PERSONALIA - Om de Vlaams-Nederlandse samenwerking rond Drinkwateronderzoek te versterken, is Emile Cornelissen (KWR Onderzoeker) aangesteld als gastprofessor aan de Universiteit Gent in België.

benoeming cornelissenInnovatief drinkwateronderzoek door samenwerking is daarbij het doel. De focus ligt op innovatieve inzichten, verbetering van scheidingsprocessen, besparing op energie en chemicaliën, en het terugwinnen van grondstoffen.

Professor Cornelissen zal toegepast wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar fysische scheidingsprocessen voor drink- en afvalwaterbehandeling met een focus op membraanprocessen. Zijn aanstelling verstevigt de samenwerking tussen KWR en de UGent, en in een breder kader de Vlaams-Nederlands samenwerking op het gebied van drinkwateronderzoek. Die samenwerking werd eerder dit jaar beklonken tussen De Watergroep, de UGent en KWR.

Vanaf eind 2017 vertoeft Cornelissen één dag per week aan de vakgroep Particle and Interfacial Technology (PaInt) van professor Arne Verliefde aan de faculteit Bio-Ingenieurswetenschappen. Cornelissen zal ook deel uitmaken van CAPTURE, het nieuwe initiatief rond grondstoffenhergebruik.

Waterzuiveringsonderzoek is specifiek gericht op het robuuster en efficiënter maken van scheidingsprocessen, besparing op energie en chemicaliën en het terugwinnen van grondstoffen. Dat gebeurt zowel op grote schaal, als op decentraal niveau. Er zijn nieuwe – soms fundamentele – inzichten nodig die leiden tot innovatieve veranderingen in het procesontwerp of de bedrijfsvoering.

Het werk van Cornelissen focust zich op het zoeken naar vernieuwende oplossingen, door gebruik te maken van synergistische combinaties van bestaande en nieuwe zuiveringsprocessen. Daarin gaat het om experimenteel en modelmatig onderzoek in het scheiden van deeltjes, organische stoffen en zouten, en het terugwinnen van nuttige ingrediënten.

Zie ook: KWR | Innovatief drinkwateronderzoek door samenwerking - Emile Cornelissen: gastprofessor aan de Universiteit Gent

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!