Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) test voor de dijkversterking Zwolle-Olst de mogelijkheid om kunststof damwanden te plaatsen. Damwanden van kunststof zijn duurzamer en goedkoper dan de versie van staal, aldus het waterschap. 

De proef heeft plaats in een weiland bij Wijhe, vlak achter de IJsseldijk die versterkt moet worden. Op het terrein worden wanden van verschillende lengtes in de bodem getrild door Boskalis Nederland. De langste is 14 meter, de kortste 8 meter. De wanden moeten in een slot aan elkaar worden geklonken, zodat er een waterdichte wand ontstaat. Met een zogeheten slotverklikker wordt bij elke wand bepaald of deze tot onderaan in het slot glijdt, legt werkvoorbereider Bart Broekman van Boskalis uit. Met de eerste wanden in de proef is dat gelukt.  

De IJsseldijk moet over een lengte van 22 kilometer worden verstrekt. Plaatsen van kunststof damwanden is een van de technieken die het waterschap wil toepassen om piping tegen te gaan. Damwanden van kunststof zijn goedkoper dan de gebruikelijke wanden van staal, waarvan de prijs ook nog eens sterk stijgt. Bovendien geldt de kunststof damwanden als duurzaam, ze zijn gemaakt van gerecycled materiaal, maar ook komt er bij de productie veel minder CO2 vrij. Voor het plaatsen van de wanden zijn voorts kleinere machines nodig, wat ook gunstig is voor de CO2-uitstoot. 

Aangezien een kunststof damwand veel minder stijf is dan een stalen damwand willen de partijen onderzoeken of de toepassing van kunststof damwanden mogelijk is gezien de opbouw van de bodem langs de IJssel. Het bodemprofiel in het testgebied is vooraf met sondering in kaart gebracht. Ook zijn er sensoren en geluidsmeters geplaatst die vastleggen wat de omgevingshinder is. Broekman: “Ook de trillingen in de bodem meten we om bij deze grondslag te kunnen bepalen hoever we bij woningen weg moeten blijven met deze toepassing.”

Damwand close 900

De kunststof damwand is eerder getest, vertelt Maurits van Dijk, technisch manager van het project IJsselwerken bij WDOD. “Dat is in het rivierengebied gebeurd. Die proef was succesvol. Ze gaan de damwanden daar ook plaatsen.” Van de opgedane kennis in het rivierengebied maakt WDOD gebruik, maar deze is niet voldoende om te bepalen of de kunststofwand ook kan worden gebruikt voor de versterking van de dijk tussen Zwolle en Olst.

“Daar heb je een andere grondslag dan hier”, legt Van Dijk uit. ”Je hebt te maken met locatie-specifieke afwijkingen en eisen. Die zijn bepalend voor welke techniek je kiest. Dat kan op sommige plekken kunststof wanden zijn, maar ook damwanden van staal of een nog andere techniek zoals geotextiel.” Met de proef wil WDOD betere afwegingen kunnen maken waar welke technieken het beste kunnen worden toegepast in het dijktraject dat moeten worden versterkt.

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Het kan soms even duren voor je reactie online komt. We controleren ze namelijk eerst even.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

@Hetty AdamsHetty, ik ben het niet met je oneens dat de voorgestelde ingrepen waarschijnlijk zinvol zijn, en waarschijnlijk "no regret". En een fijn klusje voor vrijwilligers om sleuven door het bos te trekken met aan de zijkant een mini-dijkje. Mijn vraag betreft vooral de opzet van het onderzoek. Want als er "bijna nooit" een hoosbui valt, dan voegt zo'n minidijkje ook bijna nooit iets toe. Bij goed onderzoek hoort ook een discussie over de conclusies en aanbevelingen. Anders gaan allerlei clubjes straks "sleuven trekken". Een kans op een hoosbui op een perceel kleiner dan bijv. 5% betekent een kans van 1x in de twintig jaar. Met een spreiding tussen 1 jaar en 80 jaar. Of zoiets. En daarvoor ga je het oude oppervlak van de Veluwe over een grote oppervlakte verstoren?
@Hans Middendorp AWPHans, het water van kleinere buien wordt dan ook vast gehouden. Ik vind dit een mooie ingreep, die meteen ook mogelijkheden biedt om de kleine waterkringloop te herstellen. Mits dat er naast de slootjes meerjarig oogstbaar/eetbaar groen wordt geplaatst, dat helpt dan weer met verdamping waardoor de temperatuur daalt juist door de verdamping. De regentrigger bij herstel van de kleine waterkringloop, waardoor die buien zich niet meer samenpakken maar gelijkmatig verdeelt uitregenen ook achter de veluwe op de hoge zandgronden. Oogstbaar is b.v. voederbomen als veevoer.
Mooie studie en uitkomsten die goed passen met wat je zou verwachten. Maar... er is gerekend met hoosbuien van 60 mm in één uur. Dan snap ik dat afstroming over het oppervlak plaats vindt. Maar negentig procent van de buien is minder dan 10 of 20 mm en dan is er gewoon inzijging van hemelwater in de bodem en helemaal geen oppervlakkige afstroming. Hoosbuien komen weliswaar steeds vaker voor, maar zijn toch vooral zeer plaatselijk. Het kan dus jaren duren voor een bepaald perceel door een hoosbui wordt getroffen. Toch?
Bedankt voor deze aanvullende opinie op ons artikel. Wij hebben als auteurs vanuit TAUW en HDSR uw opinie met interesse gelezen en willen graag een reactie geven.
De aanleiding van het onderzoek waren klachten die HDSR ontving van omwonenden over overstortlocaties. Naast een feitelijke weergave van de situatie van de watergang en de ecologische toestand, was de beleefwaarde van omwonenden een belangrijke component in het onderzoek. We hebben er voor gekozen het onderzoek en artikel verder neutraal te houden en onze mening als onderzoekers en initiator van het onderzoek buiten beschouwing te laten.
Natuurlijk zijn wij het met u eens dat doekjes en vuil in het water onwenselijk zijn. In het uitgebreidere online artikel gaan we wel in op de nodige verbeterpunten om effecten die nu buiten het onderzoek zijn gevallen, beter in beeld te krijgen. Daaronder benoemen wij ook een manier om de hoeveelheid doekjes en vuil in het water beter te monitoren.
Uw grootste zorg over dat we geen heftige zomerse onweersbui in het onderzoek meenemen, erkennen wij. De zomer van 2021 was niet extreem warm, waardoor de zuurstofloosheid na een overstort niet direct heeft geleid tot vissterfte. Hierdoor lijkt het alsof het effect beperkt is. Maar we zien wel dat overstorten gedurende de zomer tot zuurstofarme condities leiden. Dit is ecologisch gezien zeer onwenselijk.
Dat dit niet direct naar voren komt in de titel, is een keuze. Daarin is de aanleiding van het onderzoek als uitgangspunt genomen, wat heeft geleid tot een onverwacht inzicht: namelijk dat omwonenden van de onderzochte locaties over het algemeen beperkt hinder ondervinden van overstorten. Dit betekent dus niet dat er geen effect is.

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.

Aanmelden voor H2O Nieuws
Ontvang twee keer per week het laatste waternieuws in je mailbox!