Het advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos kan ook in coronatijd goede jaarcijfers overleggen. De omzet steeg vorig jaar met meer dan 7 procent naar 155,8 miljoen euro en de nettowinst bedroeg 17,9 miljoen euro. Witteveen+Bos werkte wereldwijd aan zo’n vierduizend projecten.

Algemeen directeur Wouter Bijman – die in oktober Karin Sluis opvolgde – noemt 2020 een bijzonder en lastig coronajaar, maar financieel toch een goed jaar voor Witteveen+Bos.

Wouter Bijman 180 vk cWouter Bijman

“Dat is gelukt dankzij onze focus op drie zaken: gezondheid van onze medewerkers, productiviteit en voldoende liquiditeit van het bedrijf. We namen als bedrijf onze verantwoordelijkheid in de oproep vanuit de nationale overheid om thuis te werken en dat was niet altijd even gemakkelijk. Witteveen+Bos’ers, onze opdrachtgevers en partners hebben flexibel en collegiaal samengewerkt en echt samen de schouders eronder gezet.”

Vraag naar dienstverlening toegenomen
Het advies- en ingenieursbureau realiseerde een omzet van 155,8 miljoen euro. Dit is 7,4 procent meer dan in 2019, toen een omzet van 145,0 miljoen euro werd gehaald. Ook de eigen omzet is gestegen: van 116,2 naar 121,3 miljoen euro. Het nettoresultaat over 2020 bedraagt 17,9 miljoen euro, wat een netto winstmarge van 11,5 procent inhoudt.

Er was volgens het jaarverslag sprake van een toegenomen vraag naar de dienstverlening. “We konden hier invulling aan geven door een groei van het aantal medewerkers die snel aan projecten konden bijdragen. Het goede resultaat kwam mede door de verkoop van ons voormalige hoofdkantoor in Deventer, een vrijval van voorzieningen en door een afname van de overige bedrijfskosten.”

Witteveen+Bos meldt dat vanaf het uitbreken van de coronacrisis sterk is gestuurd op de drie belangrijkste risico’s: effecten van een oplopende debiteurenstand, daling van de productiviteit door leegloop of hoger ziekteverzuim en prijsdruk als gevolg van wereldwijde overcapaciteit. Omdat de gevolgen voor de middellange termijn onzeker zijn, blijft het bureau in algemene zin een voorzichtige koers varen.

Aantal medewerkers flink gestegen
Het personeelsbestand groeide aanzienlijk. Aan het eind van 2020 werkten er 1.330 mensen bij Witteveen+Bos, een toename met ruim 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. Verreweg de meeste medewerkers zijn actief in Nederland (1.090) of België (141). De verhouding tussen mannen en vrouwen in het personeelsbestand is behoorlijk scheef: 68 om 32 procent. De gemiddelde leeftijd van een medewerker is 36,8 jaar. Afgelopen jaar waren er ook driehonderd stagiaires en afstudeerders.

Het bureau heeft het over “een dynamiek van grote instroom en gedaalde uitstroom” in 2020: 235 nieuwelingen tegenover 113 vertrekkers. Witteveen+Bos wist zijn medewerkers beter binnenboord te houden dan in de paar jaar daarvoor, toen het verloop een stuk groter was. Er is meer aandacht besteed aan de salariëring. Medewerkers delen mee in de winst en de meesten zijn mede-eigenaar van het bedrijf.

Ook wordt talentontwikkeling gezien als een belangrijk doel. Het bureau heeft een eigen PLUSschool, waarbij het fysieke leeraanbod afgelopen jaar is omgezet naar online varianten. Verder is er voor medewerkers in de groeifase een persoonlijk leiderschapstraject ontwikkeld en voor medewerkers van eind dertig tot midden veertig een reflectie- en ontwikkelingsprogramma.

Wereldwijd meer dan vierduizend projecten
Witteveen+Bos werkte in 2020 aan ruim 4.300 projecten in 42 landen. Het gaat om vraagstukken als CO2
-neutraal en circulair bouwen, duurzame infrastructuur, energietransitie, hoogwaterbescherming, klimaatadaptatie en verbetering van industriële processen. “We bieden meer en meer innovatieve, digitale oplossingen voor onze klanten door data met onze domeinkennis te combineren. In 2020 zijn weer stappen gezet om onze maatschappelijke bijdrage via projecten beter in beeld te brengen, via de Maatschappelijke Waarde Tool en de SDG Impact Tool”, wordt er gemeld.

In het jaarverslag wordt een aantal projecten er speciaal uitgelicht. Zo sloot Witteveen+Bos zich samen met Royal HaskoningDHV aan bij de planuitwerkingsfase van het project Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK). De bedoeling is om tien kilometer dijk langs de Hollandsche IJssel te versterken, waarbij de effecten op onder meer bodem, grondwater en natuur worden meegenomen. Het bureau ondersteunde in 2020 Waternet bij het ontwerp en de aanbesteding van een groengasinstallatie voor rioolwaterzuiveringsinstallatie Amsterdam-West, die onlangs in gebruik is genomen.

Nog een voorbeeld: om waterbeheerders te ondersteunen bij het beheer van sedimenten die vervuild zijn met opkomende verontreinigde stoffen (CEC’s), ontwikkelden Witteveen+Bos en Arcadis een beslissingssysteem voor het hergebruik. De opdrachtgever was de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. Ook buiten Europa zijn er veel projecten, zoals de uitwerking van een eigen drainage-concept voor de omgang met zout water in de Vietnamese Mekong Delta en de beoordeling van de impact van het Tidal Bridge-project (een brug met getijdenturbines) in Oost-Flores, Indonesië.

Infographic jaarverslag 2020 WitteveenBosInfographic van hoogtepunten van afgelopen jaar (Bron: jaarverslag 2020 Witteveen+Bos)

 

MEER INFORMATIE
Jaarverslag 2020 van Witteveen+Bos
H2O Actueel: 2019 topjaar voor bureau

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!