Een deel van het programma van de Amsterdam International Water Week 2019 is vormgegeven door een nieuwe generatie waterprofessionals. Als Future Water Leaders (FWL) zetten ze graag onconventionele en onverwachte middelen in om een brug te slaan tussen waterprofessionals onderling én tussen de sector en de rest van de samenleving. FWL-ambassadeur Chrysoula Papacharalampou pleit voor meer creativiteit in de gezamenlijke zoektocht naar integrale oplossingen. “We moeten de vaak complexe materie eerst begrijpelijk maken.”

Tijdens de vorige editie van de AIWW introduceerde Chrysoula namens de Future Water Leaders identiteitskaarten voor waterprofessionals. Door een combinatie te maken tussen het professionele profiel en de persoonlijke achtergrond van aanwezigen, hoopt ze een eenvoudige manier te hebben gevonden om zowel een overzicht te krijgen van de tijdens een conferentie aanwezige expertise als een startpunt voor cross-sectorale en cross-culturele samenwerking.

“Een van de uitkomsten is dat maar tien procent van de aanwezigen vorig jaar een ecologische invalshoek had. Gezien het enorme belang van behoud en bescherming van biodiversiteit in relatie tot waterbeheer wereldwijd lijkt me dit wat weinig. De diplomatieke kant van waterbeheer – internationale betrekkingen – was echt ondervertegenwoordigd.”

De identiteitskaart wordt voor deze editie wederom toegepast en is ook bij andere internationale waterbijeenkomsten gebruikt door de Future Water Leaders. “Wie heb je voor je als je met een ander over water praat? Daar draait het om.”

Theater, film, muziek
Voorafgaand aan de conferentie in de RAI hebben de jonge professionals samen met Waternet op 3 november een voor iedereen toegankelijke manifestatie in de stad georganiseerd.

“Als mensen buiten de watersector een substantieel deel van de oplossing vormen, moeten we die mensen wel aanspreken. Niet per se met lezingen, maar met theater, film, muziek. Kennisuitwisseling op intellectueel niveau is belangrijk, zeker, maar emotionele betrokkenheid bij diverse watervraagstukken is minstens zo waardevol.”

Volgens Chrysoula waren de artistieke activiteiten, waaronder toneel en dans uit Zuid-Afrika, en de getoonde film over waterschaarste in Kenya niet alleen leerzaam voor het lekenpubliek, de aanwezige professionals werden eraan herinnerd dat er meer manieren zijn om te communiceren over het werk dan een presentatie of debat.

'Er mag ook gelachen worden. Ons werk is vaak erg leuk, soms heel ontroerend'

“Een Engelse onderzoeker vertelde bijvoorbeeld op een theatrale, grappige manier over plankton, met 3D-geprinte voorbeelden. Er mag ook gelachen worden. Ons werk is vaak erg leuk, soms heel ontroerend. Erover vertellen op een menselijke schaal maakt de vraagstukken begrijpelijk. Dat moeten we niet vergeten.”

Opvolger en platform
Zelf promoveerde Chrysoula op onderzoek naar de rol van natuurlijk kapitaal in het ‘vermogensbeheer’ van rivierstroomgebieden. “Bij uitstek een interdisciplinair onderwerp dat de inbreng van vele belanghebbenden en vele soorten kennis vereist. Juist dat complexe karakter van integraal waterbeheer boeit me. Om tot concrete oplossingen te komen, moeten verschillende partijen elkaar kunnen begrijpen. Als Future Water Leaders maken we graag concreet hoe dat zou kunnen.”

Met collega’s wil ze duidelijk maken dat de nieuwe generatie, mensen tot pakweg 35 jaar oud, behalve over werkervaring over de nodige ideeën beschikt. “We zijn vorig jaar begonnen met een kleine groep enthousiastelingen afkomstig uit verschillende landen en gaan nu in de richting van een platform van jonge professionals, werkzaam in alle delen van de wereld.”

