Vergeten geschiedenissen, gedegen uitleg over een complex watersysteem, inspiratie voor klimaatadaptatie, en vooral héél veel foto- en kaartmateriaal. Dat is allemaal te vinden in de eind augustus verschenen Wateratlas van Noord-Holland.
De atlas is uitgegeven door Uitgeverij Noord-Holland in samenwerking met Stichting Oer-IJ, een burgerinitiatief gericht op het meer bekend maken van het voormalige mondingsgebied van het Oer-IJ (de driehoek tussen Velsen, Alkmaar en Zaanstad). De uitgeverij en de stichting brachten de atlas samen met 33 deskundige auteurs en meer dan 50 organisaties en vrijwilligers tot stand.
“Een godswonder dat het gelukt is om 33 auteurs binnen 2 jaar al hun stukken te laten schrijven”, verzuchtte hoofdredacteur Michiel Schreijer onlangs opgelucht bij de boekpresentatie in het Provinciehuis in Haarlem.
Breed publiek
Schreijer, opgeleid als aquatisch ecoloog, werkte 17 jaar als strategisch adviseur bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Net als Schreijer en zijn collega-eindredacteuren (Jos Teeuwisse, Nico van der Wel en Noor Ney) hebben ook alle schrijvers een verbintenis met de waterwereld, door hun achtergrond in bijvoorbeeld de civiele techniek, hydrologie, ecologie, landschapsarchitectuur of bodemwetenschap.
Een boek vol vakjargon ligt dan op de loer, maar dat is niet per se het geval. De atlas is zodanig geschreven dat het niet alleen voor kenners van de waterwereld, maar ook voor een breed publiek goed te volgen is. Met het boek willen de makers inwoners van de provincie – en geïnteresseerden van daarbuiten – namelijk van genoeg basiskennis voorzien om maatschappelijke discussies over wateropgaven te kunnen volgen.
Voorbereiden op de toekomst
De provincie zal immers enige transformatie moeten ondergaan om opgewassen te raken tegen zeespiegelstijging, bodemdaling, verzilting, droogte en hevige regenval. Dit zal betekenen dat het landschap gaat veranderen, met onder andere meer waterbergingen, nieuwe natuur en andere vormen van landgebruik, schrijft gedeputeerde Anouk Gielen in het voorwoord. Die eer was aan Gielen, omdat de provincie voor een belangrijk deel heeft bijgedragen aan de kosten van het boek.
“In een provincie waar ruimte schaars is, zijn dat geen eenvoudige keuzes”, schrijft Gielen. “Maar de geschiedenis van Noord-Holland laat zien dat we als samenleving veel kunnen bereiken als we samenwerken.” En om goed samen te kunnen werken, is het prettig als iedereen die in het schip zit weet hoe de zeilen werken.
Zichtbaar en onzichtbaar water
Dat wordt in het boek dan ook goed en grondig uitgelegd, aan de hand van het verleden, het heden en de toekomst. De atlas beschrijft het Noord-Hollandse watersysteem zoals dit door de eeuwen heen ontstaan en gemaakt is: het zichtbare water in sloten, kanalen en plassen, maar ook het ‘onzichtbaardere’ grondwater, drinkwater en rioolwater dat onder de grond of in leidingwerk verborgen zit.
De aanpak is overzichtelijk en systematisch – je bent een atlas, of je bent het niet – door de provincie te bespreken aan de hand van negen regio’s, van Texel tot het Gooi. Van elke regio worden het watersysteem, de waternatuur en de klimaateffecten besproken. Tegelijkertijd is het boek verhalend en vol historische anekdotes, en voelden de auteurs zichtbaar de ruimte om zo nu en dan ook gewoon eens een foto of citaatje op te nemen puur omdat ze die léúk vonden.
Met zijn 2,7 kilo is de atlas overigens geen lichtgewicht literatuur die je meeneemt als boekje voor in de trein. Het 400 pagina’s dikke boek is misschien meer van de categorie voor bank en bed, voor regenachtige weekenden en herfst- en kerstvakanties, en voor bibliotheken, scholen en cafés met leestafels. De verkoop van het boek loopt tot nu toe goed, laat de redactie weten. Er wordt zelfs al over een herdruk gesproken.
Uitzoomen
Overigens bestaat het boek voor zeker een paar pond uit beeld. Oude en nieuwe foto’s, waterstaatskaarten, ijverig met ganzenveer ingevulde tabellen, en kleurrijke ecoline kaartjes uit vervlogen tijden. Veel van het beeld komt uit de archieven van de waterschappen (Hollands Noorderkwartier; Rijnland; Amstel, Gooi en Vecht), Rijkswaterstaat, PWN en Waternet. Bij het zien van al dit oude archiefmateriaal kan je je als lezer wel een voorstelling maken van wat een feest het voor de auteurs moet zijn geweest om in deze schatkisten te speuren naar de beste pareltjes om op te nemen.
Metaforisch zijn misschien de mooie luchtfoto’s in het boek, gemaakt door Tom Kisjes; bijvoorbeeld van het ontginningspatroon in het Oostzanerveld, of het infiltratiegebied in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Zoals luchtfoto’s namelijk kunnen helpen om dingen te appreciëren die je pas ziet wanneer je ze van een afstandje bekijkt – simpelweg omdat dat niet lukt als je er te dicht op staat – zo kan dit boek misschien helpen om uit te zoomen, te waarderen op wiens schouders we staan, in te zien wat we soms misschien voor lief nemen, en te beseffen welk werk er aan de winkel is.
