Als het ijs van Antarctica sneller gaat smelten, zal de zeespiegelstijging in de tweede helft van deze eeuw veel sneller en hoger zijn dan tot nu toe is aangenomen. Om Nederland daarop voor te bereiden, zal de zeespiegelstijging nauwkeurig gemonitord moeten worden. “Ook moeten we moeten nu verkennen welke maatregelen we straks kunnen nemen.”

Marjolijn Haasnoot vk 180 Marjolijn HaasnootMet de huidige maatregelen in de adaptieve strategie van het Deltaprogramma is Nederland in ieder geval tot 2050 goed te beschermen tegen de verwachte stijging van de zeespiegel. “Maar het smelten van de ijskappen op Antarctica is een echte game-changer”, zegt Marjolijn Haasnoot. Haasnoot is senior onderzoeker bij Deltares en hoofdauteur van het onlangs verschenen artikel Adaptation to uncertain sea-level rise; how uncertainty in Antarctic mass-loss impacts the coastal adaptation strategy of the Netherlands.

Onzekerheid niet leiden tot afwachten
Recente studies wijzen erop dat het smelten van ijs op Antarctica een significante bijdrage aan de stijging van de zeespiegel zal leveren. Tegelijkertijd is er nog veel onduidelijkheid over de mate en snelheid waarin de zeespiegel extra zal stijgen door de processen op Antarctica.

Maar die onzekerheid mag volgens Haasnoot niet leiden tot afwachten. “Als het zwartste scenario werkelijkheid wordt, moeten we in Nederland flink aan de slag. Als je er vanuit gaat dat het twintig tot dertig jaar duurt om verregaande maatregelen te plannen en implementeren, dan hebben we dus nog een jaar of tien, misschien twintig jaar om te beslissen hoe we Nederland ook in de toekomst de veiligste delta van de wereld willen houden. We hebben nog tijd en die moeten we goed gebruiken.”

Stijging monitoren
Haasnoot en haar co-auteurs raden aan de zeespiegelstijging nauwkeurig te monitoren. “Daarbij moeten we gebruik maken van een combinatie van metingen en projecties. Door tussen Antarctica en de Nederlandse kust te meten, kunnen we de hele effectketen aflopen en die combineren met de verwachtingen van bijvoorbeeld het IPCC en het KNMI. Zo kunnen we de timing van de zeespiegelstijging aan de Nederlandse kust goed in de gaten houden.”

Nu experimenteren
Ook pleiten ze in het artikel voor het doen van experimenten, bijvoorbeeld in de land- en woningbouw en bij het ontwerpen van onze waterkeringen. “We moeten nog ontdekken welke maatregelen we in de toekomst moeten nemen. Daarom moeten we op kleinere schaal experimenten gaan doen, bijvoorbeeld naar de effecten en resultaten van grootschalige zandsuppletie. En we moeten er nu voor zorgen dat er ruimte blijft om die maatregelen uit te voeren. Heel simpel: als we bredere dijken willen, moet daar wel plek voor zijn.”

Internationaal belang
Het artikel is de wetenschappelijke uitwerking van een bijlage bij het Deltaprogramma-rapport uit 2018. Waar deze bijlage zich met name op de situatie in Nederland richtte, bekijkt dit artikel zeespiegelstijging uit een iets internationaler perspectief.

Haasnoot: “10% van de wereldbevolking leeft in kustgebieden op minder dan 10 meter boven zeeniveau en in deze, veelal vruchtbare, kustgebieden wordt voedsel voor honderden miljoenen mensen verbouwd. Een stijging van de zeespiegel heeft dus enorme consequenties voor mens en economie.”

MEER INFORMATIE
Adaptation to uncertain sea-level rise; how uncertainty in Antarctic mass-loss impacts the coastal adaptation strategy of the Netherlands (pdf)

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.
Watersporters vragen zich af in hoeverre dit overlast en verandering gaat hebben / geven!
Enerzijds tijdens werkzaamheden, maar anderzijds ook na de werkzaamheden.
Een waterbos zal zeker invloed hebben op het gedrag van golven?
Is daar bij ontwerp, de vorm waarin het wordt aangelegd rekening mee te houden?
Er zijn liefhebbers van vlak water en liefhebbers van mooie golven.
In de huidige zoneringen (o.a. diep / ondiep) konden verschillende liefhebbers terecht op het Wolderwijd.
@Hans Middendorphey als jij het zo goed weet maak jij toch een blog aan?
De feiten kloppen niet, beroepsvissers zijn nog wel actief op de Westerschelde en zie ze regelmatig netten uitzetten voor de zeebaars.
Is Fluor ook te verwijderen met deze techniek?

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!