Chrysoula’s termijn als ambassadeur zit er op, vertelt ze. De vraag naar een opvolger, die zich tijdens de huidige editie van de AIWW presenteert, leverde zestien kandidaten op. “We kregen reacties uit onder meer India, Canada en landen in Zuid-Amerika. Al die mensen gaven aan verbonden te willen blijven aan het initiatief en zich vanuit hun eigen beroepspraktijk te willen inzetten als Future Water Leaders. Ik hoop ze volgend jaar hier allemaal terug te zien.”

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Dries Buitenwerf Eindelijk, het d-woord viel
Watertekort: In Nederland is het de gewoonte om water altijd vanaf oppervlakte te infiltreren in de bodem, nu weten we als we altijd een richting door een filter gaan dat dit filter dichtslaat en we steeds minder water via deze route naar het diepere grondwater zullen stromen. Als we willen voorkomen dat het diepere zoete grondwater vervolgens door zeewater wordt aangevuld zullen we dus in Oost Nederland het grondwater van onderaf moeten aanvullen cq ipv 100 m boven afpomphoogte infiltreren op 100 m onder afpomp hoogte in moeten pompen. Water dat onder druk op deze diepte (boven het zoute grondwater) wordt toegevoerd zal geen verstopping creëren en zout water wegdrukken. De weg naar boven gaat heel traag omdat het water afhankelijk van de soortelijke massa verschillen meest horizontaal zal bewegen. Als er vervolgens 100 m hoger water wordt opgepompt, zal er minder zeewater naar binnen worden getrokken.
STELLING: We zijn veel te laat, lopen achter de feiten aan en de klimaatverandering komt echt op stoom. Waar halen we de mankracht vandaan om er wat aan te doen? Op naar Duitsland.
In een interessant artikel in The Guardian wordt het succes gedeeld van onder andere De Grensmaas:
https://www.theguardian.com/environment/2022/sep/20/dutch-rewilding-project-turns-back-the-clock-500-years-aoe
Wat opvalt is de lange termijn waarin dat project zich afspeelt: de planfase begon in 1990.
Nu zijn de grenzen van ons watersysteem bereikt. Maar niet alleen van het water systeem: de biodiversiteit staat onder druk, overal speelt milieuvervuiling: in de lucht, de bodem, het water en de het diepere grondwater. Er zit een grote energietransitie aan te komen en er wordt geroepen om een systeemverandering (het werkelijke probleem is onze engineerings-maatschappij). Daarnaast staan alle sectoren te spingen om mensen: de grenzen zijn bereik van wat in Nederland uitgevoerd kan worden.
Op de achtergrond speelt de exponentiele ontwikkeling van de klimaat verandering: hitte, droogte, extreme neerslag, stormen en extreem weer: ze worden heftiger, talrijker en duren langer. Zo komt ook onze voedselvoorziening (en die van de gehele wereld) onder druk.
Een hybride giga crisis dreigt: alles klapt in een keer om. Zoals een helder meertje in een keer troebel wordt, a la migraine aanval. https://www.delta.tudelft.nl/article/spinoza-winnaars-gaan-migraine-te-lijf
We wisten in 1972 - met het uitkomen van het rapport: Grenzen aan de Groei (MIT - Club van Rome) - dat het deze kant uit zou gaan. We zitten precies op het voorspelde scenario.
Dat betekent voor ons Deltalandje: houd sterk rekening met plan D.
Zowel voor mitigatie (bovenstrooms investeren en voorkomen) als voor de meerslaagse veiligheid liggen veel van de toekomst scenario's buiten Nederland... in Duitsland. Daar ligt een deel van onze onvoorkoombare toekomst.
Nederland kan geen zeespiegelstijging voorblijven. De Waddenzee verdrinkt bij meer dan 3mm/jr. Hoe graag we dat ook zouden willen. Dat beeld moet nu eens duidelijk worden. We zijn kwetsbaar, we blijven kwetsbaar en we worden steeds kwetsbaarder. En we hebben niet de menskracht om te 'dweilen'.
Dat betekent bv: stop de Zuid-plaspolder. Het geeft een compleet verkeerd beeld en een vals signaal van veiligheid.
https://www.waterforum.net/geen-land-ter-wereld-zou-onder-9-meter-nap-bouwen/
Voorkomen is beter dan niet te genezen: maar we zijn 50 jaar te laat om klimaatverandering te voorkomen. De klimaatverandering is een feit. Multi-stress de norm. Het gaat nu voor NEDERland om de vraag waarop we inzetten voor 2100: Ik stel: op naar hoger Nederland en richting Duitsland.
Plaatje: Eindhoven was vroeger een bloeiende badplaats - toneelstuk uit 1982 - toen was het gevoel van urgentie veel hoger dan nu.
https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Eindhoven_was_vroeger_een_bloeiende_badplaats_-_Zuidelijk_Toneel_Globe_-_1982-02-06
Dit artikel presenteert resultaten gebaseerd op onderzoek dat van den Akker ruim vijf jaar geleden heeft gepubliceerd in Stromingen. Op zijn methodiek is destijds van diverse kanten inhoudelijke kritiek geleverd (Olsthoorn, 2014a,b,c; Leenen, 2014). Hieraan gaat hij nu volledig voorbij. Ook negeert hij dat zijn aanpak fysisch-wiskundig gezien aantoonbaar onjuist is (Zaadnoordijk, 2017) en ontkent hij het inzicht van de NHV-werkgroep Achtergrondverlaging (van Bakel e.a., 2017).

