secundair logo knw 1

Een recent Frans onderzoek claimt dat niet glyfosaat bestrijdingsmiddelen giftig maakt, maar dat andere stoffen in de middelen dat doen. Volgens Toxicoloog Martin van den Berg zet het onderzoek aan tot denken en is het de hoogste tijd om de precieze formules van bestrijdingsmiddelen openbaar te maken en zo hun effecten op mens en milieu te kunnen meten.

Drie Franse onderzoekers van de universiteit van Caen en het onderzoeksinstituut CRIIGEN, onderzochten de effecten van de bestrijdingsmiddelen als geheel en daarnaast van de afzonderlijke ingrediënten, waaronder glyfosaat. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen in het tijdschrift Toxicology Report.

Tot de onderzoekers behoort Gilles-Eric Séralini van onderzoeksinstituut CRIIGEN. CRIIGEN ondersteunt het burgerinitiatief Stop Glyfosaat en Séralini kwam enkele jaren geleden in opspraak na onderzoek naar het kankerverwekkende gehalte van genetisch gemodificeerd maïs. Dat onderzoek kreeg veel kritiek vanwege de opzet die volgens meerdere instituten verkeerd was en gebreken vertoonde.

Martin van den Berg, hoogleraar Toxicologie aan de Universiteit van Utrecht noemt het Franse onderzoek ‘redelijk rechttoe, rechtaan’. Op de nu gebruikte onderzoeksmethode is volgens hem weinig aan te merken. “Alleen het feit dat Séralini een paar jaar geleden de mist in is gegaan, diskwalificeert dit onderzoek niet. Ik onderschrijf niet alles wat in het artikel staat, maar het zet in elk geval aan tot denken.”

Bij blootstelling van planten en menselijke cellen aan de hoeveelheid glyfosaat zoals die nu in de landbouw wordt gebruikt, constateerden de onderzoekers nauwelijks negatieve gevolgen. De bestrijdingsmiddelen als geheel hadden wel negatieve gevolgen voor planten en menselijke cellen. Dat komt volgens de onderzoekers vooral omdat de bestrijdingsmiddelen ook andere stoffen bevatten. Zo vonden ze op aardolie gebaseerde verbindingen en zware metalen als arseen, kobalt, chroom, nikkel en lood.

Alle producenten van bestrijdingsmiddelen gebruiken eigen formules. Voor toelating op de markt, moeten die worden getest. Omdat de precieze samenstelling van veel bestrijdingsmiddelen geheim wordt gehouden door de producenten, zijn de onderzoekers van mening dat er geen goed onderzoek naar de effecten van de bestrijdingsmiddelen kan worden gedaan. Ze roepen de producenten daarom op de precieze ingrediënten van de bestrijdingsmiddelen openbaar te maken.

Van den Berg ondersteunt deze oproep. “Het nuttig zijn als de producenten hun formules zo snel mogelijk openbaar maken. Dat zou dringend noodzakelijk vervolgonderzoek mogelijk maken. Dan kunnen we bijvoorbeeld een antwoord vinden op de vraag waarom we in verschillende regio’s verschillende effecten van de bestrijdingsmiddelen zien. En alleen als we de precieze formuleringen kennen, kunnen we onderzoeken hoe de verschillende componenten elkaar beïnvloeden en welk effect dat heeft op de toxiciteit.”

 

U leest het Franse artikel hier.
Lees eerdere publicaties over glyfosaat op H2O: Glyfosaat mag nog vijf jaar gebruikt

 

Typ je reactie...
Je bent niet ingelogd
Of reageer als gast
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Laat je reactie achter en start de discussie...

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Hoe bestaat het dat dit maar door gaat en dat de overheid zo lankmoedig ermee om gaat? Sleep de vervuilers voor de rechter overheid!!
Deze gegevens geven een goed overzicht en een schrikbarend beeld van de huidige situatie. De Volksgezondheid staat op het spel. Waarom is er geen inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene die dit soort zaken bewaakt en binnen de rijksoverheid de plicht heeft en verantwoordelijkheid neemt tot nadere acties? Een dergelijke instantie is hard nodig en is van belang voor alle betrokken partijen incl. het bedrijfsleven. Ook voor de drinkwaterbedrijven moet het van groot belang zijn dat binnen de organisatie van de rijksoverheid een organisatie bestaat die de belangen van de drinkwaterbedrijven als onderdeel van de zorg voor de Volkgezondheid behartigt en een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft los van de politieke waan van de dag.
Ben benieuwd of dit ook werkt op PFAS en PFOA?
Je merkt uit reactie van riviergemeenten - achteruitgang van het landschap - dat geld van bebouwing in dit risicogebied toch zwaar telt. Als Rijkswaterstaat zou ik zeggen tegen die eigenaren: zwemdiploma is vereist voor alle bewoners, bij paniek wordt geen hulp geboden, uw verzekering en u als eigenaar zijn 100% voor schade zelf verantwoordelijk.
Wat ik mis in dit stuk, is hoe dit principe in andere landen wordt gehanteerd. En hoe de stoffenreeks en analyse frequentie in andere landen is. Ook dat heeft natuurlijk forse invloed op dit statische principe.  Mijn gevoel is (en ik heb toch al een aantal impact analyses gedaan in andere EU landen) dat we met het verlaten van dit principe een fors aantal plaatsen stijgen op de eu ranglijst waterkwaliteit. Wordt het daarmee beter, nee, wordt de kwaliteit slechter, ook nee. Moeten we onverlet doorgaan met emissiebeperking, zeker.