De Zandmotor voor de kust van Delfland doet zijn werk goed, blijkt uit een grote evaluatie na vijf jaar. De enorme kunstmatige zandbank houdt het mogelijk veertig jaar vol, veel langer dan aanvankelijk verwacht.


De Zandmotor is een grootschalig experiment dat in 2011 is gestart. In plaats van om de drie tot vijf jaar zand van de zeebodem op het strand te deponeren, heeft Rijkswaterstaat in één keer 20 miljoen kubieke meter aangebracht. Het idee is om de natuur zijn gang te laten gaan. De wind en golven zorgen ervoor dat het zand zich langs de kust verspreidt. Na vijf jaar is een tussenbalans opgemaakt. De resultaten zijn positief, zegt Carola van Gelder, projectleider monitoring bij Rijkswaterstaat. "De Zandmotor doet eigenlijk alles wat onze modellen in 2011 voorspelden."

Eén resultaat springt er volgens Van Gelder uit. "De Zandmotor is voor twintig jaar aangelegd, maar dat wordt misschien veertig jaar. In de omgeving ligt nog steeds 95 procent van het aangebrachte zand. Dat is zeer positief voor de kustveiligheid." Wel verloopt de aangroei van duinen direct achter de Zandmotor minder snel dan was verwacht. "Het zand gaat eerst langs een lagune en een binnenmeer. Die vangen veel zand onderweg in."

Rijkswaterstaat legde indertijd een schiereiland van 2,5 kilometer aan. Dit is intussen 5,5 kilometer en wordt steeds langer. Er is tussen Kijkduin en Ter Heide een soort waddengebied ontstaan, vertelt Van Gelder. "Dit stuk kust is vrijwel identiek aan de kop van Ameland. Heel slikkig." Flora en fauna gedijen, aldus Van Gelder. "Je ziet planten als de blauwe zeedistel en de gelobde melde en dieren als het slikgarnaaltje die tot nu toe alleen in de Wadden voorkwamen. Ecologen zijn daarover erg enthousiast." Het aantal recreatiemogelijkheden is toegenomen. "Het is geen badstrand als Scheveningen, maar er komen bijvoorbeeld wel veel wandelaars. En de Zandmotor is bijzonder populair bij kitesurfers."

Het is volgens Van Gelder nog te vroeg om te bepalen of de Zandmotor effectiever en efficiënter is dan de traditionele methode van suppletie. "Omdat daarbij ongeveer elke vijf jaar zand wordt aangevuld, kun je het verschil nu nog niet zien. Na tien jaar weten we meer."

Op de site van de Zandmotor staat uitgebreide informatie over de resultaten.
Carola van Gelder schreef samen met drie andere auteurs een artikel over deze innovatieve methode in het H2O-kenniskatern Water Maters van maart 2015.
Water Matters is een bijlage van maandblad H2O voor abonnees en leden van Koninklijk Nederlands Waternetwerk.
Het artikel is ook te lezen op H2O-Online.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.
Dag Cees,
In dit vakartikel staan een aantal fouten. Er wordt bij het voorbeeld aangegeven dat de berekeningen zijn voor het pompstation Terwisscha (provincie Groningen)! Prov. Groningen zal wel kloppen, maar dus niet Terwisscha, maar een winning van 6,5 mln m3 per jaar en met een complexe ondergrond t.a.v. de hydraulische weerstand afdekkend pakket zoals wordt weergegeven in figuur 2 (artikel). Ook in figuur 2 staat in de tekst dat deze geldt voor de Verlagingslijnen stijhoogte(!!) en GHG, maar het onderschrift bij figuur 2 geeft aan de zomersituatie!!!
Mijn grijze haren gaan recht overeind staan bij deze hydrologische fouten. Of heb ik het mis? Terecht geeft Willem Zaadnoordijk aan dat over dit onderwerp veel discussie in het verleden is geweest, maar ik zie nu wel een aanpak met behulp van een numerieke rekenmethode! Wat ik wel mis in het vakartikel is bijv. het effect van de bodemkaart, de grondwateraanvulling (zomer/winter) en de veranderende elastische berging in de ondergrond in droge of natte weerjaren, maar dat zal allemaal wel via de relatie uit figuur 1 in de berekeningen zijn meegenomen.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!