- Bakel, J. van, E. Querner, G. Rot, G. Schouten, N. Straathof, W. Vaarkamp, J.P. Witte, W.J. Zaadnoordijk (2017) Zicht op Achtergrondverlaging, rapport van de Werkgroep Achtergrondverlaging van de Nederlandse Hydrologische Vereniging, Wageningen, mei 2017.
- Leenen, H. (2014) Reactie op artikel "Tussen Theis en Hantush"van Cees van den Akker, Stromingen, 20, nummer 3, p.65-69.
- Olsthoorn, T. (2014a) De dynamica van de verlaging van Terwisscha of in vergelijkbare situaties, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p15-33.
- Olsthoorn, T. (2014b) Tussen De Glee en Dupuit, revisited, Stromingen, 20, nummer 1, p35-55.
- Olsthoorn, T. (2014c) De fysische onderbouwing van de overdrachtsfactor nader bekeken, Stromingen, 20, nummer 3, p.11-25
- Zaadnoordijk, W.J. (2017) Kanttekeningen bij gebruik van differentiaalvergelijking van v/d Akker, notitie 7 maart 2017, beschikbaar op: http://www.debakelsestroom.nl/kennisbank/attachment/memobijdiffvergvdakker_v4_opm-jvb-20-maart-2017/.

Willem Jan Zaadnoordijk, Flip Witte en Jan van Bakel
Vanmorgen Noorderzeedijk tussen Roptazijl en Harlingen. Bijna dagelijkse realiteit.
Er wordt hier het nodige door elkaar gehaald. Jonge zalm migreert stroomafwaarts naar zee en hebben daarbij voornamelijk last van waterkrachtcentrales en niet van gemalen en maar in heel beperkte mate van stuwen (daar kunnen ze met het water overheen). Jonge paling migreert wel stroomopwaarts, in de eerste instantie als glasaal en later als gepigmenteerde juveniele aal. Maar stroomopwaarts migreren met de stroom mee? Dat is heel bijzonder. Schieraal migreert stroomafwaarts met de stroming mee, hoewel dat slechts een deel van de populatie betreft. Een deel van de schieraal migreert aanzienlijk langzamer dan de stroming en onderbreekt zelfs haar migratie voor langere perioden.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!