, en dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van Nederland hierop moeten worden aangepast.” Dat lijkt op het oog een logische uitspraak, maar de grote vraag is of het huidige waterschap deze vraag wel inhoud kan geven. En niet vanwege dat het waterschap niet deskundig zou zijn, maar meer vanwege de samenstelling van het bestuur en dat het mandaat op de genoemde onderwerpen zeer beperkt is.
En natuurlijk, prachtig als Kuks vindt dat de waterschappen duidelijk stelling moeten nemen in het maatschappelijk debat over de toekomst van ons land, maar welke stelling dan? Het belang van de boeren? Het belang van de natuur? Het belang van woningbouw? Deze discussie hoort in eerste instantie thuis op het allerhoogste politieke niveau. Daar heeft men het de afgelopen decennia lelijk laten liggen, maar dat betekent niet dat nu het waterschap aan bod is. En natuurlijk voor het waterbeheer zijn de waterschappen de ogen en de oren van de samenleving. De waterschappen zijn bij uitstek degenen die van onderop knelpunten en ideeën kunnen aandragen om het beleid op provinciaal en nationaal niveau effectief vorm te geven. Maar ik moet er niet aan denken dat de waterschappen dat in die breedheid zelf zouden moeten gaan oppakken.
En om dan ook maar tegelijk tegen een heilig huis aan te schoppen, we zouden ons zelfs kunnen afvragen of waterschappen en het functioneren ervan nog wel van deze tijd is. Zeker als het gaat om ruimtelijke ordening en klimaat heeften provinciaal bestuur veel meer mandaat en dus veel meer slagkracht. Wat mij betreft zou het waterbeheer zo overgeheveld kunnen worden naar de provincie en zouden waterschappen omgevormd kunnen worden tot uitvoeringsorganisaties die het dagelijks waterbeheer doen. De RWZI’s zouden nutsbedrijf kunnen worden. Zeker zij zouden daarmee grote stappen kunnen maken in de efficiency van de waterzuivering.
Wat bedoel ik daarmee? In de afgelopen 10 tot 20 jaar zijn de RWZI ’s zich steeds meer gaan toeleggen op terugwinning van grondstoffen(fosfaat, cellulose, biogas, etc). Maar een grote doorbaak met substantieel resultaat heb ik tot nu toe niet echt gezien, misschien met uitzondering van een aantal initiatieven, zoals Waterstromen. Het succes van een goede afzet van reststromen wordt bepaald door kwantiteit en kwaliteit.
Eind vorige eeuw werd in de autobranche de organisatie Autorecycling Nederland opgericht. Ik was daarbij betrokken. Doel was om een hoger hergebruik te realiseren bij demontage van auto’s. Voor het ophalen een paar rubber strips per bedrijf was namelijk nooit veel belangstelling vanwege de geringe baten. Maar als je als verwerkingsbedrijf bij alle autodemontagebedrijven rubber kan ophalen, wordt het ineens interessant. Ook voor het autodemontage bedrijf, sommig restafval kreeg ineens een positieve geldwaarde.
Dat kan ook zomaar voor de RWZI’s gelden. Als ze met z’n allen gaan samenwerken en op landelijk niveau collectief contracten gaan afsluiten met afnemers dan kan dat voor beide partijen interessant worden. Bijvoorbeeld voor struviet. Zeker nu de totale gevolgen van kunstmest steeds meer onder het vergrootglas komen, zou struviet een geweldige vervanger kunnen zijn.
En een centrale organisatie, zoals ARN bij de autosector heeft nog meer voordelen. Je kunt een veel directere samenwerking met partijen als Wetsus en KWR tot stand brengen, waarbij uit een deel van de opbrengsten van de restproducten onderzoek gefinancierd kan worden om nog effectiever en efficiënter te worden met de terugwinning. Je zou dan ook kunnen kijken in hoeverre je samenwerkingen zou kunnen aangaan met bedrijven, die nu hun afvalwater moeten voorzuiveren. Bij Waterstromen werd zo’n samenwerking al tot stand gebracht met een voedselproducent en een leerlooier.
En als het echt succesvol zou worden, zou het zelfs kunnen leiden tot lagere belastingen(verontreinigingsheffing). Wat mij betreft is er wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden, namelijk dat het zuiveren van communaal afvalwater altijd een publieke aangelegenheid blijft.
Klinkt goed! Maar waarom wordt dit niet bij alle waterschappen ingevoerd? Dan ontstaan er meer mogelijkheden tegen lagere prijzen.
Afsluiten van de Nieuwe Waterweg met zeesluizen (Plan Spaargaren) zal de riviersedimentstroom naar het zuidwesten voeren. Daar is behoefte aan sediment. Het baggeren in de binnengelegen (oude) Rotterdamse havens wordt daardoor tot een minimum beperkt. Zeewaartse afhandeling van schepen (containertransferia) op de Maasvlakten maken tevens dat de Nieuwe Waterweg mag verondiepen. Binnenvaartschepen hebben immers een geringe diepgang. Bovendien wordt het rivierpeil dankzij zeesluizen meer beheersbaar.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens - integraal waterbeheer
Interessant artikel en mooi initiatief.. wel jammer dat er meerdere keren over waterpomp gesproken wordt terwijl het warmtepomp is.
Redactie: dank, is gecorrigeerd.
Energetisch mooi maar hoe worden de kosten binnen de perken gehouden, zodat de “gewone” burger het nog kan betalen? Hoe bedrijfszeker is de installatie en het net?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!