0
0
0
s2sdefault

In een van de meest uitdagende regio’s ter wereld, de Palestijnse Gebieden, probeert het Blue Deal-programma van de waterschappen de afvalwaterzuivering te verbeteren. Dat gebeurt onder andere met een innovatief en kleinschalig zuiveringsconcept in een mobiele unit, ofwel de BlueElephant.

door Pauline van Kempen

Logo Palestijnse gebied 200b De Jordaan droogt op, het grondwaterpeil staat dramatisch laag, de politieke situatie is uiterst gespannen en de bevolking groeit exponentieel. Voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever is water een grote stressfactor: vaak komt er helemaal niets uit de kraan.

Met het Blue Deal-programma willen de Nederlandse waterschappen en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat daar iets aan doen. De ambitie van de Blue Deal is 20 miljoen mensen in 14 landen wereldwijd voor 2030 toegang geven tot schoon, voldoende en veilig water – een van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

In de Palestijnse Gebieden ligt de focus op schoon en voldoende water, vertelt programmamanager Frank Tibben. Daarvoor wordt sinds 2019 gewerkt aan verbeterd waterbeheer en duurzame financiering door kennisuitwisseling, ondersteuning en training, maar intussen is ook een concreet project voor afvalwaterzuivering opgestart.

Geen riolering
“Als je het afvalwater zuivert, kan het geen drinkwaterbronnen meer vervuilen”, verklaart Tibben, die eind deze maand weer naar de bergachtige regio reist. “In het grootste deel van de Palestijnse Gebieden is geen riolering en geen zuivering. Het afvalwater wordt ingezameld in beerputten of septic tanks of stroomt via het grondwater of over de straat af. Daar kan het de aanvoer van drinkwater, dat grotendeels uit Israël komt, kruisen.”

De putten worden geleegd door private tankwagens die het water in wadi’s lozen, vertelt Tibben. Dat stroomt de grens over naar Israël, dat de rekening vervolgens neerlegt bij de Palestijnse Gebieden. “En ondertussen belandt het in het milieu, met alle gevolgen van dien.”

Frank Tibben 180 vk Frank TibbenEen simpele oplossing is er niet in deze regio, ook niet voor het waterprobleem. De Westelijke Jordaanoever is bezet gebied, dus is meestal toestemming van Israël nodig voor de bouw van een traditionele zuiveringsinstallatie. “En die komt er niet, of pas na vele jaren”, weet Tibben. Dat maakt het, tezamen met de ingewikkelde structuur van de watersector en het bergachtige landschap, voor veel grote donoren en investeerders lastig om iets te beginnen.

Decentraal zuiveren
“Daar springen wij op in door kleinschalige zuiveringen op poten te zetten”, aldus de programmamanager. “De Blue Deal is geen commercieel programma, het is een partnerschap tussen de Nederlandse en de Palestijnse overheden. Als wij laten zien dat decentraal zuiveren hier lukt en dat het concept zichzelf ook terugverdient, verlaagt dat het risico voor commerciële partijen.”

'Het effluent is schoon genoeg om gebruikt te worden voor irrigatie, maar kan door een aanvullende stap ook geschikt gemaakt worden als drinkwater'

Samen met private partijen en met steun van WaterWorx, het internationale programma van de Nederlandse drinkwaterbedrijven, is de BlueElephant ontwikkeld: een kleinschalige mobiele zuiveringsunit die wordt gevoed door zonnepanelen. “Het is een soort ronde bal met een doorsnede van circa 2 meter waarin meerdere zuiveringscomponenten zijn samengevoegd”, schetst Tibben. “De basis is actief slib en traditionele membraanfiltratie, dat is vaak al genoeg. Extra toegevoegd is UV-licht, waardoor pathogene verontreinigingen en bijvoorbeeld ook coronadeeltjes worden verwijderd.”

Dat laatste was de uitdrukkelijke vraag van de Palestijnse Water Autoriteit, waarmee de Blue Deal voor dit project samenwerkt. Tibben: “Het effluent is schoon genoeg om gebruikt te worden voor irrigatie, maar kan door een aanvullende stap ook geschikt gemaakt worden als drinkwater.”

Drie units zijn er inmiddels besteld; die worden in november van dit jaar geplaatst op locaties waar volgens de Palestijnen de nood het hoogst is: een ziekenhuis, een kliniek en een grondwaterreservoir in of nabij Salfit en Halhul. Dat gebeurt in nauw overleg met de lokale overheden en met de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah.

Testfase
Daarna breekt de testfase aan, die een jaar zal duren. “Dan moet ook blijken of men dit water als irrigatiewater wil gebruiken voor bijvoorbeeld olijfbomen, die hier heel dierbaar zijn”, zegt Tibben. “Of dat het toch te veel als afvalwater wordt beschouwd.”

Tegelijk worden Palestijnse medewerkers opgeleid om het relatief eenvoudige onderhoud van de BlueElephant te kunnen uitvoeren en wordt de ‘businesscase’ getest. De unit, die een capaciteit van 6 kuub per dag heeft en achterop een vrachtwagen vervoerd kan worden, wordt verhuurd en het irrigatiewater verkocht.

