Het aantal gevangen muskusratten blijft dalen. In 2021 kregen de bestrijders van de waterschappen er 44.995 te pakken. Dat is 6 procent minder dan in het jaar daarvoor. Wel waren er iets meer vangsten van beverratten, voornamelijk langs de Duitse grens.

Hiermee zet de al twintig jaar durende dalende lijn zich door en dat is goed nieuws. Rond de eeuwwisseling werden nog rond de vierhonderdduizend muskusratten gevangen, nu maar een negende van dat aantal. Het doel van de waterschappen is om het binnenland over tien à vijftien jaar vrij van deze schadelijke knaagdieren te krijgen. Daarom worden ze zoveel mogelijk direct in de grenszone weggevangen.

Daarentegen is het aantal gevangen beverratten licht gestegen, blijkt uit cijfers van de Unie van Waterschappen. Afgelopen jaar vingen de waterschappen er 1.356, 1 procent meer dan in 2020. Nederland heeft geen eigen populatie van beverratten. Ruim 95 procent van de vangsten was langs de grens met Duitsland. Actieve bestrijding is hier nodig om te voorkomen dat de dieren zich verspreiden over het land. De instroom neemt toe, omdat bij de oosterburen de populatie van beverratten sterk is gegroeid door zachte winters en een minder goed georganiseerde bestrijding.

Schadelijke exoten
De muskus- en beverratten zijn exoten met amper natuurlijke vijanden en om verschillende redenen ongewenste gasten. Zij graven holen en gangen in oevers en dijken en maken nestkommen met uitgebreide ondergrondse gangenstelsels. Dat leidt tot verzakkingen in dijken en kades en soms zelfs een doorbraak. Ook staan de muskus- en beverratten op de Europese lijst van Invasieve soorten, omdat ze een bedreiging vormen voor de biodiversiteit. Ze eten planten als riet en lisdodde weg en verdringen daardoor inheemse diersoorten als de zwarte stern, de roerdomp en de kleine karekiet.

De waterschappen hebben bijna vierhonderd gespecialiseerde muskus- en beverratbestrijders in dienst. De Unie van Waterschappen wijst erop dat zij meer doen dan het bestrijden van de dieren. Zij assisteren bij het herstellen van graverij van bevers in dijken en leveren een bijdrage aan de inventarisatie van de verspreiding van otters en bevers in Nederland.

Samenwerking bij bestrijding
Verschillende waterschappen hebben vandaag ook eigen cijfers gepubliceerd. Zo laat Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) weten dat de populatie muskusratten steeds beter onder controle is. Vorig jaar werden er 1.742 gevangen, een daling met 35 procent in een jaar tijd. Ter vergelijking: in 2016 ging het nog om 10.105 exemplaren. WDODelta, Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest en Vechtstromen werken samen bij de bestrijding in Noordoost-Nederland. Bij elkaar vingen zij 7.591 muskusratten, 17 procent minder dan in 2020.

Volgens dagelijks bestuurslid Breun Breunissen van WDODelta is het nu een kwestie van volhouden van de succesvolle strategie. “We willen in 2035 geslaagd zijn in het terugdringen van de muskusrat tot aan de Duitse grens. Daarvoor moeten wij naar nul vangsten per kilometer. Dat is de uitdaging voor de komende jaren. Maar ook daarna moeten we alert en dus scherp blijven. Voor je het weet, loopt de populatie weer op.”

Muskusrattenbeheer West- en Midden-Nederland, een samenwerking van zes waterschappen, meldt 18.279 vangsten van muskusratten in Noord-Holland en het grootste deel van de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Dit aantal is ongeveer hetzelfde als in 2020.

Er zijn regionaal flinke verschillen in het aantal gevangen muskusratten. In de gebieden van de waterschappen Hollands Noorderkwartier, Rijnland en De Stichtse Rijnlanden daalde de populatie, terwijl bij Delfland, Amstel Gooi en Vecht en Schieland en de Krimpenerwaard sprake is van een lichte stijging. Hier worden extra bestrijders ingezet.

MEER INFORMATIE
Bericht Unie van Waterschappen
H2O Actueel: vangsten in 2020
 

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Mooi onderzoek. Met de hete zomers van nu is het fijn om vlakbij zwemwater te hebben en het water op de hoek van de straat ( in mijn geval) kan dan een enorme aantrekkingskracht hebben. Mooie aanvulling op het onderzoek, zou een vergelijking met nabijgelegen “ officiële zwemwaterlocaties” kunnen zijn: op welke punten scoren deze beter ( en waar minder) als zwemlocatie… , wat is de capaciteit … en hoe nabijgelegen zijn deze locaties.
Hoezo een nieuwe bestuurscultuur in de politiek? Handje-klap van de ChristenUnie om zo veel als mogelijk alles bij het oude te houden. Dat je in 2022 met een amendement op basis van het advies uit 2015 - is echt oude wijn in nieuwe zakken. De commissie Boelhouwer was duidelijk: of alle geborgde zetels opheffen, of max. 2 zetels voor boeren en 2 zetels voor natuurbeheerders (die steeds 'natuur' worden genoemd). Geborgde zetels natuur zijn overbodig, zelfs Natuurmonumenten wil er vanaf. En dan meteen de waterschapsbelasting op natuurterreinen afschaffen, Natuur wordt uit publiek geld betaald en landelijk gaat het slechts om 0.25% van de totale opbrengst van de watersysteemheffing.
Juni wordt ook droog: veel NW winden, dwz. wat buien, maar die zullen geen zoden aan de dijk zetten.
Mocht het in Juli weer warm en zonnig worden dan zal er een fors escalerend waterprobleem zijn.
Je sommetje klopt niet, Hans, want de lozing van N was altijd al veel groter dan van P. Stel in 1990 was de lozing van N 5 keer zo groot als P, dus 5:1. N is afgenomen met 64%, er is dus nog over 0,36*5 = 1,8. Van P is 74% verwijderd, dus nog over 0,26*1 = 0,26. De verhouding N:P is dan nu geworden 1,8:0,26 oftewel (afgerond) 7:1. Er is dus nu meer stikstof ten opzichte van fosfor in de lozing, dan het geval was in 1990.
"64% minder lozing dan in 1990" juicht dit artikel. Dan praat je dus over 2 procent verbetering per jaar. Of anders gezegd: na 32 jaar is de restlozing met twee-derde afgenomen. De zuiveringstechniek is in deze periode geëvolueerd van alleen aerobe beluchting naar anaerobe technieken, dus zo verrassend is dit niet.
De hamvraag die onbeantwoord blijft, is wat de impact is van de restlozing op de doelen van de KRW. Uit de berekeningen van het CBS zou blijken dat stikstof uit rwzi's nog voor 18% bijdraagt aan de totale belasting, en fosfaat nog voor 25% aan de totale belasting. Maar het gaat nog steeds om enorme hoeveelheden: 14,3 miljoen kg N en 1,64 miljoen kg P.
De afname in kg N is veel groter is dan in kg P. De verhouding tussen N en P is verschoven. Met als gevolg dat blauwalgen (die zelf stikstof binden) "in het voordeel zijn" vergeleken met groenalgen, die stikstof uit het oppervlaktewater opnemen. Dertig jaar geleden was er nog veel 'groene soep', inmiddels zijn de drijflagen van blauwalgen een hardnekkig probleem.
Het zou dus zomaar kunnen zijn dat het verwijderen van stikstof nu voldoende is, maar dat de verwijdering van fosfaat nog veel beter moet. Behalve wellicht als de rwzi (bijna) rechtstreeks op zee loost, dan is goed ook goed genoeg.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!