Een onbekend en onbenut kanaal met een opmerkelijke geschiedenis: dat is het Almelo-Nordhornkanaal. Eind 19e eeuw werkten 200 mannen zich zo’n 4,5 jaar lang het schompes om dit kanaal met de hand te graven, maar na oplevering bleek er amper nog behoefte aan te zijn. De openluchtvoorstelling Polderjongens, die op 26 augustus in première gaat, brengt een eerbetoon aan hun werk en maakt een stuk vergeten geschiedenis weer zichtbaar.
De musical, een productie van Stichting Theaterproducties Twente, is een fictief verhaal gestoeld op de geschiedkundige feiten. Het verhaal speelt in de 19e eeuw, toen in Noordoost-Twente veel turf werd gestoken en de Twentse textielindustrie in ontwikkeling was. Om de handel met de Pruisen een impuls te geven, ontstond het plan om een rechtstreekse verbinding met het kanalenstelsel in Duitsland aan te leggen.
Na jarenlang soebatten spraken Nederland en Duitsland in 1876 met elkaar af dat er een vaarweg tussen Almelo en het Duitse Nordhorn moest komen. Nederland zou een sleuf van 28,5 kilometer tot de Duitse grens graven; de Duitsers zouden de overige 9 kilometer voor hun rekening nemen.
De voorstelling gaat over de 200 zogeheten polderjongens die in met name Drenthe, Friesland en Overijssel geworven werden om dit kanaal met de hand te graven. Zes dagen per week, van zonsopkomst tot zonsondergang en met niets meer dan een schep en een kruiwagen, groeven deze ‘rauwdouwers’ het Nederlandse deel van het kanaal. ’s Nachts sliepen ze, al dan niet met meegekomen vrouw en kinderen, in boerenschuren, barakken, of plaggenhutten die ze zelf moesten bouwen.
Roggebrood en soep
Hun schamele dagloon verdampte veelal in de kroeg, en de pers maakte indertijd melding van vechtpartijen, (jenever)diefstal van lokale winkeliers, en verstoringen van kerkdiensten door de arbeidsmigranten. Hun komst zorgde dan ook voor onrust onder de Almeloërs, die met argusogen naar deze nieuwkomers keken.
Dat veranderde toen het werk al na twee maanden stil kwam te liggen. Het graven was namelijk hartje winter (november 1884) aangevangen, en algauw was de grond te bevroren om er een spade in te kunnen steken. De aannemer kwam in financiële problemen, en het inkomen van de arbeiders werd abrupt beëindigd.
Dat de mannen zo aan hun lot werden overgelaten ging de Almeloërs aan het hart. Hun argwaan sloeg om in barmhartigheid, die zich uitte in een uitgebreide collecte. Met het opgehaalde geld werd onder meer een gaarkeuken ingericht, om de polderjongens en hun gezinnen met roggebrood en erwtensoep de winter door te helpen.
Overbodig vanaf oplevering
Uiteindelijk zouden de mannen zo’n 4,5 jaar lang ploeteren. Aan de andere kant van de grens lieten de Duitsers 100 strafgevangenen de resterende 9 kilometer graven. Maar terwijl het zand plaatsmaakte voor water, werd het plan ingehaald door de tijd.
Wanneer het kanaal in 1904 – een eeuw na de eerste plannen – eindelijk voltooid is, blijkt er amper animo meer voor te zijn. Al vanaf de oplevering was het kanaal te krap en te ondiep voor het vervoer dat de lokale en bovenstroomse industrie toen nodig had. Enkel platbodems met een totaalgewicht tot 150 ton konden namelijk door het kanaal; geschikt voor het vervoeren van bescheiden hoeveelheden turf, maar niet voor de steenkolen waar steeds meer fabrieken inmiddels op draaiden.
Bovendien had Almelo, al toen er met de aanleg van het kanaal begonnen werd, een treinstation waar goederentreinen gebruik van konden maken. Eigenlijk was het kanaal dus “al ten dode opgeschreven toen de eerste spade de grond in ging”, vertelt Marco Krijnsen, publiekshistoricus bij de Overijsselacademie, in een driedelige podcastserie die als opmaat naar de musical is uitgebracht. “Wat er werd aangelegd was eigenlijk een kanaal uit het verleden, uit de tijd van de trekschuiten.”
Kanaalkerels
Op het ‘hoogtepunt’, in 1912, voeren hooguit twee schepen per dag door het kanaal, en sinds 1960 vaart er geen enkel schip meer doorheen. “Zeker toen het Twentekanaal richting Almelo in 1953 gereed was, werd het Almelo-Nordhornkanaal bijna niet meer bevaren”, vertelde oud-waterschapsbestuurder Martin Mulder eerder al eens in Tubantia.
Overigens gaat de Polderjongens-podcast niet alleen over het kanaal als 'historische vergissing', maar bijvoorbeeld ook over de ‘kanaalkerels’ die met een zeis het gras van de kanaaldijken moesten maaien, over (oud-)bewoners die zich verbonden voelen met het kanaal, of over hoe de kanaaldijk in 1946 bezweek op een plek waar in de Tweede Wereldoorlog een bombardement was geweest.
Problemen door de droogte
Het kanaal zelf dient als decor voor de voorstelling, die in de haven van Almelo vanaf het dek van twee schepen gespeeld zal worden. Overigens konden de schepen die de organisatie hier oorspronkelijk voor gereserveerd had Almelo niet bereiken door de aanhoudende droogte. De enige manier waarop deze (in Amsterdam gelegen) schepen Almelo namelijk konden bereiken was via het Twentekanaal, en door de aanhoudende droogte is het Twentekanaal sinds 25 juli volledig gestremd.
Halsoverkop moest hierdoor gezocht worden naar twee vervangende historische platbodems. Vanuit het hele land en vanuit Nordhorn werden schepen aangeboden, die langs wel bevaarbare waterwegen naar de theaterlocatie kunnen worden gevaren. Het toneelstuk zal uiteindelijk worden opgevoerd op de Almelose Praam, een meer dan honderd jaar oude boerenpraam, en de Enterse Zomp, een replica van de historische zompen waarmee eeuwenlang vracht werd vervoerd over de Regge en andere ondiepe Twentse wateren, en ook het type boot dat gebruikt werd bij het graven van verschillende kanalen.
De musical is geregisseerd door Anne de Blok en geschreven door Danny Westerweel, die eerder samen het stuk ‘Van Katoen en Water’ maakten, over de Almelose (handels)geschiedenis te land en te water. In Polderjongens spelen naast gevestigde acteurs als Harpert Michielsen (Soldaat van Oranje, De Luizenmoeder, GTST), Sofia Ferri (Soldaat van Oranje, Die Zauberflöte) en Rein Hofman (Michiel de Ruyter, Flikken Maastricht) ook lokale Twentse amateurspelers mee. De muziek, gecomponeerd door Fons Merkies en Laurens Goedhart, wordt uitgevoerd door het Wilmink Projectorkest onder leiding van Jos Pijnappel.
‘Polderjongens’ zal van 26 augustus tot en met 13 september worden opgevoerd op en langs het kanaal aan de Stationstraat 11 in Almelo. Voorafgaand aan iedere voorstelling is er een gezamenlijk diner. Naast de musical is er ook een kleine expositie, ‘Het kanaal vertelt’, in het Huis van Katoen en Nu.