“De BlueElephant biedt perspectief, ook voor andere gebieden in het Midden-Oosten en wereldwijd”, meent de programmamanager. “In de Palestijnse Gebieden zijn ze een heel effectieve tussenstap tot er een grote zuivering, een witte olifant, kan worden gebouwd. En voor plaatsen waar dat niet gaat werken vanwege de hoogteverschillen zal een aantal BlueElephants in de toekomst nodig blijven.”

Op een internationale conferentie in november in de Palestijnse Gebieden (International Conference on Water, Sanitation and Hygiene) zal Tibben de BlueElephant presenteren, met als doel verdere opschaling. “Dit is de eerste stap in een zeer uitdagend gebied”, stelt hij. “We hopen dat meer partijen aanhaken als wij laten zien wat we doen.” 

 

MEER ARTIKELEN WATERWERK WERELDWIJD
'Afvalwater dat in sloppenwijken tussen de huisjes doorloopt is mensonterend'
Weersextremen worden extremer: alle zeilen moeten worden bijgezet

Voor het reageren op onze artikelen hebben we enkele richtlijnen. Klik hier om deze te bekijken.

Typ uw reactie hier...
Cancel
You are a guest ( Sign Up ? )
or post as a guest
Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

Interessant artikel? Laat uw reactie achter.

(advertentie)

Laatste reacties op onze artikelen

Ik verbaas me over deze suggestie. Mij komt het voorstel van Hans Middendorp over als een motie van wantrouwen naar de kiezers en naar de huidige gekozenen in de waterschappen. Een door de kiezers uit verschillende lijsten gekozen bestuur vertegenwoordigt toch per definitie de maatschappelijke belangen? Verstroping van de besluitvorming door een adviescommissie in te voeren die uit vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen bestaat, levert geen meerwaarde.
Het is aan het ambtelijk apparaat en de bestuurders van het waterschap om, net zoals bij een gemeente of provincie, de verschillende maatschappelijke belangen bij de voorbereiding en de besluitvorming te betrekken. Daartoe zal men met al die belangengroepen contacten onderhouden, zoals nu ook al gebeurt. Maar dat is iets anders dan elke keer verplicht advies te moeten vragen. De door mij om zijn deskundigheid gewaardeerde AWP zou dit voorstel echt nog eens moeten heroverwegen.
Groet, Piet Oudega (HHNK, PvdA)
Hallo Hans, hele goede gedachte. Ik denk dat de geborgde zetels door hun sterke eigenbelang zorgen voor een veel te behoudend waterschap waar innovatie nauwelijks een kans krijgt. Daarbij weten ze het altijd zo te draaien dat de kosten niet eerlijk worden verdeeld en daarvan is de burger de dupe. Al met al denk ik dat een geheel gekozen bestuur sneller en beter tot besluitvorming kan komen en dat er een hoop bestuurlijke drukte kan worden voorkomen.
Een adviescommissie met alle belangengroepen is dan beter.
groet, Fokke
Dag Hans: ik deel je gedachtengang. Er is één nadeel. Het draagt weer bij aan de ‘bestuurlijke drukte’ waar we allemaal last van hebben. Ik vind de optie waarbij geborgden een kwaliteitszetel krijgen, met een maximum van drie per waterschap, daarom ook een aantrekkelijke optie.
Groet van Adriaan
Citaat: 'De Unie wijst erop dat de waterschappen komend jaar meer dan ooit tevoren investeren in veilige dijken en in schoon en voldoende water: 1,8 miljard euro.' Maar de Unie 'vergeet' te melden dat deze 1,8 miljard de opbrengst is van de Watersysteemheffing voor alle waterschappen samen. Dat is dus niet *extra* geld, maar reguliere financiering van droge voeten en schoon water. Het is mooi om dit geld voor de kerntaken van de waterschappen te labelen als een klimaatbeheer, maar er blijft dus extra geld nodig om, zoals de Unie stelt: "Er is wel extra rijksgeld voor decentrale overheden nodig om Nederland versneld aan te passen aan weersextremen."
Het pleidooi van VNG, IPO en Unie voor 1,8 miljard euro voor uitvoering van het Klimaatakkoord (2022-2024) is niet gehonoreerd. Maar als het Rijk de kosten voor klimaatadaptatie niet wil betalen, dan zit er voor de waterschappen niets anders op om naast de watersysteemheffing een aparte klimaatadaptatie-heffing in te voeren. Een heffing van 2 tientjes voor alle tien miljoen huishoudens in Nederland levert 200 miljoen per jaar op. Over drie jaar is dat 600 miljoen en dat is precies één-derde van het bedrag van 1,8 miljard dat VNG, IPO en Unie samen vragen. Zo eenvoudig kan het zijn.
Er wordt 6,7 miljard euro uitgetrokken voor klimaat en het deltaprogramma zoetwater krijgt 100 miljoen. Dat is dus ongeveer 1,5% van dit enorme bedrag. Verder is in 2018 besloten om het Deltafonds uit te breiden van het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van dijken naar wateroverlast door klimaatverandering. En nu moet er volgens de deltacommissaris 800 miljoen bij. Wie kan dit balletje-balletje nog volgen? Volgens mij komt het deltaprogramma dus nog steeds structureel geld tekort. Enige journalistieke duiding is wel op z'n plaats!

Zelf reageren? Dat kan onder alle artikelen met een Mijn H2O/KNW account.